woensdag 11 maart 2015

WEINIG MINDER DAN EEN ENGEL HEBT GIJ HEM GEMAAKT

WEINIG MINDER DAN EEN ENGEL HEBT GIJ HEM GEMAAKT

(Psalm 8:5-6)

Onderrichtingen over de Genaden van de Heiliging:

God heeft de mens gemaakt als de kroon op Zijn Schepping.”

 

God heeft de mens gemaakt als de kroon op Zijn Schepping. De mens zou geboren worden in volkomen staat van heiligheid, en na zijn leven op aarde in volkomen staat van heiligheid naar God terugkeren. Door de zondeval (de erfzonde) leeft de mens niet langer van nature in staat van genade, hij moet deze staat opnieuw veroveren door een leven in overeenstemming met Gods Wetten. Een dergelijk leven is een leven in heiligheid. Heiligheid is de toestand van de ziel die een hoge staat van volmaaktheid in alle deugden heeft bereikt, en die bij de beleving van de deugden de ogen gevestigd houdt op het volbrengen van de Goddelijke Wil tot verwezenlijking van Gods Plannen. Wanneer het bijbelvers over de mens tot God zegt: “Weinig minder dan een engel hebt Gij hem gemaakt”, drukt dit precies datgene uit wat de mens moet betrachten: een leven dat dit van de engelen benadert. Het grootste verschil tussen een engel en een mensenziel bestaat hierin, dat een engel geen stoffelijk lichaam bezit en derhalve een volkomen geestelijk leven leidt. De mens leidt zijn aardse leven in een stoffelijk lichaam, dat een aantal behoeften heeft en precies daardoor vatbaar is voor de zonde: het leven in een stoffelijk lichaam is ons grote raakpunt met alles wat werelds is, en vormt daardoor een trekpool voor zonde en ondeugd. Dit maakt echter precies de verdienste van een leven in heiligheid des te groter: het loskomen van elke overmaat aan materiële behoeften vergt een voortdurende zelfoverwinning, en deze strijd is de bron van heiligende verdiensten. Hoe meer de ziel hierin slaagt, des te meer benadert zij de staat der engelen. Eén mensenziel heeft hierin ooit de volmaaktheid bereikt: Maria. Zij was niet “weinig minder dan een engel”, Zij stond boven alle engelen. Waarom? Omdat Zij zonder de erfzonde geschapen was, in staat van volmaakte heiligheid, en een leven wist te leiden van voortdurende zelfoverwinning: de overwinning in een strijd die engelen niet hoeven te voeren. Deze overwinning kennen wij ook onder de naam “volmaakte zelfbeheersing”. Maria heerste totaal over alle bekoring en over elke mogelijke ondeugd. Om die reden is Zij ook “vol van genade”: Zij heeft de genade nooit verloren. In Haar overwinning op de beproevingen en Haar beleving van alle deugden in overeenstemming met Gods Plannen is Zij geen enkele maal gestruikeld.
God verwacht van elke mensenziel dat zij zich tot levensdoel stelt om in staat van genade naar Hem terug te keren. De meerderheid van de zielen is zich niet (meer) bewust van de noodzaak van heiliging, noch van de onvoorstelbare schatten die wachten op de ziel die in staat van volkomen genade dit aardse leven beëindigt en zich voor Gods Gerecht aandient om geoordeeld te worden. De meeste zielen leven te weinig met de Hemelse waarden om zich hiervan rekenschap te geven of om prijs te stellen op Gods beloften voor de eeuwigheid, die zij op grond van verblinding en een zwak geloof vaak niet meer als een echte realiteit ervaren. Het verwerven van de staat van genade (heiligheid) gaat voor de ziel gepaard met een aantal veranderingen die haar zowel reeds op aarde alsook voor het Eeuwig Leven onschatbare voordelen brengen. De volgende kenmerken en effecten van de heiliging zijn mij geopenbaard als de meest genadevolle:
1.                    De ziel wordt steeds vuriger in de Liefde voor God, voor de medemens, en voor de Schepping als werk van Gods handen. De reden ligt voor de hand. Ik verwijs naar vroegere Stormschriften, alsook naar “De Hemelse Bruiloft” en “Lentebloesems aan de Levensboom”. In al deze geschriften is er uitvoerig op gewezen  de centrale rol van de Liefde in alle functies binnen Gods Werken. Het is gemakkelijk te begrijpen dat de heiliging van de ziel onmogelijk is zonder een grote ontwikkeling van het vermogen tot liefhebben. Naarmate de ziel het diepe wezen van de Liefde begint te doorgronden, begint zij Gods Werken en Plannen zelf te doorgronden. Naarmate zij zich vervolmaakt in de Liefde –  en bedenk hierbij dat alle deugden uiteindelijk uit de Liefde ontspruiten! –  wordt ook haar vereniging met God sterker en opent zich het venster op Gods Mysteries. Naarmate de ziel sterker wordt in de Liefde, krijgt zij méér deel aan Gods handelen, Zijn denken en Zijn Wijsheid. Naarmate de ziel groeit in de Liefde, neemt ook haar verlangen toe om zich totaal aan God te geven, met andere woorden: om haar eigen doen en laten in Gods Plannen en Werken te laten inbouwen, dus om met haar hele zijn en handelen een bouwsteen te worden in de fundering van Gods Rijk.
2.                    De ziel begint méér in de Hemel te leven dan op aarde. Dat komt doordat haar verlangens zich losmaken van de wereldse dingen, waarden en behoeften, die zij als zeer relatief en dus in wezen onbelangrijk begint te ervaren. Dat komt ook doordat de heiliging de Godskern in de ziel ontsluit, en zij zich daardoor haar Goddelijke oorsprong en bestemming begint te herinneren. Hierdoor groeit in de ziel snel het vurig verlangen naar vereniging met God. Al het wereldse begint in haar verveling en afschuw te verwekken, terwijl reeds louter de gedachte aan het Eeuwig Rijk het hart in een toestand van vervoering kan brengen. Wanneer deze toestand berust op authentieke heiliging (dus niet op fantasie of dweperij), vloeit hij voort uit een plotse bewustwording van de Hemelse werkelijkheid. Deze werkelijkheid draagt ieder mens in zijn ziel, doch bij de grote meerderheid van de zielen blijft deze een leven lang verborgen. Naarmate de ziel geheiligd wordt, wordt deze herinnering als het ware opnieuw “blootgelegd”: een uiting van de scherpere communicatie tussen de ziel en het Goddelijke. Het méér in de Hemel leven dan op aarde, openbaart zich bovendien in een behoefte om onophoudelijk in gesprek te zijn met de Hemel (Jezus, Maria, de Eeuwige Vader, de Heilige Geest, de heiligen en engelen), de Hemel bij elk detail van het dagelijks leven te betrekken, en alle handelingen, woorden en gedachten af te stemmen op Gods eigen doelstellingen en belangen. Deze gesteldheid verleent aan de ziel een uitstraling die haar méér laat lijken op Diegenen aan wie zij zich spiegelt: Maria, Jezus, enzovoort. De ziel gaat steeds méér gelijken op het model dat zij zich voor ogen houdt. Heeft zij een werelds idool, dan zal haar uitstraling eerder werelds zijn. Spiegelt zij zich daarentegen in alles aan de Heilige Maagd, dan zal Maria haar zodanig kneden dat zij, indien de genade voluit opgenomen wordt, tot een “tweede Maria” wordt.
3.                    In de ziel wordt steeds méér de sluier opgelicht die de Waarheid verbergt voor mensenogen, en zij krijgt méér deel aan de kennis van Gods Mysteries. Daarom kan men zeggen dat heiligheid de toegang ontsluit tot kennis die in de ziel verborgen ligt en die van Goddelijke oorsprong is, evenals tot kennis die de Heilige Geest over zielen zoekt uit te storten, omdat deze kennis de ziel zelf, en de mensheid als geheel, tot nut is om Gods Plan te bevorderen. In de kern van de ziel ligt het heilig Vuur dat God er bij de schepping van de ziel heeft ingelegd, en dat de ziel moet verheffen tot Gods beeld en gelijkenis. Sedert de erfzonde is deze kern niet meer vanzelf toegankelijk: de deur is gesloten, doch kan geopend worden door de werking van de genade in de ziel. Dit systeem verklaart de genade van de verwerving van kennis op bovennatuurlijke wijze, zoals deze in het kader van bepaalde roepingen verleend wordt. Het proces van de heiliging zou op dit punt vergeleken kunnen worden met het openen van een reeks deuren, de ene na de andere, waarbij elke nieuwe deur die zich opent een groter, vollediger en mooier panorama van Gods werkelijkheid ontsluit. Om deze reden kan het heiligen vergund worden om “door een sleutelgat te kijken” naar dat deel van Gods werkelijkheid dat normaal gesproken voor mensenogen verborgen blijft omdat onvoldoende gerijpte zielen geen weg zouden weten met de dingen die zij dan zouden zien of voelen: zij kunnen dit niet “in hun systeem inpassen” omdat zij geen inzicht of besef hebben van het onzichtbare gedeelte van de realiteit. Bedenk hierbij dat het overgrote gedeelte van Gods werkelijkheid voor mensenogen verborgen is. Wat u met uw zintuigen kunt zien, horen, voelen, waarnemen, is slechts een klein deeltje van Gods Schepping.
4.                    In de ziel werkt steeds méér de geest van Christus. Dit betekent dat zij het verlossend lijden tot één van de voornaamste elementen en bestrevingen van haar leven maakt, dat zij steeds méér verlangt naar de genade van het lijden, of ten minste bij elke gelegenheid tot het brengen van offers de daarmee gepaard gaande stroom van Liefde uit Gods Hart leert aanvoelen, en deze in dankbaarheid en blijmoedigheid in zich opneemt. De geest van Christus is in alle opzichten een betrachting van gelijkvormigheid met God: de ziel in staat van toenemende heiliging wil hetzelfde als God: zij verlangt boven alles naar de vestiging van Gods Rijk op aarde. Zij verlangt er bovendien naar, in haar eigen leven als het ware het leven van Christus op aarde te herhalen, en bestreeft daartoe, een volmaakte spiegel van Jezus of Maria te worden, in het bewustzijn dat de gelijkvormigheid met deze beide modellen van absolute volmaaktheid haar naar het Eeuwig Heil voert. Zij betracht dit ideaal overigens niet in de eerste plaats ter wille van haar eigen eeuwig welbevinden, doch om God door haar eigen leven te verheerlijken, zoals Jezus en Maria haar dit hebben voorgeleefd.
5.                    De ziel wordt steeds fijngevoeliger ten aanzien van zonde en ondeugd, zowel bij zichzelf als bij haar medemens. Zij voelt een steeds striktere behoefte aan de betrachting van zuiverheid in handelingen, gevoelens, gedachten, woorden en verlangens. Elke afwijking van de zuiverheid bij haar medemens, en méér nog van zichzelf uit, wordt voor haar tot een kwelling, een bron van diepe pijn, omdat haar toegenomen zondebesef haar steeds méér de ondeugd laat zien zoals God deze ziet. Door deze fijngevoeligheid wil God via deze zielen levendige getuigen voor Zijn Gerechtigheid in de wereld plaatsen. De ziel die een ongewone gevoeligheid ontwikkelt voor elke afwijking van de deugden, speelt als het ware een rol als levend geweten: zij voelt de droefheid van God Zelf over zelfs de geringste afwijking van Zijn Wet van Liefde, en helpt deze door haar hartenpijn uitboeten. Deze verandering in de ziel geeft uitdrukking aan een innige verbondenheid met het Hart van God (Maria.)
6.                    De ziel ervaart een steeds grotere drang om zich in dienst te stellen van Gods Plannen en Werken: de redding van zielen, bekeringen, het brengen van eerherstel, de afbetaling van de gemeenschappelijke zondeschuld van de hele mensheid tegenover de Goddelijke Gerechtigheid. Naarmate de ziel geheiligd wordt, groeit in haar de duidelijkheid over haar ware roeping, en begrijpt zij hoezeer dit aardse leven slechts een overgangsfase is. Het is dit besef dat in haar het Vuur aanwakkert om zich totaal aan God (Maria) toe te wijden en haar aardse leven ondergeschikt te maken aan het Eeuwig Leven. Deze eigenschap verklaart méér dan welke andere ook de gesteldheid die de ziel doet kiezen voor martelaarschap als het hoogste goed.  Deze ziel ervaart het lijden in eenheid met Jezus en Maria, en het helpen dragen van het lijden van Jezus en Maria in de medemens als een uitverkiezing die haar dierbaarder is dan een leven in comfort. Voor haar is het kruis het gouden bed van de Eeuwige Gelukzaligheid.
Wat hebben al deze kenmerken en effecten met elkaar gemeen? Zij wekken in de ziel buitengewone ervaringen van Gods nabijheid, en geven haar reeds tijdens dit leven een voorsmaak van het Eeuwig Leven. De ziel kan slechts het gevoel koesteren dat heiliging geen nut heeft in zoverre zij Gods bedoelingen niet heeft begrepen en de aanraking van Zijn hand in het eigen hart niet heeft ervaren. Bedenk dat Zijn Rijk op aarde pas gevestigd kan worden zodra voldoende zielen deze eenheid met God tot hoofddoel van hun leven hebben gemaakt.
BRON:uit de onderrichtingen van het Maria Domina Animarum Apostolaat:
(Zie onderrichtingen: Boeken: Stormschriften I)
http://www.maria-domina-animarum.net/


