maandag 12 september 2016

DE KRUISWEG

De dagen van de passie van Christus:
 (goede vrijdag)

De KRUISWEG:

 O JEZUS, IK AANBID EN IK BEMIN U, OMDAT Gij DOOR UW HEILIG KRUIS, DE WERELD HEBT VERLOST.


Op de binnenplaats van de Romeinse burcht wordt Jezus bij het Kruis gebracht. Ik zie hoe Hij ernaast op de knieën valt, het teder omklemt, en weent. Zijn Hart brandt, en de Eeuwige Liefde laat mij de volgende verzuchting uit dit vurige Hart aflezen:
“O Vader, voor de bruiloft met dit Kruis ben Ik in de wereld gezonden. Zo heeft Uw Wijsheid het beschikt, dat Uw Zoon de bruiloft zou sluiten met het Kruis dat de Verlossing zal bezegelen, doch dat de vruchten uit deze bruiloft slechts geboren kunnen worden in het hart van elke afzonderlijke ziel, door haar eigen omhelzing met het kruis van haar leven. O Kruis, hoezeer heb Ik u lief. De Eeuwige Gelukzaligheid zult gij brengen aan velen, want door Mijn bruiloft met u zullen de verwoestende uitwerkingen van de erfzonde uitgeveegd worden uit elke ziel die u in Mijn navolging zal liefhebben op de kruisweg die haar eigen leven zal zijn. Aan u gehecht, zal Ik sterven in het Vlees, opdat alle zielen die u beminnen, mogen sterven aan de behoeften en begeerten van het vlees, en opdat hun heiligheid moge leven.
Op dit ogenblik verlangt de Verlosser vurig dat de opneming van Zijn Kruis elke ziel bereid zou maken om elke dag opnieuw het kruis van haar lasten op te nemen, het te omhelzen uit Liefde tot Jezus, en het aan Maria op te dragen tot uitboeting van de zonden der wereld. Maria bevindt Zich niet in de onmiddellijke nabijheid van Jezus, doch is in het Hart op de meest intense wijze met Hem verbonden. Het behoort tot de vurigste verlangens van de Verlosser dat de mensenzielen van alle eeuwen in zich de genade tot vrucht zouden brengen, deze verbondenheid tussen Zijn Hart en dat van Maria te erkennen en in de onvolprezen verlossende macht ervan te geloven.
Van het grootste belang is de vaststelling dat Jezus in Zijn verzuchting tijdens Zijn kennismaking met het Kruis onmiskenbaar laat blijken dat Zijn Verlossingswerk slechts de bruiloft is, doch dat de ware vrucht (als het ware het kind) uit die bruiloft in elke ziel afzonderlijk geboren zal moeten worden, met actieve medewerking van de ziel. Wanneer wij daarbij rekening houden met het feit dat Jezus doorheen de hele Passie in Zijn Hart op de Eeuwige Vader en op Zijn Moeder was gericht, hoeft het ons niet te verbazen dat Hij in Zijn Hart elk element van Zijn Lijden met de Smart van Maria verbond. Reeds vóór de Passie had Hij Zijn intentie te kennen gegeven, dat Hij Maria aan de zielen zou geven. Hij zou dit doen met als enige bedoeling, de voltooiing van Zijn Verlossingswerk in elke ziel mogelijk te maken.
Wij mogen nooit uit het oog verliezen dat God in al Zijn handelen (Werken) en in al Zijn Plannen slechts één doel nastreeft: het Eeuwig Heil van alle zielen. Precies dit was de bedoeling van de Passie, van de vormgeving ervan, en van alles wat de vruchtbaarheid ervan doorheen de eeuwen zou verhogen. Om deze vruchtbaarheid te verhogen, werd Maria toen reeds bij Goddelijke Beschikking voorzien als de Medeverlosseres, die in elke ziel de ontvankelijkheid voor het zaad uit de Werken van de Christus zou verhogen. De God van Liefde heeft niets aan het toeval overgelaten. Het zaad was voorbereid, de voorbereiding van de akkers was door de Goddelijke Zaaier begonnen en zou door de Heilige Geest bij voorkeur via Maria worden bekroond, en de Zaaier stond nu op het punt om de inzaaiing te voltooien.
De Kruisweg begint, en Jezus wankelt onder het enorme gewicht van het Kruis, dat Hij de eerste ogenblikken nauwelijks in een positie kan brengen die het mogelijk zou maken om er niet spoedig alle greep op te verliezen. Ik zie en voel hoe vreselijk erg Hij wordt gehinderd door het feit dat op Zijn bovenrug tot en met de rechter schouder vrijwel geen centimeter zonder opengerukt vlees is te vinden. De geseling heeft ontelbare wonden achtergelaten, die nu rauw, scherp bijtend en ontstoken aanvoelen.
De wankeling van Jezus bij het opnemen van het Kruis staat symbool voor de enorme zondelast van de mensheid van alle eeuwen – bedenken wij bovendien hoe uitgeput Jezus op dat ogenblik reeds is. Terwijl Hij het Kruis draagt, krijgt Hij nog geregeld slagen. Jezus bidt in de beslotenheid van Zijn Hart:
“O Vader, moge dit alles de kracht bekomen voor de zielen die, terwijl zij de overtredingen van Uw Wet uitboeten, hierbij gehinderd zullen worden door de slagen die duistere krachten hen zullen toebrengen door vervolging en tegenkantingen van allerlei soort. Moge het ook de wankelmoedigen helpen om zonder aarzeling te kiezen voor het Ware Licht, want slechts de schijnlichten der wereld kunnen de ziel zo verblinden dat zij wankelt”.
Wankelend onder het Kruis zie ik Jezus in de overwegend smalle stegen van Jeruzalem. Het beeld doet denken aan het feit dat de beproevingen van het leven mensenzielen vaak heel moeilijk vallen, zodat hun levensweg hen eng en beklemmend toeschijnt, en de zon (= Gods Licht) hun op vele plaatsen van hun weg nauwelijks lijkt te bereiken. Zoals Jezus langs beide zijden van de weg door velen beschimpt en gehinderd wordt, voelt ook elke ziel zich door vele beproevingen (kruisen) van het leven beklemd en gehinderd, zodat zij wel eens het gevoel krijgt dat zij onder de kruisen bezwijkt.
Dat is wat nu in de Kruisweg van Jezus tot uitdrukking komt. De Verlosser offert voortdurend de zwakheden van de zielen van alle tijden, en de kruisen die verloochend zullen worden omdat zielen de strijd voor hun Heil niet langer zullen willen voeren. Jezus valt, en toont hier hoe vele zielen vallen onder hun hoogmoed, en hierdoor eigenlijk letterlijk hun contact met het wereldse (de grond, de aarde) opnieuw intenser maken. Jezus bidt de Eeuwige Vader dat de zielen van goede wil de kracht zouden krijgen om niet te wankelen onder de beproevingen, om zich bewust te worden van hun fouten en nalatigheden, die het hun op aarde zo moeilijk maken om de weg naar het Heil te voltooien, en om spoedig opnieuw op te staan, zoals Hij hier doet.
Jezus staat wankelend op, en zet Zijn verschrikkelijk zware tocht verder. Elke seconde lijkt een eeuwigheid te duren, omdat Zijn krachten met elke meter verder afnemen. Menselijk gesproken, is Hij op dit ogenblik in Lichaam en Hart uitgeblust. De ervaring van de val, waarbij het Kruis overigens zo hard op Zijn bovenrug terecht is gekomen dat Hij de eerste minuten nauwelijks lijkt te kunnen ademen, heeft Hem in alle hevigheid herinnerd aan de vreselijke zwakheid van de mensenziel.
Even verder ziet Jezus Zijn Moeder langs de weg, de enige ziel die Hem op dit ogenblik waarlijk op de been kan houden. Op Jezus komt Zij, ondanks het feit dat Haar wondermooie Gelaat door Smart is getekend, over als een visioen uit het Paradijs: Jezus ziet dwars doorheen de ziel, en wordt daarom in verrukking gebracht door de schittering van Maria’s heiligheid, die nooit door de erfzonde noch door enige misstap is bevlekt. Maria staat niet rechtop, Zij zit geknield, want bij het naderen van Jezus heeft Zij Zich op de knieën laten glijden, onhoorbaar wenend, als in aanbidding voor de Eeuwige Liefde, die hier schittert in de volheid van haar Vuur. Achter Haar zie ik apostel Johannes, met de handen in elkaar gestrengeld tegen de borst en met een ontsteld gelaat.
Bij het zien van Maria krijgt Jezus als het ware een injectie van levenskracht. Het is alsof Zijn laatste krachten zich in Hem samenballen. Hij drukt in mijn hart, dat de gevoelens die nu door Hem heen gaan, symbool staan voor de wedergeboorte die elke ziel uit het contact met Maria kan halen. Hij ziet in Haar de aanblik van de volmaakte Verlossing en Heiliging, als een stuk Hemel in deze poel van verderf en zonde. Jeruzalem lijkt vandaag inderdaad uitermate vijandig, al zie ik eveneens waarlijk bedroefde en zelfs bijna wanhopige gezichten. Ik mag hier een beeld aanschouwen dat uitdrukking geeft aan de toestand zoals hij steeds zal blijven: Jezus en Zijn Leer als Tekenen van tegenspraak, met een minderheid van vrienden en een meerderheid van vijanden, onverschilligen en niet-begrijpenden.
Jezus’ Hart, dat niet heeft opgehouden, in mysterievolle beelden tot de Eeuwige Vader en tot Zijn Moeder te spreken, spreekt nu in de stilte de volgende duidelijke woorden:
“O Vader, druk dit beeld in Mij, opdat het Mij moge bemoedigen in de kwellingen die nog komen. Zie de volmaakt Zondeloze, die al Mijn pijnen en kwellingen heeft meebeleefd tot in Haar allerreinste vlees. O Verrukking duizend maal groter dan alle engelen die Gij hebt gemaakt. O Teken van Hoop, dat Mijn Werken in de zielen naar hun voltooiing zal leiden. Nog kent de wereld Haar niet, en door velen zal Zij ook nooit aanvaard worden voor wat Zij werkelijk is. Ondersteun Haar in deze kwelling der kwellingen”.
Maria omhelst Haar Zoon op een buitengewoon eerbiedige en zachte wijze. Gedurende enkele ogenblikken kruisen Hun heilige blikken elkaar. Voor Jezus lijkt het alsof Hij opnieuw de Hemel aanschouwt, want Maria’s ogen zijn de spiegels van het Onbevlekte Paradijs van zondeloosheid en volmaakte Liefde – de volkomen in ere herstelde mensenziel. Jezus, wiens blik totnogtoe in het oneindige leek te staren, lijkt plots nieuw leven te ontvangen. Nochtans voel ik hoe Jezus’ Hart bij de aanblik van Maria als het ware openscheurt onder de invloed van twee geweldige, aan elkaar tegengestelde krachten: enerzijds de nieuwe moed die Hij ontvangt doordat Haar volmaakte Liefde Zich als een wollen mantel om Zijn Hart hult, en anderzijds het besef van de hartverscheurende Smart die Zij nu ondergaat. Maria is hier waarlijk de Medeverlosseres, die met de Verlosser gedurende enkele ogenblikken de diepste gevoelens van pijn over de zonde en de zwakheid der zielen uitwisselen van oog tot oog, van Hart tot Hart, van ziel tot ziel. Het intense gezamenlijke Lijden, dat zich totnogtoe in het verborgene van de lichamelijke scheiding had voltrokken, wordt hier bezegelt door het oogcontact, waarin de mystieke en de menselijke zijde ervan één worden.
Voor Jezus is het nu ten volle alsof Maria mee Zijn Kruis draagt, want God heeft het zo beschikt dat Zij in deze korte ontmoeting zowel een golf van Goddelijke kracht zal ontvangen, alsook Zelf tot in het diepste van Haar Wezen het Lijden van Jezus zal meedragen. Uit Haar mond komt nauwelijks een klank, uit Haar Hart schreeuwt echter de pijn om de Smart die God sedert de zondeval elke dag ontelbare malen is aangedaan, en waarvan Zij de tekenen vóór Zich ziet en voelt in de gesteldheid van Haar Goddelijke Zoon.
In deze weinige ogenblikken is Heilsgeschiedenis geschreven.
Ik werd reeds eerder aangegrepen door de aanblik van de onverschilligheid bij vele zielen langs de weg waarop Jezus bloedend verder strompelt. Hoewel deze minuten de grootste uit de Heilsgeschiedenis vormen, gaan velen gewoon door met hun leven alsof er niets aan de hand is. Zo ook Simon van Cyrene, die via een klein zijwegje aan de weg komt, waarop Jezus nadert. Omdat Simon er uitziet als een sterke man, wordt hij er door Romeinse bewakers toe uitgenodigd om Jezus, die Zich nauwelijks op de been kan houden, te helpen bij het dragen van Zijn Kruis. Simon weigert, terwijl hij Jezus aankijkt met een blik waaruit af te lezen lijkt, dat hij “met een veroordeelde liever niets te maken heeft”. Jezus kijkt hem een ogenblik aan, met lijdende doch brandende ogen, en in Simon lijkt iets te “klikken”. Hij grijpt het Kruis vast, dat echter door Jezus geen ogenblik wordt losgelaten, zodat Jezus ononderbroken de “Kruisdragende” blijft. De Goddelijke Beschikking ten aanzien van de Verlossing zou het eenvoudig niet hebben toegestaan dat Simon zelfs maar één ogenblik het Kruis in zijn eentje zou hebben gedragen, want de Verlosser moest de Kelk ledigen tot de laatste druppel.
Welk machtig symbool wordt hier afgetekend: Het vergt een zelfoverwinning, en vaak ook enige dwang vanwege de omstandigheden, om een ziel ertoe te overhalen om de eigen belangen terzijde te schuiven en een andere ziel bij te staan in een beproeving die in feite het eigen leven niet aanbelangt. Het zal echter het grote tweeledige symbool voor het leven als christen worden:
·                            *de ziel die de medemens helpt om diens kruisen (beproevingen) te helpen dragen, zodat deze medemens zelf beter in staat is om zijn eigen levensopdracht in dienst van Gods Heilsplan te vervullen, en
·                            *de ziel die Jezus in de medemens helpt om Zijn Kruis te dragen, want de Verlosser heeft bruiloft gesloten met het Kruis tot het einde der tijden, en is aanwezig in elke kruisdragende ziel.
Naarmate de tocht verder gaat, vindt in Simons hart een geleidelijke ommekeer plaats. Hij brengt hier tot uitdrukking, dat bekering, inzicht en een van harte aangeboden naastenliefde vaak tijd nodig hebben om zich in een hart zodanig te ontwikkelen, dat de gevoelens en gedachten zich van het wereldse beginnen te verwijderen om de situatie steeds méér vanuit Gods ogen te leren bekijken, tot Heil van de eigen ziel en voor het welbevinden van diegene, die men helpt. De aanvankelijke waarneming van Simon ten aanzien van Jezus verandert steeds méér van “een veroordeelde met wie ik liever niets te maken heb” naar “een arme lijdende ziel, die net zo goed ikzelf kon zijn geweest”. Hoewel Jezus en Simon geen woord spreken, lijkt tussen hen een onuitgesproken eenheid te groeien, een soort lotsverbondenheid.
God brengt hier tot uitdrukking wat kan gebeuren in elke ziel die begrijpt dat zij op haar levensweg in werkelijkheid bezig is, een kruis te dragen samen met Jezus: Gods Wet heeft tussen de Verlosser en elke ziel een lotsverbondenheid beschikt, die zal duren tot het einde der tijden. De ziel die waarlijk bereid is, haar beproevingen in Liefde en zonder protest te dragen als bijdragen tot Gods Heilsplan, kan de Tegenwoordigheid van Jezus in haar kruisen leren ontdekken, en kan een immense kracht oogsten uit het besef dat zij in waarheid bezig is, samen met Jezus aan een zelfde opdracht te werken. Dit bewustzijn kan het levendigste worden voor de ziel die zich totaal aan Maria toewijdt, omdat de Medeverlosseres in deze ziel de verbondenheid met Christus tegenwoordig zal stellen.
Hier wordt gesymboliseerd hoe tussen een ziel en God een eenheid kan groeien doordat de ziel haar waarneming steeds méér laat leiden door het hart en datgene wat Gods Geest daarin uitwerkt, in plaats van door louter wereldse waarneming en gericht-zijn op eigen belang. Hoewel Simon aanvankelijk naar huis wilde, lijkt hij er spoedig van overtuigd dat hij in dit uur nergens méér thuis hoort dan hier, als stille gezel van deze Lijdende, die ondanks Zijn verminkingen op hem indruk maakt. Simon verkondigt hier zonder woorden Gods verlangen dat de ziel haar verantwoordelijkheid zou nemen voor het kruis van haar leven, dat door de zondelast van de hele mensheid in de wereld is gekomen, in plaats van deze verantwoordelijkheid op de schouders van de Barmhartige God te laten: Gods Barmhartigheid zal voor alle tijden een gedeelte van de zondelast dragen, doordat Zij zonden vergeeft, voor dewelke hierdoor vanwege mensenzielen niet meer dezelfde uitboeting moet worden gedragen. Inderdaad: Alle zonden drukken als een last op de mensheid als geheel, en elke zonde kan slechts op één van de beide volgende wijzen van de mensheid worden weggenomen:
·                            Ofwel doordat zij op één of andere wijze door mensenzielen wordt goedgemaakt (uitboeting, offers, gebeden, Heilige Mis, aanbidding, verheerlijking, diep doorleefde toewijding...  Deze inspanningen kunnen worden aangevuld met de opofferingen vanwege zielen in het vagevuur. Dit alles samen staat gelijk met het dragen van het kruis der zonden door geschapen zielen in nog niet verheerlijkte toestand;
·                            Ofwel doordat Gods Barmhartigheid haar wegbrandt in het Vuur van de Goddelijke Liefde, op grond van een rechtstreekse tegemoetkoming van God of via de tussenkomst van Maria, die bestemd is als de Brug tussen God en de zielen.
De grote les van de tussenkomst van Simon van Cyrene ligt uiteraard hierin, dat de mensenziel steeds bereid zou zijn om het kruis van haar medeschepselen te helpen dragen, zoals een voorbijganger die door Gods Voorzienigheid op het juiste ogenblik op de juiste plaats wordt gebracht om daar zichzelf terzijde te schuiven ter wille van Jezus, die in het medeschepsel Zijn Kruis verder draagt. De ziel kan vaak eenvoudig Simon van Cyrene voor de ander zijn door voor diens verlichting en vergeving (voor de andere ziel, die steeds in zekere zin “een veroordeelde” is indien zij haar misstappen niet zou berouwen) te bidden.
Gods Voorzienigheid bereidt een nieuw lichtpunt voor Jezus en een nieuwe les voor de zielen die na Hem zullen komen: Veronica wringt zich doorheen het gedrum de weg op, zinkt op de rechterknie en biedt Jezus twee dingen aan: In de ene hand draagt zij een beker wijn, in de andere een doek. Jezus negeert de wijn, hoewel Hij er heel zachtjes voor dankt, doch grijpt met één hand naar het doek, en drukt dit in één beweging tegen Zijn Gelaat. Een prachtig beeld: Hoewel Jezus Zich volkomen uitgedroogd voelt, verloochent Hij deze hoge nood van Zijn Lichaam, om de mensenzielen een nieuw erfstuk van Zijn Liefde na te laten: Hij laat de afdruk van Zijn Gelaat op het doek na, en geeft het daarna aan de vrouw terug.
God leert hier de zielen Zijn verlangen, dat zij elkaar in de ziel zouden schoonwissen (het gelaat is hier te beschouwen als spiegel van de ziel), en hierdoor Gods evenbeeld in de ziel zouden helpen herstellen. Dit is wat gebeurd wanneer een ziel de eer en de naam van een andere ziel herstelt (haar waardigheid in de ogen van haar medeschepselen herstelt), nadat deze door het slijk van roddel en laster zijn besmeurd. Jezus toont hier, hoe Hij Zichzelf, de aanblik van de Eeuwige Liefde, in de ziel afdrukt wanneer deze zichzelf verloochent om Hem in haar medeschepselen Zijn waardigheid terug te geven, en Hem daarbij nog de wijn van haar eigen bloed (haar lijden en beproevingen, dus haar leven) wil aanbieden. Jezus neemt de beker wijn niet aan. Zo ook neemt Hij wel de offerande van alle beproevingen aan (Hij dankt voor de bereidheid, Hem deze offergave te schenken), de beproevingen zelf echter, moet de ziel nog steeds zelf dragen, doch op mystieke wijze vloeien deze door de band van het geloof in het Lijden van Jezus over. De ideale brug voor deze overvloeiing is de toewijding van alle beproevingen aan Maria, die voor altijd één van Hart met Jezus is.
De lichamelijke zwakheid van Jezus begint een zware tol te eisen. Opnieuw valt Hij ter aarde neer, waarbij het Kruis zo hard tegen Zijn Lichaam slaat, dat Hij alweer nieuwe kneuzingen oploopt, en een aantal wonden op Zijn rug opnieuw beginnen te bloeden. Ook uit de wonden van de doornenkroon vloeit opnieuw meer bloed. Deze val van Jezus symboliseert de vele beloften die de ziel aan God doet, en die zij in haar zwakheid breekt. Het is de wankelmoedigheid, de wispelturigheid, die hier ter aarde stort. God wijst hierdoor tevens op het feit dat wankelmoedigheid een teken van gebondenheid, gehechtheid aan het wereldse is (zij wordt in de val “naar de aarde toe getrokken”) Elke ontrouw aan Jezus en aan het Hart van Maria, aan wie de ziel zich toewijdt, is als een val, als een terugkeer naar de heerschappij van wereldse belangen.
Jezus heeft nog méér moeite om overeind te komen dan na de eerste val. Het is louter de wil om eerherstel te brengen voor alle ontrouw aan God en aan de naleving van elk heilig verbond (Mariatoewijding, priesterschap, huwelijk, enzovoort), voor alle wankelmoedigheid in het volgen van Gods richtlijnen, die Hem de kracht geven om Zijn Kruisweg te vervolgen. Uit Jezus’ Hart welt de smeking op, dat de zielen van alle tijden de kracht mogen vinden om op hun levensweg niet te vallen onder de lasten van allerlei wereldse invloeden, en om elk verbond met God te heiligen door een vaste wil om alle beproevingen (kruisen) te trotseren.
Jezus wankelt nu onder het verpletterend bewustzijn van de honderden miljoenen huwelijken die op aarde zullen worden gebroken, de ontelbare priesters en kloosterlingen die hun geloften niet zullen nakomen of deze op zeker ogenblik totaal zullen beëindigen, de ontelbare zielen die zich ooit aan Maria zullen toewijden doch deze toewijding niet echt zullen beleven.
Spoedig hoort Jezus naast Zich de jammerklacht van vrouwen, duidelijk behorend tot de meer welgestelde klasse, die uiting willen geven aan het feit dat zij Zijn veroordeling afkeuren en dat zij het een schande achten, dat deze heilige Profeet, deze Weldoener van Israël, nu als een voorwerp van schande ter kruisiging wordt geleid. Jezus echter, houdt enkele ogenblikken halt, en zegt: 
“Dochters van Jeruzalem, weent niet over Mij, doch veeleer over uzelf en over uw kinderen. Jezus wijst er hier op, dat het dan wel een uiting van Liefde jegens Hem mag zijn, droefheid te voelen over Zijn veroordeling, die vanzelfsprekend vanuit een menselijk standpunt volkomen onterecht was, doch dat de ziel niet datgene moet bekijken, wat zij aan de oppervlakte opmerkt, doch veeleer dieper moet leren zien: Waarom is Jezus, de Verlosser, hier veroordeeld? Vanwege de zonden van alle generaties. God leert hier de zielen, nooit uit het oog te verliezen dat Jezus om geen andere reden het Kruis heeft gedragen, dan vanwege de zonden van mensenzielen in alle tijden.
Op de flanken van de helling die Golgotha heet (“schedelplaats”, omdat het de plaats is waar de ter dood veroordeelden terechtstaan), welt uit het Hart van Jezus een intense smeking op, dat Hij niet daar, doch aan het Kruis zou sterven, want Hij heeft het gevoel dat alle leven uit Hem wegtrekt. De uitputting lijkt compleet. Hij stort opnieuw in elkaar, en lijkt nu langer te blijven liggen dan de vorige malen wanneer Hij onder het Kruis is bezweken. In de herhaalde val wijst God op de gehechtheden, het steeds terugkeren van de zielen naar de dingen die hen in het wereldse vasthouden. Ik zie hoe Jezus tijdens het overeind komen, dat nu uitermate moeizaam verloopt, naar de top van Golgotha staart met een blik die, voor wereldse ogen, volkomen verstard en levenloos lijkt. In werkelijkheid brengt Jezus hier de uiterste vergeestelijking tot uitdrukking, in een blik die slechts één ding ziet: de plaats waar Hij de Verlossing van velen zal voltooien, de plaats waar de bruiloft met het Kruis der Verlossing definitief wordt bekroond.
Jezus vertrouwt mij toe wat zich hier in het volkomen onzichtbare werkelijk heeft afgespeeld: Enkele ogenblikken lang heeft het (wereldse, lichamelijke) leven Hem verlaten, zodat alles wat Hij nog in Zich draagt, zich op het niveau van Zijn ziel samenbalt, als een teken van volkomen overgang van werelds leven naar vergeestelijking en volkomen Goddelijk Leven. Welk machtig symbool: de bekroning van de Verlossing wordt voorafgegaan door de totale vergeestelijking. Zo moet het in elke ziel gebeuren. De beproevingen op onze levensweg moeten onze belangstelling, ons denken en ons voelen steeds verder van het lichamelijke wegleiden. Jezus’ Hart is nu zo totaal op de Godheid en het Goddelijk Heilsplan gericht, dat het in een gebed lijkt te veranderen:
“Vader, door de naderende voltrekking van Mijn bruiloft met het Kruis, geef dat alle zielen die Mij oprecht willen navolgen, ook de bruiloft met hun kruis mogen voltrekken in de opoffering van hun wereldse behoeften en in een totale bekering naar het leven in dienst van Onze Werken, tot het Eeuwig Heil van velen”.
Terwijl Jezus enkele ogenblikken wezenloos naar de top van Golgotha staart, wordt mij het vuur van Zijn verlangen getoond. Hij leeft waarlijk in een andere wereld, in de enige werkelijkheid die waarde heeft voor alle zielen: de Hemelse, alsof Hij “bezeten” is door de drang om Gods Heilsplan te ontsluiten voor alle eeuwen. Het is deze golf van Liefde en van hoop, en de verbeten wil om zielen te redden, die Hem overeind halen. Hij leeft werkelijk uitsluitend voor de voltrekking van de bruiloft met het Kruis, en voor de ontsluiting van de Hemel voor velen.
In feite wordt de Kruisweg afgesloten door deze derde val, die wellicht de grootste levensles voor de zielen in zich bergt: De ziel kan (en zal) tijdens haar levensreis meermaals vallen. Een val hoeft niet het einde te betekenen, doch een nieuw begin. Een val schenkt de gevallene de gelegenheid, zijn schreden helemaal opnieuw te organiseren. Daartoe moet hij echter eerst opstaan. Wie blijft liggen, sluit bruiloft met de aarde, het wereldse, het vergankelijke dat geen Heil kan brengen. Wie overeind komt, geeft hierdoor blijk van de wil om verder op zijn doel af te gaan. In haar hart heeft deze ziel haar doel eigenlijk reeds bereikt, en indien zij toch bezwijkt, zal God haar opdracht niettemin als volbracht beschouwen, want in haar hart was zij vast besloten om de kroon op het werk te zetten.
De ware verdienste van de levensweg is deze: dat de ziel haar opdracht niet opgeeft. Zij is geroepen om een bepaalde opdracht te voltooien, en zal tijdens de uitvoering ervan hoogstwaarschijnlijk meermaals ten val komen. Het is echter de wil om haar te voltooien, die door God als gerechtigheid wordt aangerekend, niet het uiteindelijke resultaat. Slechts Jezus moest het beoogde resultaat restloos boeken, omdat Hij de Verlosser was en dit voor alle eeuwen zal blijven. Van de mensenziel verwacht God slechts een onverdroten inspanning om na elke val op te staan, als akt van Liefde, van geloof en van hoop. De ziel die na een val opstaat en met goede moed opnieuw begint, geeft jegens God blijk van haar aanvaarding van al Zijn beschikkingen voor haar leven, en van de overtuiging dat God deze val heeft toegelaten omdat deze haar zielenheil zal bevorderen indien zij deze met Liefde, hoop en vertrouwen benadert. Dit alles heeft God de zielen willen leren in het herhaalde vallen van Jezus onder het Kruis. Zo leert God de zielen tevens, dat de ware verdienste van de ziel niet alleen wordt verzameld in de uren van vooruitgang, doch ook in de uren van schijnbare stilstand, in de wijze waarop zij met de tegenslagen omgaat, in haar denken en voelen terwijl al het andere in haar onbeweeglijk lijkt.
Jezus nadert nu, schijnbaar méér dood dan levend, de plaats van Zijn werkelijke terechtstelling: de berg der zonden, de feesttafel der Verlossing voor alle zielen die Hem door de inrichting van hun eigen leven zullen volgen.

BRON:Maria Domina Animarum Apostolaat:zie onderrichtingen: boeken: de oogst van de eeuwige liefde.



HOU MOED. Wees niet ontmoedigd In HET KRUIS ligt het heil, de overwinning is het kruis. HET KRUIS IS STERKER DAN DE STRIJD.”







AKTE VAN GOEDMAKING VOOR ALLE ZONDEN UIT DE GESCHIEDENIS DER MENSHEID:


Lieve Moeder Maria, machtige Voorspreekster bij de Goddelijke Gerechtigheid,
Uit Liefde tot God, tot u en tot de hele Schepping, geef ik u mijn hart en mijn hele leven.
In mijn verlangen om de duisternis der eeuwen nu nog te laten doorstralen met het machtige Licht van de ware Liefde, bied ik u:
Goedmaking voor de talloze verschrikkelijke zonden die gedurende de geschiedenis van de mensheid zijn bedreven.
Goedmaking voor alle keren dat mensen in de loop der geschiedenis hun ziel hebben laten sterven door verloochening van de Liefde tot God en tot hun medeschepselen.
Ik wijd u alle lijden toe, dat mensenzielen elkaar hebben aangedaan, opdat u dit nu nog zou toevoegen aan het verlossende Lijden van Jezus en uw Smarten, tot afbetaling van de ontelbare overtredingen die zielen ooit tegen Gods Wet van Liefde hebben begaan.

BRON gebed:Maria Domina Animarum Apostolaat:
(zie gebeden: gebed n°1116)
http://www.maria-domina-animarum.net/






donderdag 8 september 2016

MARIA MOEDER VAN SMARTEN

 MARIA MOEDER VAN SMARTEN:

(15 september)



 

Op 15 september gedenken wij de Koningin des Hemels als de Moeder van Smarten. Als de Moeder van Smarten wil Maria de zielen eraan herinneren dat de beproevingen en kruisen van het leven de ware dragers van het Heil voor de ziel en voor de hele Schepping zijn. Daar de mensenziel op aarde in een stoffelijk lichaam leeft, is zij bijzonder vatbaar voor de talloze indrukken, die vanuit de buitenwereld op haar afkomen, alsook voor de gewaarwordingen die met de stoffelijke natuur van haar wezen gepaard gaan. Precies om deze reden neigen ons lijden en onze beproevingen ertoe, onze gedachten, gevoelens en verlangens volkomen of ten minste in een hoge mate te beheersen. De gehechtheid jegens de wereldse wijzen van denken en voelen vormt het grootste gevaar voor de ziel, een gevaar, dat niettemin door slechts weinig zielen echt wordt herkend. De Moeder van Smarten is ons in dit verband tot toonbeeld van vergeestelijking gesteld. Op elke mensenziel rust de verplichting, elke meter van haar levensweg te benutten om zich te heiligen. Het heiligingsproces kan slechts worden voltooid in de mate waarin de ziel erin slaagt, zich te vergeestelijken.
De Moeder Gods heeft gedurende Haar leven op aarde oneindig veel méér en zwaarder geleden dan de meeste mensenzielen weten of het zich kunnen voorstellen, en wel in het hart evenals in het lichaam. Maria’s Lijden hield verband met Haar buitengewone mystieke begaafdheid en roeping. Zij was ertoe geroepen:
  - de lichamelijke, geestelijke, morele en spirituele gewaarwordingen van Haar medeschepselen heel precies in Haar eigen wezen aan te voelen. Over deze bijzondere mystieke begaafdheid is er reeds in het boek De Beekjes van het Heil verslag uitgebracht. Deze begaafdheid moest de Moeder Gods in volmaakte vorm bezitten, met het oog op het volbrengen van Haar eeuwigdurende opdracht als Begeleidster van de mensenzielen en hun heiliging. Het betreft hier een Mysterie van “mede-uitboeting”, waarop – evenals op Maria’s volmaakte Liefde – de onvoorstelbare macht van Haar Voorspraak is gebaseerd;
  - de lichamelijke, geestelijke, morele en spirituele gewaarwordingen van Haar Zoon, de Godmens, mee aan te voelen. Precies daarin schuilt de onwrikbare Waarheid van Maria’s hoedanigheid als Medeverlosseres met Christus.
Het aardse leven van de Moeder van Smarten leverde het absolute toppunt van de vruchtbaarheid op, precies vanwege de wijze waarop Zij Haar talloze beproevingen doorstond: in volmaakte Liefde, in volmaakte aanvaarding, en in volmaakte toewijding. Zij vermocht het, zonder het geringste protest in dankbaarheid alles aan te nemen, dat Zij op Haar levensweg aantrof. Voor Haar was elke beproeving een geschenk van Gods Voorzienigheid aan Haar, die Haar in staat stelde, de verwezenlijking van Gods Heilsplan wat te helpen bevorderen, en God de troost aan te bieden van Haar meevoelen met het leed, dat Hem door de talloze zonden vanwege de zielen wordt berokkend.
Maria’s Smarten hielden uiteindelijk verband met Haar “overgevoeligheid” voor de gevolgen van de zonden voor de staat van genade van de zielen en de ontwrichting van het evenwicht in de Schepping. Deze “overgevoeligheid”  was op haar beurt gebaseerd op Haar volmaakte Liefde tot God, tot Zijn Werken en Plannen, en tot al Haar medeschepselen. Elke zonde, elke ondeugd vanwege een ziel ging Maria als een messteek doorheen het Hart, precies omdat Zij haarfijn besefte wat zelfs de geringste zonde of ondeugd voor God betekent.
Laten wij Haar smeken om de kracht, Haar na te volgen, die tijdens Haar aardse leven niets ten geschenke heeft gekregen, doch alle duisternis door de oneindige macht van Haar Liefde tot God, tot Zijn Werken, tot Zijn Heilsplan en tot al Haar medeschepselen heeft overwonnen. Deze volmaakte Liefde is het, door dewelke Maria de Overwinnares van alle kruisen is geworden.
Slechts de ware, onvoorwaardelijke en onzelfzuchtige Liefde in alle lijden maakt de beproevingen van het leven vruchtbaar. Maria beheerste deze levensinstelling zoals geen ander, en verlangt er vurig naar, de fundamenten van deze verdienste in de lammetjes van Christus te drukken, opdat ook zij in alle lijden mogen schitteren, want een ziel die in alle lijden straalt van Liefde, overgave en godsvertrouwen, wordt tot schrik van alle duisternis. Waar het lijden en de beproevingen van het leven het huwelijk aangaan met de Ware Liefde, de volkomen overgave en het rotsvaste vertrouwen op God, wordt in de ziel het Christuskind geboren. Dit is de voltooiing van de Verlossing en heiliging.
Mogen wij allen, die ieder op onze eigen wijze door een beladen hart en de vele lasten van verleden en/of heden worden beklemd, ons bij de Moeder van Smarten aansluiten. Een ziel die ernaar streeft, haar lasten, beproevingen, lijden en smarten via de Moeder van Smarten met het Kruis van Christus te verenigen, heiligt haar eigen beproevingen en maakt hen volledig vruchtbaar, en verheerlijkt het Lijden en de Smarten van de Verlosser en de Medeverlosseres. Het zijn precies deze vereniging en deze verheerlijking die de verpletterende macht van het Kruis en van het verlossende Lijden en de Smarten van Jezus en Maria over de duisternis ten volle tot ontplooiing brengen. De Koningin des Hemels stelt er bijzonder behagen in, Haar macht tot omvorming van harten uit te oefenen via de verdiensten van Haar Smarten. Zij vindt Haar enige vreugde immers hierin, Haar kinderen, die Haar door God zijn gegeven, voor eeuwig bij Haar te weten, en kan dit verlangen slechts vervullen door Haar eeuwige roeping jegens de zielen te vervullen met de inzet van al Haar macht.
BRON: Maria Domina Animarum Apostolaat (zie onderrichtingen: Sluier van goud.)

 
"Maria, Moeder van Smarten."



 



dinsdag 6 september 2016

ZICH ONDERWERPEN AAN GOD - BOODSCHAP VAN LA SALETTE 19/9/1846


Zich ONDERWERPEN aan GOD:

2023:Op 19/9/2023:177 é verjaardag van de verschijning van Maria in LA SALETTE!

 Blog ter gelegenheid van het feest van O.L.V. van LA SALETTE op 19 september. De eerste door de rkk officieel erkende verschijning van Maria in de Franse alpen op 19/9/1846:
 


"Maria spreekt tot de 2 kinderen Melanie en Maximin, en vraagt hen Haar BOODSCHAP  goed bekend te maken aan gans Haar volk."

We zien dat de boodschap van LA SALETTE, een DUIDELIJK ingrijpen is van GOD in onze wereld. De boodschap ligt diep geworteld in de Bijbel, van de Profeten, tot Jezus Christus!


De verschijning van MARIA in LA SALETTE op 19/9/1846 :

De verschijningen van de Moeder Gods zijn geen randverschijselen maar kaderen in het plan van God met de mens. Steeds heeft God gesproken tot zijn volk via de Aartsvaders en de Profeten in het oude Verbond… en later via Zijn eigen Zoon Jezus Christus, “het mensgeworden WOORD” (Joh 1,16). Uiteindelijk spreekt God nu  bij monde van de “Koningin van de Profetenin onze tijden (sedert 1846) via de verschijningen van de Moeder Gods en vooral via de Grote Merkwaardige Boodschap gegeven te La Salette… Als Koningin van de Profeten, in naam van God, komt Ze de mensen waarschuwen
Tijdens Haar éénmalige verschijning heeft ze heel wat verteld maar niet altijd dat wat we graag horen...  Maar de hemel heeft er ook voor gezorgd dat zelfs de meest kritische geest de authenticiteit van de feiten in La Salette moet aanvaarden. Er was niet 1 kind dat zich iets zou kunnen ingebeeld hebben maar ze waren met 2 : Melanie (14 j) en Maximin (11 jaar). De 2 kinderen  kenden mekaar slechts van enkele dagen tevoren (en kunnen dus die lange toespraak zeker niet van buiten geleerd hebben en daar waren ze trouwens niet slim genoeg voor want ze hadden hun 1 ste communie nog niet gedaan wegens onvoldoende kennis).  De kinderen konden ook niet nadoen wat elders reeds was gebeurd want het was de Eerste Verschijning…   Ik haal hier even aan wat Melito San Miguel zegt : de schrijver van het boek "DE LAATSTE ZEGELS". Hij is een ongelovige, onafhankelijke onderzoeker die een vergelijkende studie maakte van meer dan 250 diverse verschijningen en profetieën.
Hij schrijft : "Geen enkel visioen of verschijning kan tippen aan die van La Salette : Hier is alles duidelijk, helder; alles werd perfect geregistreerd op een manier die toegankelijk is voor iedereen. Niets werd bijgewerkt achteraf; er is geen enkele contradictie. Het unieke karakter van het voorval, de hoofdrolspelers, het kader en vooral de integrale publikatie van de boodschap; dit alles maakt de verschijning van La Salette tot een gebeurtenis zonder weerga. Zonder me te willen uitspreken over de identiteit van de kosmische entiteiten waarvan sprake is in dit soort fenomenologie, beschouw ik deze verschijning als een authentiek feit."  Die authenticiteit is belangrijk omdat we dan ook  die Boodschap ernstig moeten nemen.

In 1851 dus 5 jaar na de verschijning besluit de Katholieke Kerk bij monde van de lokale bisschop na een zeer grondig onderzoek het volgende : "De verschijning van de H.Maagd te La Salette in 1846 draagt in zich alle kenmerken van de Waarheid en de gelovigen zijn gerechtigd deze als echt en waarachtig te beschouwen..."


In de boodschap van La Salette spreekt Maria zeer duidelijke en klare taal, die zeker niet mis te begrijpen  is! Een bijbelse taal!

Als mijn volk zich niet wil ONDERWERPEN ben ik gedwongen de arm van mijn Zoon te laten gaan. Hij is zo zwaar en zo drukkend dat ik hem niet langer kan tegenhouden!”


Zich “onderwerpen”aan God, en niet op 2 benen hinken

Wij gaan niet langer zelf heersen over de aanwezigheid van God.
 Soms probeert de mens het juiste beeld van God die ons weergegeven wordt in de bijbel te verdraaien door  er een andere uitleg aan te geven en dit beeld  te vervormen in zijn eigen voordeel. Men probeert een God te maken naar eigen inzicht en volgens eigen verlangen. Op die manier creëren ze een soort van afgod(en deze god strookt niet met de werkelijkheid!)God laat zich niet zomaar manipuleren in een totaal ander beeld, WANT:”HIJ IS DIE IS, IK BEN”God sprak tot Mozes: IK BEN DIE ER IS”(exodus 3:14)

God sprak tot Mozes: "IK BEN DIE ER IS!"

      

Jezus Christus is gisteren, vandaag en voor eeuwig dezelfde.”

( Hebreeën 13:8)



 Wij gaan ons onderwerpen
aan de aanwezigheid van God.

We gaan niet langer heersen over de kracht van God,
we gaan ons laten leiden door de kracht van God!

Men kan geen 2 heren tegelijk dienen

We moeten ons laten leiden door de Geest van God, in plaats van alles zelf te willen leiden.

De profeet Elia profeteerde in zijn tijd tegen het volk van Israël in de tijd van koning Achab, dat ze zich aan God moesten onderwerpen, en niet langer op 2 benen  moesten blijven hinken…Elia WOU DAT ZE HUN KEUZE MAAKTEN TUSSEN God of tussen de afgoden van de wereld (Baäl)
In het boek Richters(en Koningen) lezen we wat er gebeurde:
 De Israëlieten die nu in het land leefden, kenden de Heer niet zelf. Ze hadden niet zelf gezien wat de Heer voor Israël had gedaan. Ze begonnen te leven op een manier die de Heer niet goed vindt: ze gingen andere goden aanbidden. Ze verlieten de God van hun voorvaders die hen uit Egypte had bevrijd. Ze gingen de goden van de volken om hen heen aanbidden. Zo maakten ze de Heer kwaad. Want ze aanbaden Baäl en Astarot in plaats van de Heer. Daarom werd de Heer vreselijk boos op Israël en strafte hen.” (Richters 2:10-14) 

 Toen liet Achab alle Israëlieten en alle profeten naar de berg Karmel komen. Elia kwam ook en zei: "Hoelang blijven jullie nog op twee gedachten hinken? Wanneer zullen jullie kiezen wie jullie zullen dienen? Als de Heer jullie God is, dien Hém dan. Maar als Baäl jullie god is, dien hém." (1Koningen18:20-21) Ongetwijfeld zou de profeet Elia heden tot de bevolking van de huidige wereld dezelfde woorden uitspreken als destijds tot het volk van Israël!

Ook Jezus maakte ons duidelijk tijdens zijn prediking dat de mens een keuze dient te maken…Men kan geen 2 heren dienen!

JEZUS SPRAK: “Je kan nooit twee heren dienen. Want je zal altijd meer van de één dan van de ander houden. Je kan niet God dienen, én Mammon." ...(Matteus 6: 24)
Aanbid je Heer uw God, en dien alleen Hém."
(Matteus 4:10)
Gij zult de Heer uw God beminnen met geheel uw hart, geheel uw ziel, geheel uw verstand en geheel uw kracht.” (Marcus 12:30)

Je kunt geen twee wegen volgen: IK BEN... de weg en de waarheid en het leven. Alleen door Mij kun je bij de Vader komen.” zei Jezus (Johannes 14:6) 


De apostel Paulus drukt zich als volgt uit in zijn brief aan de  Korintiërs:

Jullie kunnen niet uit de wijnbeker van de Heer drinken, én uit de wijnbeker van de duivelse geesten. Jullie kunnen niet van de maaltijd van de Heer eten, én van de maaltijd van de duivelse geesten. Of willen we de Heer boos maken? Zijn we soms sterker dan Hij?”
(1 Korintiërs 10: 21-22)


Uit de brief van Jakobus :

Onderwerp u dus aan God, en verzet u tegen de duivel, dan zal die van u wegvluchten. Nader tot God, dan zal hij tot u naderen. Reinig uw handen, zondaars; zuiver uw hart, weifelaars. Weeklaag, wees treurig en laat uw tranen vloeien. Laat uw lachen veranderen in droefheid en uw vreugde in somberheid.” 
(Jakobus 4:7-9)
Verder lezen we in dezelfde brief van Jakobus:
 “Beseft u dan niet dat vriendschap met de wereld vijandschap jegens God betekent? Wie bevriend wil zijn met de wereld, maakt zich tot vijand van God.” (Jakobus 4:4)

Bekeren is erkennen dat we fout zitten, bekeren is weten dat we niet de goede weg op gaan. Bekeren is ons naar God richten en alles van Hem verlangen. (ons onderwerpen aan Hem!) Bekeren is radicaal ons leven veranderen voor God. Bekeren is in zak en as zitten en ons voor God te buigen.

Maria geeft ons in de verdere boodschap van L.S ook tips hoe we ons kunnen onderwerpen aan God, door :
*Zijn naam eerbiedigen (niet vloeken!)
*De dag des Heren respecteren (door op Zondag een heilige rustdag te houden en de H.Eucharistieviering bij te wonen)
*Dagelijks gebed (s’morgens en s’avonds minstens 1 Onze Vader en 1 Weesgegroet en aan hen die meer tijd hebben vraagt Maria om meer te doen…)
*Jaarlijks de vasten onderhouden.


SLOT: En wij, hoe is het met ons gesteld, blijven we op twee benen hinken of kiezen we ervoor om ons te “onderwerpen” aan God? Het is de hoogste tijd om de juiste keuze te maken, om de juiste WEG in te slaan! “Of jullie dienen God, of jullie geven toe aan de dwaasheid van de mensen.”

De mensheid heeft God zwaar beledigd door zich massaal van hem af te gaan keren! God voelt een onmenselijke pijn in zijn hart doordat Zijn kinderen hem niet meer willen kennen  en eerbiedigen! Kijk en voel de tranen die onze Hemelmoeder Maria hierom weent in La Salette! Het is NU de hoogste tijd om hierin een keerpunt te maken…we kunnen nog veel goedmaken t.o.v. onze hemelse vader, het is NU de tijd voor eerherstel,laten we ons onderwerpen aan God, laten we Zijn wil volbrengen. Alleen Hij weet wat het beste voor ons is!
 "Ik ben God de Almachtige, richt uw schreden naar Mij en gedraag u onberispelijk" (Genesis 17:1)

De tranen van Maria in La Salette zijn ook de tranen van de H. Geest, die bedroefd is om de mensen, omdat ze Hem teveel bedroeven, Nemen we  de waarschuwing in acht van de profeet Jesaja(63:10):”Maar zij waren opstandig en bedroefden Zijn heilige Geest. Zo werd hij hun tot vijand. Hij zelf streed tegen hen.”  En tenslotte waarschuwt ook Jezus Christus zelf ons:
 Mensen die de Heilige Geest lasteren, zullen voor eeuwig geen vergeving krijgen. Ze zullen voor eeuwig schuldig zijn." 
(Marcus 3:29)
In La Salette vloeien er tranen omdat de mensen zich teveel afkeren van Jezus Christus (de ENIGE en WARE REDDER der mensen!), omdat ze hem niet willen aanvaarden als hun verlosser, en omdat men te weinig eerbied heeft voor hun God en Schepper!
Foto-impressie O.L.V. VAN  LA SALETTE

 Video over de verschijning en de boodschap van La Salette (met tekst in het frans.)


zie ook de boodschap van La Salette:



 en het geheim van La Salette:

vrijdag 2 september 2016

STILTE BIJ MARIA


 wandeling in de Onbevlekte Tuin van Maria:

STILTE:


"STILTE in de Onbevlekte tuin van Maria."

