dinsdag 27 juni 2017

DE WEG NAAR GODS HART


DE WEG NAAR GODS HART:
Onderrichting door Maria over deze weg:

"Zielen van Mijn Onbevlekt Hart, Mij is kennis gegeven van Gods bedoelingen met de levensweg van ieder van jullie. Mij is ook macht gegeven over de vormgeving van die weg. Zodra de ziel zich totaal aan Mij toewijdt, ben Ik haar landkaart: Ik leid haar langsheen haar levensweg, en leer haar de betekenis van de landschappen langsheen die weg, opdat zij diep in haar hart moge voelen wat God van haar verwacht. Elke levensweg is bedoeld als een weg naar Gods Hart. Geen twee zielen worden op precies dezelfde weg geroepen, zodat het landschap langsheen de levensweg voor elke ziel verschillend is. Geen twee zielen krijgen dezelfde bagage voor onderweg mee. De bagage is het geheel van de vermogens en bekwaamheden van de ziel, en haar voedsel om de weg tot een goed einde te kunnen brengen. De ziel kan zelf haar bagage veranderen, door eigen wegen te kiezen, die afwijken van deze van haar eigenlijke roeping. In wezen pleegt deze ziel diefstal jegens God, want zij eigent zich voorraden toe die zij niet van God heeft meegekregen.
Ik wil hiervoor het volgend beeld gebruiken: Wanneer God een ziel op tocht zendt met een rugzak vol appelen, mag zij deze niet inruilen voor een rugzak vol peren, want God heeft haar de appelen meegegeven omdat zij deze voor haar levensweg nodig zou hebben, en niet de peren. Indien zij niettemin de appelen ruilt voor peren, zal zij op haar levensweg verhongeren, en bovendien niet de soort vruchten voortbrengen, die God van haar verwacht. Op een bagage die de ziel zelf verzamelt, rust niet Gods zegen. De ziel ervaart dit vroeg of laat doordat de taken, waartoe zij niet door God is geroepen, haar verzwakken en haar zelfs inwendig ontwrichten.
Diep in elke ziel ligt een kiem van Gods Eeuwige Wijsheid verborgen, die de ziel de richting, het doel en de zin van haar levensweg toont. Door wereldse invloeden en door de eigen vrije wil van de ziel wordt deze kiem heel vaak in zijn bloei geremd en zelfs verstikt. Eén van de grote doelstellingen van de volkomen toewijding aan Mij is deze, dat Ik deze kiem van wijsheid met nieuwe levenskracht tracht te voeden en Ik de ziel wil leren, alle remmende factoren onwerkzaam te maken. Gods Voorzienigheid heeft het zo beschikt dat de levensweg van elke ziel vele bochten en vele zijwegen ontmoet. Zo bereikt de ziel vele punten waarop zij keuzen moet maken. Dit is nodig voor haar ontwikkeling, voor haar reis naar de heiligheid die God voor haar verlangt. Daarom noem Ik de vrije wil van de ziel de sleutel tot het Paradijs. De ziel kan deze sleutel gebruiken tot haar voordeel of tot haar nadeel.
Zie, vaak tekent de ziel voor zichzelf een weg uit, die beter bij haar lijkt te passen. Vaak ook, volgt zij niet de bochten die God voor haar voorziet – omdat deze voor haar vervolmaking nodig zijn – doch gaat zij rechtuit en verzeilt hierdoor op een weg van haar eigen keuze. Zij meent dat zij God dient door rechtuit te gaan, doch merkt laattijdig dat het landschap niet meer door Gods zegen wordt bevrucht: Het wordt tot een woestijn vol slangen en schorpioenen, vol dodelijk vergif voor het zieleleven. Zo vaak kiest de ziel voor een weg die schijnbaar bij haar past, doch haar in werkelijkheid alle vruchtbaarheid doet verliezen.
De weg van de ware roeping is een weg vol bochten, want hij vraagt voortdurende aanpassingen en soepelheid. Het is een weg vol bloemen, waarvan sommige giftig zijn, doch die de ziel leert herkennen zolang zij het verlangen heeft om Gods Waarheid in alles te kennen. Rond de bloemen dansen vlinders: verheugende elementen die echter onzeker zijn, want zekerheden zijn de vijanden van de verdiensten voor de ziel. Indien de ziel alles met zekerheid wist en kon voorspellen, zou zij niet de verdiensten van het blind geloof en de blinde overgave kunnen verwerven. De vlinders langsheen de levensweg maken de ziel opmerkzaam: De onzekerheden houden het geweten op scherp. Zodra de ziel eigen wegen gaat, komt zij in landschappen waaruit zowel de bloemen als de vlinders verdwijnen: Het Ware Leven trekt uit de ziel weg, en het geweten wordt geleidelijk minder werkzaam.
Lieve zielen, geef Mij de kans om Gids en Meesteres van jullie weg te zijn, opdat Ik jullie de tekenen van het landschap kan leren, en de Wetten van het Goddelijk Leven in jullie kan branden. Vertrouw op Mij en gehoorzaam mijn wenken in jullie harten, want Ik wil jullie Schild zijn tot aan de poort van het Paradijs. Onthoud dat de juiste weg deze is, waartoe God de ziel roept. Wanneer de ziel eigen wegen kiest of eigen verlangens als haar ware roeping beschouwt, zal het haar aan drijfkracht ontbreken om deze zelf gekozen weg te voltooien met de vreugde en Vrede van de ziel die door Gods Geest wordt bestuurd. Geen zaad komt tot rijping wanneer het niet rechtstreeks uit Gods hand aan de zaaier wordt gegeven en niet op Gods Tijd en op de door God aangewezen plaatsen wordt uitgestrooid. Ik ben de gouden stem uit het Paradijs, Ik heb de macht om de beschikkingen van Gods Voorzienigheid aan de zielen kenbaar te maken".

BRON: Maria Domina Animarum Apostolaat (zie openbaringen 20 juli 2009)
“Lieve zielen, geef Mij de kans om Gids en Meesteres van jullie weg te zijn, opdat Ik jullie de tekenen van het landschap kan leren, en de Wetten van het Goddelijk Leven in jullie kan branden. Vertrouw op Mij en gehoorzaam mijn wenken in jullie harten, want Ik wil jullie Schild zijn tot aan de poort van het Paradijs.”




vrijdag 16 juni 2017

HET GEBED


HET GEBED:



Onderrichting over het gebed:

"Elk gebed dat waarlijk door Gods Geest is geïnspireerd, draagt in zich een kracht die God erin heeft gelegd opdat het zou kunnen dienen tot voltooiing van Zijn Werken ten gunste van Zijn Schepping en de grondvesting van Zijn Rijk op aarde. Deze kracht gaat niet automatisch van het gebed uit, zij wordt pas ontsloten door:
   1.Het vertrouwen en het geloof van de biddende ziel in deze kracht.
    2.De zuiverheid van de Liefde van de biddende ziel jegens God en de Schepping.
    3.De oprechte wil van de biddende ziel om het gebed te maken tot een actief werktuig tot vervulling van Gods Heilsplan.
In de mate waarin deze drie voorwaarden meer of minder vervuld zijn, ontplooit het gebed een groter of kleiner aandeel van de kracht waarmee het geladen is.
De concrete uitwerking van een gebed wordt door vele factoren beïnvloed, in het bijzonder door Gods Plan met de Schepping, door de staat van genade van de biddende ziel, en door de noden van Gods Gerechtigheid (die op zich reeds in hoofdzaak wordt bepaald door de staat van genade of ongenade van de mensheid als geheel.) Zelfs in de gevallen waarin dit alles geen zichtbare uitwerking van het gebed toelaat, zal een gebed dat wordt verricht door een ziel die tijdens het bidden aan de drie voorwaarden voldoet, minstens een verborgen uitwerking krijgen in de ontwikkeling en bloei van de ziel zelf".

BRON: Maria Domina Animarum Apostolaat (zie gebeden-inleiding.)

Elk gebed dat waarlijk door Gods Geest is geïnspireerd, draagt in zich een kracht die God erin heeft gelegd opdat het zou kunnen dienen tot voltooiing van Zijn Werken.”



BID om de H.Geest!

“Onze tijd heeft een enorm grote nood aan de uitstorting van de Gaven van Gods Geest in de zielen. Ondanks de snel toenemende graad van materiële ontwikkeling is deze wereld in een ongeëvenaard diepe duisternis gehuld. Aanroeping en gebed tot de Heilige Geest is één van de belangrijkste sleutels tot de vestiging van het Rijk van Christus op aarde. Het is dan ook geen toeval dat de Allerheiligste Maagd Maria zo vurig aanspoort om ons tot de Heilige Geest te wenden. Doe dit steeds in vereniging met Maria, want Haar macht voor het bekomen van de uitstortingen van de Heilige Geest is waarlijk onbegrensd. Dien Haar in volmaakte gehoorzaamheid, en Zij zal u de oneindige schatten van de Heilige Geest schenken, die uw hele wezen en leven reeds hier op aarde in een ongekende mate zullen veranderen.”

