zaterdag 11 maart 2017

MARIA DE TUINIERSTER VAN HET PARADIJS

MARIA DE TUINIERSTER VAN HET PARADIJS:

Lente betekent nieuw leven


Lente betekent nieuw leven. Gods Geest heeft ons de Moeder Gods laten zien en herkennen als het symbool voor de ware spirituele lente. Deze kennis loopt precies zoals een gouden draad doorheen onze hele verkondiging. God laat de zielen in deze Laatste Tijden Maria nieuw ontdekken en waarderen als een wonderbare Brug. De Heilige Maagd beschikt over de Liefde en over de nog zozeer miskende macht om zielen inwendig zo om te vormen, dat het zaad van hun talenten en gaven niet langer onbenut blijft liggen en niet langer beetje bij beetje door het onkruid van wereldse invloeden wordt verteerd, doch dat dit zaad de ware lente kan beleven.
Een leven in en met Maria betekent een wedergeboorte, een opstanding uit het graf van de wereldse verlangens en gehechtheden voor een bloei zoals de ziel zich deze doorgaans nooit had kunnen voorstellen. De lentebloesems in de ziel zijn de deugden, die uit de winterslaap van het werelds leven tot nieuw leven worden gewekt en die geleidelijk aan uit het sap van de Hemelse bezieling van Maria’s innige tegenwoordigheid de vruchten van een zomer in de ziel bereiden. Wonderbare ruil: God schenkt de ziel Maria, die deze ziel voedt met de melk van totaal nieuwe inzichten en wijzen van beschouwen, en de ziel... bloeit en rijpt, ter ere van God en ten dienste van Zijn Heilsplan. Doordat de ziel die zich vrijwillig aan Maria’s leiding onderwerpt, tot een levende lente wordt omgevormd, eert zij ten diepste het ware Wezen van God, die de Bron van het Leven en van de bloeikracht is.
Zo wekt Maria voortdurend zielen uit de winter op, brengt in hen de ware Lente tot stand en leidt deze zielen dan de zomer van de hoogste vruchtbaarheid binnen. De tuin van de ziel bereikt zijn door God voorziene groei des te sneller naarmate hij zich precies naar Gods Wetten schikt, omdat in deze eenheid met Gods Hart en met Gods Wil Gods Intelligentie zich ongeremd kan uitwerken. Waar Gods Intelligentie zich in het levend wezen ongeremd kan uitwerken, heerst volkomen gezondheid. Dit geldt niet slechts voor het stoffelijk leven, doch net zo zeer voor het zielenleven. De bodem waarin Gods tegenwoordigheid ongeremd en zonder menselijke inmenging werkzaam kan zijn, is door en door gezond. Zo kan ook de bodem van de ziel des te gezonder worden naarmate de ziel zich in zelfverloochening aan Maria geeft, die dan in haar Gods Wetten tot volle ontplooiing brengt. Deze bodem laat zich slechts voeden uit het Hart van de Moeder Gods. Het onkruid der bekoringen verwelkt bij gebrek aan datgene wat het nodig heeft om zijn woekering verder te zetten. Een leven in en met Maria damt elke vloed van de duisternis in, die zich op de ziel tracht neer te storten.
Maria brengt de zonnestralen uit Gods Hart naar de zielentuin. Deze zonnestralen zijn volgeladen met Liefde (de essentie van het Goddelijk Leven), Licht (het inzicht in goed en kwaad, en in de ware Wijsheid) en geborgenheid (het ware geloof en de ware hoop.) In een zielentuin in dewelke de voeten van de Hemelse Koningin de bodem beheersen, wordt voor de slang der bekoringen en dwalingen het leven tot een kwelling, want deze tuin herinnert haar er voortdurend aan, dat zij is bestemd voor de ultieme vernedering onder de voeten van Diegene, Die van God macht over alle zielen en over elk werk van duisternis heeft ontvangen. De Goddelijke oorsprong van deze macht blijkt uit het feit dat zij wordt gebruikt om het goede volkomen te heiligen en het slechte onwerkzaam te maken. Alle Licht wordt naar God toe verheven, alle duisternis wordt vernederd en verlamd.
De ziel die zich onbeperkt aan de Koningin des Hemels weggeeft en in alle details van het dagelijks leven volgens deze overgave leeft, zal dit op zekere dag volkomen inzien, omdat al haar bloemen, planten en bomen dan nog slechts worden gevoed uit het sap dat de Meesteres van alle zielen, de tuinierster van het Paradijs, haar recht uit Haar Hart laat toevloeien. Deze zielen denken, voelen, spreken, verlangen en handelen van dag tot dag méér volgens het patroon van hun tuinierster Zelf, en worden door Haar in het onzichtbare steeds intenser met de Bron van alle Leven verbonden. Het schepsel drinkt dan uitsluitend uit de maagdelijke vijver der genaden, en maakt daarbij van elke vezel van haar wezen een getuige en een spiegel van het Goddelijk Leven.

BRON: Maria Domina Animarum Apostolaat: (zie onderrichtingen: meditaties: de tuinierster van het paradijs.)


“Een leven in en met Maria betekent een wedergeboorte, een opstanding uit het graf van de wereldse verlangens en gehechtheden voor een bloei zoals de ziel zich deze doorgaans nooit had kunnen voorstellen.”




Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen