donderdag 16 februari 2017

VERTROUWEN EN GELOOF

 Wandeling in de Onbevlekte Tuin van Maria

VERTROUWEN EN GELOOF:

salie symbool voor vertrouwen; de eik symbool voor groot geloof


1. Verkenning van de Onbevlekte Tuin:
Hoe dieper de ziel het Paradijs van Maria mag verkennen, des te groter wordt Haar macht over de ziel. De betovering van deze Tuin van duizend wonderen is met niets te vergelijken. Oneindige schakeringen van Hemelse parfums en kleuren, rustgevende warmte, verfrissende wateren en een levenschenkende zachte bries schenken de ziel een eerste begrip van de waarheid dat het Eeuwig Leven inderdaad een onuitputtelijke bron van steeds nieuwe vervoeringen is. In de Onbevlekte Tuin zijn alle heerlijkheden uit Gods Hart verzameld: vele klaar om in de ziel te worden opgenomen en in haar tot zaad van navolging in de ware heiligheid uit te rijpen, oneindig veel méér echter verborgen, wachtend om te worden ontdekt naarmate de ziel dieper in Gods Mysteries mag doordringen.
Tussen alle heerlijkheden biedt de Onbevlekte Tuin de aanblik van de salie als symbool voor totaal vertrouwen. Van deze bloem zegden reeds de Romeinen: “Als gij salie in uw tuin hebt, hoe kunt gij dan sterven?”. De salie als symbool voor een rotsvast vertrouwen op het Eeuwig Leven, staat in Maria’s ziel symbool voor het blind en absoluut vertrouwen op de onfeilbare werking van Gods Voorzienigheid voor de zielen. Zij weet zeker dat God voor alles zorgt. Hierdoor valt Zij nooit ten prooi aan twijfel noch aan enige wanhoop. Zij kent zelfs geen vrees, want vrees is gebrek aan vertrouwen in de uiteindelijke overwinning van het Licht. In de donkerste uren van Haar leven wordt Zij niet gekweld door vrees, doch hooguit door diepe hartenpijn over de vatbaarheid van Haar medemens voor de negatieve influisteringen van de satan, waardoor veel leed over de zielen wordt gebracht.
Maria’s blind vertrouwen in Gods goede zorgen en de grenzeloosheid van Zijn Liefde zorgt ervoor dat Zij niet vlug geneigd is om alle moeilijkheden in Haar leven door eigen ingrijpen te regelen. Haar eerste reactie op elke hindernis is de vraag die Zij diep in Haar Hart stelt: Mijn God, wat verwacht U hier van Mij, welke wegen wil u Mij hiermee tonen? Wil Mij verlichten”. En Maria wacht, in de zekerheid dat Zij op Gods Tijd (hetzij onmiddellijk hetzij pas na enkele dagen of zelfs later) in de beslotenheid van Haar Hart de te volgen weg vóór Zich zal zien. Zij blijft rustig, bidt, en wacht af. Zij laat Zich niet overmeesteren door enig ongeduld noch voortvarendheid, want Zij weet dat, zolang Gods Geest Haar niet op ondubbelzinnige wijze de oplossing heeft getoond, Haar eigen ingrijpen Gods Plan zou tegenwerken. Zij weet dat God Haar een vlekkeloze Wijsheid en inzicht heeft geschonken, doch niettemin wacht Zij af tot Zij Haar beslissingen door God “voor akkoord ondertekend” weet.
Zij is totaal doordrongen van de overtuiging dat Haar gebed in afwachting van enige ontwikkeling in Haar probleem reeds het zaad uitstrooit waardoor het probleem op vruchtbare bodem zal vallen, met andere woorden: Maria sluit elke hindernis in Haar Hart, Zij verbindt het daar in gebed met God, en weet dat Gods Liefde samen met Haar gebed en Haar blind vertrouwen op Gods Voorzienigheid de oplossing zal brengen die binnen Gods Plannen en Werken het vruchtbaarst zal zijn. Het is voor Haar van ondergeschikt belang of de uiteindelijke oplossing al of niet de aangenaamste is voor Haar aardse leven, Zij weet Zich steeds getroost door de overtuiging dat God slechts doet wat voor het Eeuwig Heil van zoveel mogelijk zielen tegelijk het beste is.
Zo benadert Maria de schijnbaar uitzichtloze situaties van Haar leven. Na de onbeschrijflijke vervoering van de aankondiging van de Menswording van de Messias in Haar Schoot glijdt de geest van het jonge meisje even af naar de organisatie van Haar eerstvolgende levensperiode. Hoe zal Haar omgeving reageren? Diep in Haar Hart weet Zij dat God Haar de weg zal tonen die Zij moet bewandelen met Haar levensgezel Jozef. Zij weet ook dat hij zware kwellingen zal ondergaan, en menselijkerwijs in een verschrikkelijke strijd over Haar en zijn leven met Haar terecht zal komen. In diepe, onzelfzuchtige Liefde offert Zij dit vooruitzicht van diepe hartenpijnen op aan God en verzekert Zij Hem dat Zij zonder aarzelen de beproeving zal doorstaan, wetende dat Hij toch niets dan het beste met Haar en met Jozef voorheeft. Hoe zou de Eeuwige Wijsheid Haar het Moederschap over de Messias toevertrouwen en Haar een zo geschikte gezel als Jozef op de levensweg brengen, om daarna dit werelds probleem onopgelost te laten?
Wanneer Zij jaren later Kroongetuige is van de Kruisdood van de Verlosser, wordt Zij buitengewoon zwaar bekoord over de realiteit van de verwachte Verrijzenis, want voor de ogen der wereld is dit vooruitzicht niet zeer realistisch, doch opnieuw heerst bij Maria dat ongeloof in de mogelijkheid dat God op dat punt zou falen. In al Haar Smart is Zij diegene die Haar dichte omgeving moet sterken in het vertrouwen in de Opstanding.
Gelijkaardige situaties doen zich ook later nog voor, wanneer de jonge Kerk na het heengaan van Jezus haar eerste groeicrisissen beleeft en Maria deze zaken in blind vertrouwen in Gods handen legt om op Zijn Tijd opgelost te worden. Zij zal hetzelfde doen in Efese, waar Zij ervaart hoe de predikingen van Johannes en ook van Paulus moeten optornen tegen hardnekkig heidendom en bijgeloof.
Maria’s blind vertrouwen in de Goddelijke Voorzienigheid blijkt samen met Haar onbevlekte Liefde spoedig de basis te vormen van Haar totale onzelfzuchtigheid. Haar hele leven lang zal Zij Zichzelf totaal wegcijferen voor de noden van Haar medeschepselen (mens en dier), in de vaste overtuiging dat Haar eigen welbevinden in dit stoffelijk leven volkomen in Gods handen ligt. Haar blik blijft daarbij zozeer op het Hemelse gericht dat geen wereldse invloed de macht bezit om Haar diep te beïnvloeden. Haar leven lang ziet Maria alles wat reilt en zeilt in de wereld om Haar heen, en op Haar eigen levensweg, als de bouw aan een weg waarop de details geen enkele betekenis hebben doch die als geheel zal leiden naar de bestemming die in Gods Plan van Bestemming is voorzien.
Zij put uit deze beschouwing een onmetelijke rust. Geen enkele tegenslag ziet Zij aldus als absoluut (als iets dat een eigen leven kan of mag leiden en op zichzelf definitief is), doch als een passage, een noodzakelijke overgang naar iets anders. Zij ziet de tegenwind op Haar levensweg als een toestand die door de ziel optimaal benut moet worden om verdiensten te verwerven en genaden af te kopen voor de ontwikkeling naar een nieuwe toestand die de verwezenlijking van Gods Plannen mogelijk maakt. Hierdoor slaagt Zij erin om alles van harte te omhelzen en Haar vertrouwen en geloof niet te laten wankelen.
In de Onbevlekte Tuin ziet de ziel eveneens de indrukwekkende aanwezigheid van de eik, de koning van de loofbomen en machtig symbool voor het geloof dat in Maria de absolute top heeft bereikt. In feite is het voor Maria vrijwel onmogelijk om niet volmaakt te geloven, aangezien Zij een leven leidt dat totaal doorweven is met mystiek (rechtstreeks contact met het bovenwereldse, het Hemelse, het Goddelijke dat niet met de lichamelijke zintuigen waarneembaar is): Zij is door God bevrucht met een oneindige reeks waarlijk Goddelijke eigenschappen, aan Haar wordt de Hemelse Bruiloft met de Heilige Geest voltrokken, en Zij wordt Draagster van Gods Zoon, met wie Zij een volkomen eenheid van Hart zal ervaren. Ontelbare Hemelse visioenen en Goddelijke onderrichtingen worden als bloemen in Haar Hart gestrooid, en Zij leeft constant op een niveau dat ver boven het wereldse is verheven.
Niettemin wordt Maria in een onvoorstelbare mate door de satan (rechtstreeks zowel als via mensen) aangevallen op elk ogenblik waarop de omstandigheden het schijnbaar onzinnig maken om te geloven in het feit dat God bezig is, in diezelfde omstandigheden Zijn Werken te volbrengen.
Maria is bekleed met een Hemels verstand en ontelbare andere buitengewone gaven en unieke eigenschappen, zodat Zij reeds als heel klein meisje de aandacht van de grote bekoorder trekt. Wanneer hij het meisje tracht aan te sporen tot de gebruikelijke kinderzonden (ongehoorzaamheid, weerspannigheid, nukkigheid, kattenkwaad en zovele andere), begint Zij eenvoudigweg tot engelen of tot God Zelf te spreken, met een Liefde en een inzicht die zo ongewoon zijn dat de satan totaal geen vat op Haar krijgt. Dit kind is niet alleen een toonbeeld van braafheid en lieftalligheid, bovendien bedrijft Zij zelfs reeds op de leeftijd van slechts enkele jaren naastenliefde op een wijze die vele toeschouwers met verstomming slaat.
Zij deelt alles met arme bejaarde mensen en arme kinderen, Zij troost kinderen met woorden waarvan geen mens begrijpt waar Zij deze vandaan haalt, Zij verzorgt gewonde medeschepselen (kinderen en dieren, zelfs vertrapte planten) met een buitengewoon vertederende Liefde, zodat Zij in Haar dorp wordt beschouwd als een kleine levende zonnestraal. Wat de satan echter het meest in de war brengt, is de ervaring van zijn onmacht jegens Haar: het komt voor dat dit meisje zijn aanwezigheid daadwerkelijk ziet, dat Zij tot hem zegt dat Zij merkt dat hij niet de Liefde bezit die God in alle goede schepselen heeft gelegd, en dat hij dus niet van Gods wege naar Haar toe is gekomen, en dat Zij hem dan beveelt om zich van Haar te verwijderen. De bekoorder ziet vóór zich een meisje dat niet aangetast wil worden, dat geen werken wil doen die niet Gods Licht in zich dragen, en dat op hem overkomt als een burcht van geloof in God en vertrouwen op God. Het verwart hem dat hij in Haar nabijheid geen enkele kracht meer lijkt te bezitten.
Weinige jaren later, als tempelmaagd van ongeveer twaalf jaar oud, zal Maria tijdens de nacht, terwijl Zij boete verricht voor de bespoediging van de bevrijding van het volk van Israël door de Messias, in Haar kamer een duivel op bezoek krijgen die Haar poogt te ontmoedigen en uit te putten, en zal Zij hem bevelen om ter ere Gods op zijn knieën te gaan zitten tot Zij hem de toelating geeft om op te staan. Ondanks al zijn pogingen heeft hij niet de kracht om zich te verzetten, knielt hij neer, en wanneer Zij een uur later Haar hand in zijn richting uitstrekt en hem beveelt om te gaan in de Naam van de God van Israël, vlucht hij ijlings weg. Haar macht over hem was zo totaal omdat Zij rotsvast geloofde dat God in Haar was op elk ogenblik waarop Zij Zijn Werken deed, en Zij beschouwde het verlammen van een ziel die volkomen dood is voor de Liefde, als Gods Werk.