Zie ook blog over bidden-gebed:






dinsdag 13 juni 2017

SACRAMENTSDAG

SACRAMENTSDAG:

tweede donderdag na Pinksteren


Het heilig Sacrament


 

Op Witte Donderdag stelde Jezus de Heilige Eucharistie in. De Heiland stak het nooit onder stoelen of banken dat Hij absoluut bij de zielen wilde blijven. Deze Belofte maakte voor Hem eenvoudig deel uit van het Nieuw Verbond: God stelt Zichzelf voor Zijn schepselen tegenwoordig. Dat is opmerkelijk. Toen God de eerste mensenzielen schiep, was Hij er voor hen in een waarneembare vorm, omdat de eerste zielen met een zodanige mystieke gevoeligheid waren uitgerust dat God Zich, vanuit hun waarneming beschouwd, voortdurend in tastbare nabijheid bevond. Door de erfzonde scheurde als het ware de band van deze spontaan vaststelbare eenheid tussen de mensenziel en God. Met het Nieuw Verbond heeft God deze band willen herstellen, en wel in diverse opzichten. De Zoon Gods kwam immers:
1.                       Om de zielen de Waarheid van de Goddelijke Wetten in herinnering te brengen, met de bedoeling dat de zielen opnieuw nader tot hun God zouden kunnen komen.
2.                       Om door een absoluut volmaakt Leven van Liefde en Lijden de Verlossing der zielen te ontsluiten, opdat zij nader tot God zouden kunnen komen.
3.                       Om Zijn Kerk te grondvesten, in en door dewelke God de zielen op een bijzondere wijze kunnen aanraken, en wel via de Sacramenten.
Op Witte Donderdag stelde Jezus Christus, Gods Zoon, Zich in het Allerheiligste Sacrament tegenwoordig, en wel voor alle tijden. In deze instelling verborg God immense schatten van verlossing voor elke ziel die ernaar zou verlangen, uit louter Liefde haar God “in zich te kunnen opnemen”. De wonderbare gebeurtenis van de instelling van de Heilige Eucharistie als vertegenwoordiging van Gods Aanwezigheid werd nog diezelfde avond – vanuit het menselijk standpunt beschouwd – “overschaduwd”, vanwege het Lijden, dat in de loop van de daaropvolgende ongeveer achttien uren moest worden volbracht.
“de werkelijke aanwezigheid van Jezus in de H.Communie.”



Vandaag echter, gedenken wij op plechtige wijze de vervulling van de Goddelijke Belofte van Zijn vaststelbare, ononderbroken Tegenwoordigheid bij ons. Weliswaar moest deze Belofte door het voltrekken van het verlossend lijden worden bekroond en bezegeld, doch op zichzelf bestaat nauwelijks iets groters dan een Liefde die God ertoe aanzet, absoluut bij de schepselen te willen blijven, die Hem op grond van de onvolkomenheid van hun Liefde voor Hem zo veel verdriet bereiden, en deze zelfde schepselen bovendien nog de omgang met Zijn eucharistische tegenwoordigheid toe te vertrouwen: Het schepsel mag, ondanks zijn zondigheid – d.w.z. ondanks zijn onvermogen, in alle omstandigheden met God om te gaan zoals de Wet van de Liefde dit vooropstelt – de vaststelbare tegenwoordigheid van zijn God genieten en deze voelbaar in zich opnemen (elke ziel), en zelfs aanraken (de priesters.)
In wezen kan derhalve worden gesteld dat God Zich totaal aan de zielen overgeeft, Zich zelfs aan hen “uitlevert”. Een waarlijk alleenstaand geval was dit in die zin niet, dat Hij zich eveneens aan de zielen uitleverde opdat deze zijn verschrikkelijk Lijden aan Hem zouden voltrekken. Net vóór die uitlevering echter, leverde Hij Zich voor alle tijden aan de zielen uit in het allerheiligste Sacrament van het Altaar. Opmerkelijk: God maakt Zich voor alle zielen beschikbaar, bereikbaar, maakt Zich voor hen zelfs tot tastbaar voedsel. Meteen daarna bewijst Hij de waarachtigheid van deze Belofte door Zich grenzeloos aan de zielen uit te leveren voor de voltrekking van Zijn lijden: Hij legt letterlijk Zijn Leven als Godmens in mensenhanden. Jezus Christus heeft ons willen bewijzen dat Zijn liefde voor ons volmaakt is, dat Zijn vertrouwen in ons volmaakt is, en dat de vrije menselijke wil inderdaad onschendbaar is, want de ziel mag haar God zelfs de dood in jagen.
Jezus leerde ons in dit proces echter ook, dat God Zich zelfs van een zondig gebruik van de vrije wil van de mens kan bedienen om Zijn Heilsplan een grote stap dichter naar diens voltooiing te brengen:
·                            De vrije wil van de mens joeg de Godmens de dood in, doch God van Zijn kant voltrok precies op die handeling Zijn Mysterie tot Verlossing der zielen.
·                            Nu mag de menselijke wil er vrij over beslissen, hoe hij met zijn God in de Sacramenten omgaat. God van Zijn kant, heeft Zich tot doel gesteld, precies door die aanraking de vrije wil van de mens in Zijn verlossende en heiligende Wil te laten overvloeien.
Liefde, steeds weer Liefde, en niets anders dan dat... Waar God ook verschijnt en werkt, wordt het zaad der volmaakte Liefde uitgestrooid, en tracht dit zaad, vaak dwars doorheen de rotsbodem van de menselijke hardheid, als bloem van het Ware Leven op te schieten. Dit alles betekent niet dat God het goedkeurt wanneer de mensenziel haar vrije wil gebruikt op enige wijze die Zijn Heilsplan niet dient of die niet in overeenstemming is met Zijn Wil. Het is echter een ultiem bewijs voor de volmaaktheid van Zijn Liefde, Zijn Wijsheid en Zijn macht, dat Hij uit alle duisternis Licht tracht te bereiden. Voor de mensenziel is dit geen vrijgeleide naar zonde en ondeugd, doch een teken van hoop voor de ziel van goede wil. Vandaag is een geschikte dag om ons even over dit alles te bezinnen.