Verkenning van de Onbevlekte Tuin

Bij het betreden van de Onbevlekte Tuin wordt de ziel betoverd door de volmaakte stilte die eigen is aan het Goddelijke en alles wat rechtstreeks uit Zijn hand komt. Deze Tuin ademt volmaakte rust, diepe Vrede. De enige beweging die er heerst, wordt veroorzaakt door de adem van de Heilige Geest die als een zachte bries doorheen de bloemen van de deugden en de fruitbomen van de medeverlossende verdiensten glijdt. Zo worden Maria’s verdiensten en deugden eeuwigdurend ononderbroken beademd met de volheid van de heiligheid.
Doordat deze heilige bries in het Hart van God Zelf ontspringt, is hij absoluut en volkomen, en blokkeert hij alle stormwinden die vanuit de wereld deze Tuin zoeken binnen te dringen. Alle indrukken die de Meesteres van alle zielen via Haar zintuigen ontvangt, lijken doorheen een Goddelijke filter te worden geleid. Elke zielentuin is uitgerust met een dergelijk filtersysteem, doch de bomen en heesters aan de grenzen van een tuin die geschonden is door de erfzonde, zijn niet volmaakt gezond, zodat de winden en geuren van de wereld in wisselende mate in de tuin kunnen binnendringen.
De Onbevlekte Tuin is in de diepste zin van het woord een Hemels paradijs: zijn heilige geuren deinen zachtjes doorheen de Tuin doch worden niet verwaaid. De Onbevlekte Koningin leeft in Zichzelf gekeerd, ingetogen, zwijgzaam. Haar gedachten, gevoelens en verlangen zijn volkomen gericht op het Goddelijke dat Zij in Zichzelf draagt in de hoogste mate waarin dit voor een geschapen Tuin mogelijk is.
Zie de verrukkelijkste der bloemen in Haar leven in Nazareth en tijdens Haar voettochten wanneer Zij Jezus volgt gedurende bepaalde van Zijn predikingmissies. Zij spreekt zelden, en wanneer Zij spreekt, geven Haar woorden slechts uitdrukking aan de diepe roerselen van Haar prachtig Hart: Zij verkondigt Gods verlangens, zingt Zijn lof, onderricht vrouwen en kinderen over Zijn Wet en Zijn Waarheid, en gebruikt elke aanleiding uit het dagelijks leven om Haar medemens dichter bij Gods Wil te brengen.
Zij spreekt weinig omdat Zij totaal wil opgaan in Haar innerlijk leven. Veel spreken, trekt de ziel telkens opnieuw in de wereld van de zinnen en de uiterlijke waarneming. Slechts in de diepte van haar wezen vindt de ziel aansluiting bij het ware Goddelijk Leven. Maria kent dit volkomen, want Zij weet dat de ware communicatie niet deze is van mond tot oor, doch van hart tot hart. Zo communiceren ook de engelen onder elkaar, en zo communiceert de Schepper met Zijn schepselen.
Geen ogenblik gaat verloren in Maria’s leven: in de stilte van Haar Hart spreekt Zij voortdurend tot God, niet steeds met woorden doch vaak in beelden die uitdrukking geven aan de rijke gesteldheden van Haar Hart. Wanneer Zij hoorbaar spreekt, is Haar stem altijd zacht en melodieus, zodat zielen die Haar aanhoren, als betoverd naar Haar luisteren. Zij verheft Haar stem niet, Zij roept nooit.
Geregeld, wanneer Zij alleen thuis is, zingt Zij zachtjes vóór Zich uit: hymnen, psalmen, en zelfgemaakte (geïmproviseerde) lofprijzingen. Het is alsof Haar inspiratie op dit gebied onuitputtelijk is. Dit alles gebeurt op een toon en met een zachtheid als van een koor van engelen. Ook bidden, doet Zij op heel zachte toon, als in verzuchtingen van diepe Liefde. Heel vaak bidt Zij ook zonder enige klank uit te brengen: heel diep, als in beschouwing verzonken. De zielen die Haar beter kennen, weten dit en durven Haar in deze gesteldheid nauwelijks te benaderen, zozeer straalt de heiligheid uit Haar terwijl Haar hele Wezen in stilte gedompeld is. Zij leeft zo stil dat Zij vrijwel geluidloos door het dagelijks leven lijkt te “glijden”.
Ik zie Haar bezig in Haar kleine huis te Nazareth. Zij bereidt de maaltijden, veegt de vloer, verzorgt Haar mooie tuin of voedert de duiven die Zij houdt, bedient Jozef of de nog jongere Jezus aan tafel, maakt zelf kleren of herstelt ze, of onderhoudt Zich met Jezus. Bij dat alles is Zij overwegend zwijgzaam, spreekt nu en dan heel zacht. Hoewel het huis in Nazareth in de ware zin van het woord slechts uit twee kamers bestaat, kan een ziel die in de ene kamer aanwezig is, vrijwel niet horen dat Zij in de andere aan het werk is.
Ook op straat verplaatst Zij Zich vrijwel geruisloos, uit eerbied voor alle schepselen en omdat Zij Zich klein, onwaardig en nietig voelt. Steeds zie ik diezelfde zalige glans op Haar gelaat. Wanneer Zij buiten is, of bij een raampje staat, lijken Haar ogen geregeld af te dwalen naar de hemel, met een zachte en tedere blik. Wanneer Zij Zich verplaatst, lijkt Zij eerder te “zweven” dan te stappen: Haar voeten lijken de grond te strelen.
De meeste mensen van Haar stadje krijgen Haar nauwelijks te zien. Zij heet alle zielen van harte welkom, doch zoekt Zelf nooit iemand op tenzij het dagelijks leven of (vooral) het zielenleven dit noodzakelijk of wenselijk maakt, doch steeds vanuit deze ene drijfveer: openingen te zoeken voor Gods intrede in de harten van Haar medemensen. Zij doet dit méér door Haar wijze van zijn, Haar gedrag, de dingen die Zij doet of juist niet doet, dan door woorden.
In de besloten, verborgen diepte van Haar Hart is Zij voortdurend ondergedompeld in de heiligste gevoelens, verlangens en gedachten. Al Haar doen en laten, alles wat in Haar omgaat en alles wat van Haar uitgaat in woorden, gedragingen en louter door Haar verschijning, is totaal en restloos doordrongen van het verlangen om volkomen in Gods Hart verzonken te blijven en de bewegingen van het Goddelijk Hart naar de zielen toe te brengen. Alles in Haar, dorst en hongert naar de vervulling van Gods Plan van Heil voor de mensheid. Alles wat Haar medezielen in Haar tegenwoordigheid opvangen, is een uitstraling van diepe Vrede en onverstoorbaarheid. Inwendig wordt Zij bewogen door een smachtende hunkering die nooit ophoudt, een schreeuwend verlangen naar de manifestaties van Gods Aanwezigheid in de zielen en de grondvesting van Zijn Rijk op aarde.
Hoe dieper Haar innerlijke verzuchtingen, des te dieper wordt de stilte om Haar heen. Alle zintuiglijke invloeden uit Haar omgeving worden in rust opgevangen en verwerkt door hen op dat ene doel te richten: “Hoe kan dit gebruikt of veranderd worden om Gods Plannen te dienen? Wat kan Mijn inbreng daarin zijn? Als enige richtlijn voor dit alles hanteert Zij Gods Wil, Zijn Plannen die Haar door Haar volheid van Genade bekend zijn en waarvan Zij Zich bedient als basis voor Haar onderrichtingen.
Zij spreekt zelden of nooit een man aan. Het onderricht aan de man acht Zij het uitsluitend voorrecht van Jezus, en van de Heilige Jozef zolang deze in leven is. In bepaalde omstandigheden wijkt Zij van deze regel af, indien de Wijsheid waarover Zij in buitengewone mate beschikt, Haar uitnodigt om dit te doen, of de omstandigheden het noodzakelijk lijken te maken. Zij doet dit wanneer Jezus afwezig is, indien de man een voldoende graad van spirituele rijpheid blijkt te bezitten, indien Zij hiermee Gods grootheid kan prijzen, of indien Zij het noodzakelijk oordeelt om de man voor een zonde of ondeugd te bewaren.
Zo zie ik Haar spreken met de apostel Johannes, met wie Zij de buitengewone Liefde voor God (Jezus) in een uitzonderlijke mate kan delen. Ik zie Haar ook spreken met de apostel Judas Iskarioth om diens gesteldheid jegens Jezus en jegens de noden van Gods Werken te zuiveren. Ik zie Haar na Jezus’ Hemelvaart ook spreken met Petrus als hoofd van de jonge Kerk, doch hoofdzakelijk pas nadat deze Haar heeft verzocht om Haar adviezen.
Voor het overige spreekt Zij Zelf spontaan tot kinderen om in hen de kennis van, en de Liefde tot, God te vergroten. Ik zie Haar eveneens spreken tot vrouwen in verband met sommige noden van het dagelijks leven en om hen te onderrichten in hun plichten als huisvrouw, als moeder, of als volgelingen van Christus.
In het overgrote gedeelte van de gevallen waarin Maria spreekt, doet Zij dit omdat Zij door anderen aangesproken is. Zij gaat uiterst zelden op bezoek en nodigt ook zelden spontaan anderen uit om Haar te bezoeken. Wel ontvangt Zij zonder aarzeling zielen die Haar willen komen bezoeken.
Haar uitstraling zelf, de wijze waarop Zij naar buiten toe verschijnt, lijkt een filter te vormen voor de mensen die met Haar contact zoeken: Haar heilige ingetogenheid, rust en stilte trekken slechts zielen aan die diepe nood in hun hart ervaren, zielen die werkelijk trachten naar inwendige groei, en zielen die zich willen laten onderdompelen in Haar Vrede en die geen behoefte hebben aan overbodige woorden.
Ik zie hoe vrouwen slechts enkele woorden met Maria wisselen, Haar prachtige, rustige ogen ontmoeten, en gezalfd en diep geraakt van Haar heengaan. Maria’s stilte oefent een onvoorstelbare macht uit op Haar omgeving: Zij bezit het vermogen om te genezen door wat Zij is, eerder dan door wat Zij zegt. Wanneer Zij spreekt, doet Zij dit met een zachte, zalvende stem die vreugde brengt in het hart van de toehoorder, hem diep raakt, en “iets achterlaat” in de kern van de ziel, waardoor hij plots weer in staat blijkt om de moeilijkheden van het leven aan te kunnen.
Het lijkt alsof Maria’s Liefde en eerbied voor God en voor de onvergelijkbare geschenken die Zij in de allerhoogst mogelijke mate van Hem heeft ontvangen, Haar ervan weerhouden om de uitwerkingen van deze Goddelijke geschenken in Zich te hinderen. Daarom verroert in Haar Tuin geen blad, geen grashalm of geen bloempje tenzij door de bries van Gods Geest. Zij bewaart Gods schatten in Haar Hart, laat ze daar tot het hoogste rendement komen voor de zielen die aan Haar hoede zijn toevertrouwd (“Vrouw, ziedaar Uw Zoon... en alle zielen die in Jezus uw kinderen zijn geworden”), en legt Haar eigen Wezen verder het zwijgen op, opdat geen enkele verzuchting vanwege Haar Hemelse Bruidegom Haar zou kunnen ontgaan, want “Mij geschiede naar uw Woord... en daarom wil Ik al uw woorden kunnen horen”.
Wanneer God grote dingen wil volbrengen, laat Hij dit op Zijn tijd horen. Zolang Hij niet spreekt, hoort de ziel in zichzelf te keren, in hoop en vreugde wachtend tot het uur is gekomen om deel te krijgen aan Zijn grote dingen. De Tuin bereikt de volheid van zijn schoonheid in de volmaakte stilte, want dan spreken zijn bloemen, en doen zij dit in het hart (waar God woont) en niet in de oren (die gericht zijn op de wereld.)

BRON: Maria Domina Animarum Apostolaat: zie onderrichtingen: boeken: Wedergeboorte van het aards paradijs


   "Alles in Maria, dorst en hongert naar de vervulling van Gods Plan van Heil voor de mensheid."