Haar geloof in God is zo extreem dat Zij tijdens contact met Gods grote vijand totaal lijkt te veranderen in vleesgeworden Goddelijke Gerechtigheid. Deze vaststelling komt volmaakt overeen met de visioenen die de Onbevlekte Meesteres mij nu en dan vergunt in het kader van Haar Openbaringen als Meesteres van alle zielen.
Deze eik is onschendbaar en onaantastbaar, en evenals de salie bekleedt met de volheid van het Goddelijk Leven. Zelfs de bliksems van de zwaarste beproevingen op Haar levensweg zullen Haar geloof niet kunnen splijten, want in deze Hemelse Burcht zijn het geloof en het vertrouwen in Gods Werking ingebouwd als een fundering die nooit zal wankelen. Haar geloof en vertrouwen zijn totaal omdat Zijzelf uit Liefde tot God heeft gewild dat zij totaal zouden zijn, als een eeuwigdurende verheerlijking aan Zijn Voorzienigheid, waarmee Hij alle levenspaden tekent en alle voeten op deze paden wil besturen.
Maria is een levende les voor de mate waarin de stenen van twijfel, onzekerheid, gepieker, zorgen en vrees op de levensweg verpulveren tot stof onder de voeten van de ziel die zo totaal op God vertrouwt en in Hem gelooft dat zij één wordt met Zijn kracht. In de Onbevlekte Tuin wordt duidelijk hoe waar het zou zijn om te zeggen: “Als gij het vertrouwen (op God) in uw tuin hebt, hoe kunt gij dan (in de ziel) sterven?”, En hoe onwankelbaar de ziel wordt wier geloof in God zo sterk is als een eik: bestand tegen alle stormen zolang hij gezond en goed gevoed blijft, en door God begiftigd met een levensduur die over het algemeen deze van het lichamelijk leven van de mens ver overtreft.
2. Bevruchting van de ziel in de Onbevlekte Tuin
Ik laat mij in verrukking brengen door de eindeloze schoonheden in de Onbevlekte Tuin van Maria, die een rotsvast vertrouwen en onwankelbaar geloof uitstraalt. Ik bied Haar mijn hart aan, opdat ik klaar moge zijn om totaal in Haar te worden opgenomen. Ik verlang zozeer dat de heerlijkheden van de Lusttuin van de Allerheiligste Drievuldigheid in mij kunnen overvloeien.
“O Maria, Onbevlekte Koningin van tijd en eeuwigheid, hoezeer verlang ik, in uw Tuin bevrucht te mogen worden met het zaad van Goddelijk Leven.
Mag ik drinken uit de bronnen van uw onovertroffen heiligheid.
Mag ik eten van de vruchten van uw deugden.
Mag ik mij reinigen met de dauw van de Heilige Geest.
Mag ik delen in de verrukkingen van uw schoonheid van hart en ziel.
Mag ik de bescherming genieten van uw macht over alle bekoring en zonde.
Mag ik in u opgericht worden in de bries der Eeuwige Waarheid.
Wil mij genezen van de zwakheid van mijn gewonde ziel.
O Onbevlekte Tuin uit Gods hand, wil mij de volkomen eenheid met u bekomen, opdat ik in uw navolging moge worden tot beeld en gelijkenis van God".
“O Onbevlekte Tuin uit Gods hand, wil mij de volkomen eenheid met u bekomen.”