Het méér in de Hemel leven dan op aarde, openbaart zich bovendien in een behoefte om onophoudelijk in gesprek te zijn met de Hemel.”



ZEVEN WEESGEGROETEN TOT MARIA VOOR EEN HEILIG LEVEN:

Lieve Moeder Maria,
Omdat aan u als Middelares van alle Genaden alle macht over Gods heiligmakende gaven is geschonken, smeek ik u:
Om de verdiensten van uw jawoord aan de engel toen hij u vroeg of u de Moeder van de Messias wilde zijn, wil mij  de genade schenken van een leven in totale toewijding aan u in dienst van Gods Plan van Heil voor de zielen. Wees gegroet Maria middelares van alle genaden, vol van genade…

Om de verdiensten van uw eeuwige maagdelijkheid, wil mij  de genade schenken van een volmaakte kuisheid. Wees gegroet Maria Koningin van de zuiverheid, vol van genade…

Om de verdiensten van uw volmaakte Liefde, wil mij  de genade schenken van een groot vermogen tot onvoorwaardelijke, zuivere Liefde tot God en tot mijn medeschepselen, in zelfopoffering en dienstbaarheid. Wees gegroet Maria Koningin van de Liefde, vol van genade…

Om de verdiensten van uw eeuwige zondeloosheid, wil mij de genade schenken van een grote weerstand tegen alle bekoring en de vrijwaring van alle zonden, dwaling en misleiding. Wees gegroet Maria zonder zonden ontvangen, vol van genade…
Om uw verdiensten als de Moeder van Smarten, wil mij  de genade schenken van een groot vermogen om alle beproevingen en kruisen van het leven te dragen in aanvaarding, Liefde en overgave. Wees gegroet Maria moeder van Smarten, vol van genade…

Om de verdiensten van uw onwankelbaar geloof in de almacht van God, wil mij de genade schenken van een groot geloof in de onfeilbaarheid van Gods Voorzienigheid in alles wat op mijn levensweg komt. Wees gegroet Maria Koningin van de Goddelijke Voorzienigheid, vol van genade…

Om de verdiensten van uw leven in de geest der engelen, wil mij de genade schenken van het vermogen om de vele invloeden van de wereld op mijn ziel, lichaam, gevoelens, gedachten en verlangens te breken, en binnen te treden in het Goddelijk Leven. Wees gegroet Maria Koningin van de Engelen, vol van genade…

Bron gebed:Maria Domina Animarum Apostolaat: (Zie gebeden gebed n°785)
http://www.maria-domina-animarum.net/







Geen opmerkingen:

Een reactie posten