BRON: Maria Domina Animarum Apostolaat (zie onderrichtingen: Sluier van goud)

"Jezus blijft aanwezig in het sacrament van de Eucharistie: Deze Belofte maakte voor Hem eenvoudig deel uit van het Nieuw Verbond."



zondag 4 juni 2017

ONZE HEMELSE SPAARPOT

De Hemelse spaarpot en de Hemelse spaarrekening:


“Laten we onze hemelse spaarpot beheren door Maria.”



 

Stel u voor dat u weinig bemiddeld bent doch wel iets absoluut nodig hebt. Het kost u veel moeite om geldstuk na geldstuk in een spaarpot te stoppen om het nodige bedrag bij elkaar te kunnen brengen.
Uw spaarpot kan een fortuin bevatten. Laten wij aannemen dat u niet kunt zien hoeveel hij op elk ogenblik bevat. Welnu, onmiddellijk vóór hij vol is, bent u dus in werkelijkheid rijk, maar u merkt er nog niets van.
Dit is precies wat gebeurt wanneer u met moeite en allerlei pijnen bidt, boet en offert voor een bekering of een andere speciale genade: Gebed na gebed, boete na boete, offer na offer komt de verhoring dichterbij, doch u merkt niets tot de spaarpot volledig vol is.
Wanneer u uw leven en wezen aan Maria toewijdt, is Zij de Beheerster van uw spaargeld. U verbindt zich ertoe, Haar levenslang over uw spaargeld te laten beschikken. Zij gebruikt uw spaargeld voor de afbetaling van allerlei werken van God. Uw spaarintentie kan daar één van zijn.
Bedenk bovendien dat God aan uw spaargeld ongemerkt Hemelse intresten toevoegt naarmate u de spaarpot tot Maria’s beschikking laat, en niet voortdurend wil weten hoeveel hij reeds bevat en wanneer hij eindelijk vol zal zijn.
Het geheim van een rendabele belegging voor Gods werken luidt:
·                            *toewijding van al onze werken aan God, bij voorkeur via Maria.
·                            *Geloof in Maria als volmaakte Beheerster van onze spaarinspanning.
·                            *Liefde voor de inspanning in het besef dat het spaargeld van uw beproevingen de uitvoering van Gods Werken mogelijk maakt.
·                            *Onwankelbare hoop op een Hemels rendement van al onze inspanningen.

Elke spaarder (= elke ziel op aarde) krijgt daarenboven van God ongemerkt een spaarrekening in de Hemel.
Op uw spaarrekening verhoogt het kapitaal bij elke handeling, elk woord, elke gedachte, elk gevoel en elk verlangen die van u uitgaan met een positieve invloed op de verwezenlijking van Gods Werken en Plannen.
Hoe meer u uw spaargeld belangeloos ten dienste stelt van Maria’s intenties, des te hoger wordt de intrestvoet die God op deze Hemelse spaarrekening toepast.
Uw Hemelse spaarrekening wordt dus groter telkens van u iets uitgaat dat Gods Heilsplan voor alle zielen ten goede komt, en u alle vruchten van uw inspanningen, beproevingen en lijden belangeloos aan Maria afstaat.
Bedenk dat deze spaarrekening de rijkdom van uw ziel zal vormen in het Eeuwig Leven

BRON: Maria Domina Animarum Apostolaat (zie onderrichtingen: Meditaties: Mariabloempjes)

“Hoe meer u uw spaargeld belangeloos ten dienste stelt van Maria’s intentiesdes te hoger wordt de intrestvoet die God op deze Hemelse spaarrekening toepast.”