O Spiegel van Gods Licht, tijdens het verblijf in uw Onbevlekte Tuin mag ik de bloemen en vruchten schouwen die de arme tuin van mijn ziel nodig heeft om gezond en vruchtbaar te worden en te blijven. Ik smeek u, te mogen  delen in uw zaad van Goddelijk Leven:
1.                       Meesteres van mijn ziel, geen enkele van uw ontelbare beproevingen kon uw geloof in Gods heilzame Werken in uw leven doen wankelen. Ik smeek u, beziel mij volkomen met uw geest, opdat de beproevingen van mijn levensweg mij niet kunnen doen twijfelen aan Gods werking in de wereld en in mij.
2.                       Meesteres van mijn ziel, u had steeds oog voor de werking van de Goddelijke Voorzienigheid in uw leven en in het leven van alle zielen. Ik smeek u, leer mij leven vanuit de overtuiging dat God mijn leven steeds in goede banen leidt via de tussenkomst van Zijn onfeilbare Voorzienigheid.
3.                       Meesteres van mijn ziel, u wist dat God onzichtbaar werkt doorheen alles wat de ziel op haar levensreis ontmoet. Ik smeek u, leer mij zien dat God werkt doorheen de woorden en daden van alle zielen die het goed met mij menen.
4.                       Meesteres van mijn ziel, nooit hebt u uw ogen afgewend van de Bron van alle goeds: de ene ware God. Ik smeek u, ontkracht in mij elke neiging om in de beproevingen en de vragen op mijn levensweg mijn vertrouwen te stellen in krachten die niet van God uitgaan of die bedoeld zijn om God te vervangen.
5.                       Meesteres van mijn ziel, u wist dat God de enige ware kracht in het leven is, en dat Zijn Verordeningen en Zijn enige ware Leer de Wet van het Leven vormen. Ik smeek u, verlicht mijn geest, opdat ik nooit gedachtegoed zou najagen dat mij wegleidt van de ene Waarheid van God.
6.                       Meesteres van mijn ziel, uw enige betrachting was, uw roeping te vervullen om Gods Werken te volbrengen, zonder enige zorg voor uw eigen noden. Ik smeek u, bevrucht mij met de stille zekerheid dat God voor alles in mijn leven zorgt, zodra ik mij vóór alles inzet voor Zijn Werken en Plannen.
7.                       Meesteres van mijn ziel, geen tegenwind kon uw innerlijke rust verstoren. Ik smeek u, geef dat ik mij nooit zorgen zou maken over de hindernissen en beproevingen op mijn levensweg, want het zal mij nooit ontbreken aan Gods kracht en aan uw bijstand.
8.                       Meesteres van mijn ziel, u hebt alle wereldse stormen beheerst door de vredige berusting van uw Hart in Gods Werken. Ik smeek u, sta niet toe dat ik mijzelf ten prooi laat vallen aan de angsten, onrust en onzekerheden die de moderne samenleving in de zielen schept omdat zij God heeft uitgebannen.
9.                       Meesteres van mijn ziel, u leefde van uur tot uur, in totale bereidheid om te dienen waar God u nodig had. Ik smeek u, bevrijd mij van de neiging om mijn hele leven zelf uit te stippelen en te plannen, in plaats van Gods Voorzienigheid de vrijheid te geven om mij elk ogenblik te leiden waar ik moet zijn.
3. Bloei van de eigen tuin – Maria’s lente in de ziel
In het geloof en het vertrouwen in God wordt de ziel als het ware een tweede maal geboren: zij sterft aan de wereld en zijn zinloze bedreigingen van het gemoed, en verrijst uit deze as als een wezen dat een Hemelse rust en een Vrede in zich ervaart, die bij elke beproeving, bij elke tegenwind, bij elke tegenslag of verlies verwijst naar de Bron van alle Leven, van alle Verlossing en heiliging, als de Oorsprong en de Eindbestemming van alles. Uit Hem stroomt alles wat het levenspad kruist, dus is het logisch dat uit Hem ook de zingeving voor dit alles stroomt.
Waarom zou de ziel zichzelf dan eindeloos kwellen met vragen waarop het antwoord voor alle eeuwen geborgen ligt in Gods Plan van Heil en Liefde voor alle zielen? De eik en de salie in de Onbevlekte Tuin lijken tot de ziel te fluisteren: “Zeg ons na: God heeft het zo voor mij voorzien, en mijn Meesteres heeft het voor mij gewild en op mijn levensweg gestalte gegeven, dat is voor mij genoeg. Elke bijkomende gedachte is diefstal van tijd en krachten die God alleen toebehoren”.
Het is de plicht van elke ziel, de rust en Vrede te verwerven die door het geloof en het vertrouwen in Gods Werken in haar eigen leven en in alle eeuwen worden uitgezaaid. Slechts door deze rust, Vrede en onverstoorbaarheid zal de ziel de werken kunnen volbrengen, waartoe zij via haar levensroeping is bestemd, zodat de Goddelijke Wijsheid zal oordelen dat zij de gaven die haar zijn geschonken en de tijd die haar op aarde is toegemeten, optimaal heeft benut.
Laat de Meesteres van alle zielen uw grond bewerken opdat dit zaad in u tot rijping kan komen:
1.                       Overwegingen tot sterking van het geloof. Indien God NIET zou bestaan, en niet werkzaam zou zijn, hoe zou men dan kunnen verklaren:

* de schepping en het bestaan van elk afzonderlijk dier, elke bloem, elke plant, elke planeet, elke ster, enzovoort...

* de buitengewone Intelligentie en Wijsheid die binnen de Schepping duidelijk alles regelt en stuurt, bijvoorbeeld de ontelbare sterren en planetenstelsels: alles is in beweging, en toch komt in normale omstandigheden niets in botsing met iets anders, en heersen in dit alles welbepaalde wetten, waarvan een aantal zelfs wiskundig en natuurkundig aangetoond en berekend kunnen worden;

* het geniale systeem van het menselijk lichaam: alle weefsels, organen, en hun afzonderlijke werking evenals hun onderlinge samenwerking en wisselwerkingen, en binnen het geheel de stofwisseling met zijn vele duizenden soorten reacties. Bedenk hierbij dat het menselijk lichaam slechts één voorbeeld vormt onder vele miljoenen verschillende soorten organismen;

* de ontelbare voorbeelden, in een mensenleven, voor het feit dat niets “zo maar” gebeurt: van talloze gebeurtenissen in elk mensenleven blijkt achteraf dat zij niet toevallig hebben plaatsgevonden, en dat ook het ogenblik waarop zij hebben plaatsgevonden, geen toeval was. Alles “klikt in elkaar” als miljarden radertjes in een reusachtige machine, bestuurd door de Goddelijke Voorzienigheid, met als enige stoorfactor: de vrije wil van de mens met zijn verleidbaarheden, zijn twijfels, zijn angsten en zijn nastreven van eigen kortstondig genot en voordeel;

* het feit dat zovele planten geneeskracht bezitten. Geen mens kan die genezende kracht in die betreffende planten stoppen, zij bezitten deze uit zichzelf, en vaak achterhaalt de mens dit feit pas zovele eeuwen na de schepping van deze planten;

* de instinctieve gedragspatronen van elke afzonderlijke diersoort, en de wijze waarop deze dieren deze gedragingen reeds spoedig na hun geboorte vertonen: wie heeft hen dit alles (dat zo abstract is) geleerd, tenzij een Wijsheid en Intelligentie die niet van deze wereld zijn?
2.                       Schep in uzelf de noodzakelijke basis voor oprecht vertrouwen door elke hindernis of beproeving op uw dagelijkse weg te benaderen op een POSITIEVE wijze. Verwacht bij voorbaat een gunstige afloop. Besef dat alle gepieker niets anders is dan tijd die u van God rooft, want gedurende uw gepieker kan Hij u voor niets anders gebruiken (piekeren sluit het hart af voor ware bezieling door de Heilige Geest; precies om deze reden is een negatief ingestelde of een piekerende ziel zo gauw geneigd tot ontmoediging, lusteloosheid, allerlei twijfel en zelfs doemdenken, en loopt zij het risico om de armen te laten hangen in de overtuiging dat alles zinloos is want “dat God haar verlaten heeft.”)

Zeg tot Maria: Meesteres van mijn levensweg, ik leg mijn beproevingen in uw handen. Ik vertrouw op uw vlekkeloze Liefde voor mij. Wat er ook moge gebeuren, ik vertrouw dat het voor mijn Eeuwig Heil het beste zal zijn”.

U zult merken dat u op termijn steeds rustiger zult worden onder alle beproevingen, want u zult niet langer gespannen zijn over het verloop en de uiteindelijke afloop ervan. Laat hierbij diep in u doordringen dat de macht van God en van Maria oneindig is, evenals Hun Liefde voor u, en dat datgene wat uiteindelijk zal gebeuren, door Hen zo beschikt zal zijn omdat het voor uw Eeuwig Zielenheil het beste is. Dit is Gods (en dus ook Maria’s) ENIGE betrachting: dat de ziel tot maximale ontplooiing komt, voor het Eeuwig Leven. Soms moeten hiervoor elementen van het aardse leven opgeofferd worden of bepaalde verlangens hier op aarde onverhoord blijven, doch de overgave en aanvaarding hiervan bevat het zaad voor uw Eeuwige Gelukzaligheid daarna. 

Stel uzelf deze vraag: Waarom zou God uw ziel scheppen om haar daarna in de steek te laten?
BRON: uit de onderrichtingen van het Maria Domina Animarum Apostolaat (zie onderrichtingen: Boeken: wedergeboorte van het aards paradijs.)






Geen opmerkingen:

Een reactie posten