donderdag 3 november 2016

LUISTEREN

LUISTEREN:

"LUISTEREN naar God en doen wat Hij zegt!"


Zijn wij nog bereid om te luisteren naar de stem van God? Om zodoende onze levenswandel te laten lopen in de richting die God wil…Luisteren naar God (en ernaar handelen)kunnen prachtige gevolgen hebben:
 De grote profeet Jesaja schreef:
“Al zijn je zonden rood als scharlaken,
ze worden wit als sneeuw,
al zijn ze rood als purper,
ze worden wit als wol.
Als je weer naar Mij wilt luisteren,
Zal het beste deel van het land
Je ten deel vallen.” (Jesaja 1:18,19)
Wat een belofte: Wie bereid is om terug te luisteren (en te handelen) naar het woord van God, zal het beste deel te beurt vallen!

In matteus 17 zien we bij de gedaanteverandering van Jezus op de berg van Tabor:
 Zes dagen later nam Jezus Petrus, Jakobus en diens broer Johannes met zich mee een hoge berg op, waar Hij met hen alleen was.  Voor hun ogen veranderde Hij van gedaante. Zijn gezicht ging stralen als de zon en zijn kleren werden wit als licht.  Opeens verschenen hun Mozes en Elia, in gesprek met Hem.  Petrus zei daarop tegen Jezus: ‘Heer, het is maar goed dat wij hier zijn. Als U wilt, zal ik hier drie hutten maken, voor U een en voor Mozes een en voor Elia een.’ Hij was nog niet uitgesproken of daar kwam een lichtende wolk die hen overdekte, en opeens klonk er een stem uit die wolk: ‘Dit is mijn geliefde Zoon, in wie Ik vreugde vind. Luister naar Hem.” 

God spreekt hier vanuit een wolk en bevestigd hierbij dat Jezus zijn geliefde zoon is in wie Hij vreugde vindt… Hij vraagt ons ook om naar Hem te luisteren!
Laten we luisteren naar Jezus, Hij die de weg, de waarheid en het leven is, en dan zal het beste deel ons terug ten deel vallen!
“Jezus predikt tot een menigte luisteraars. Behoren ook wij tot hen die bereid zijn om te luisteren naar Zijn Woord?”


In La Salette zegt Maria ons:
 ALS ZE ZICH ZULLEN BEKEREN DAN ZULLEN DE STENEN EN ROTSEN VERANDEREN IN GRAANHOPEN EN DE AARDAPELEN ZULLEN GEZAAID LIGGEN OP DE AKKERS.”
Zich bekeren= zich naar God toe keren= luisteren en handelen naar wat God zegt en vraagt, als de mens dit terug gaat doen, dan zullen prachtige dingen geschieden!

Luisteren:

Jezus zei: 'Gelukkig zijn zij die naar het woord van God luisteren en ernaar leven.'(Lucas 11: 28)
“Vergis u niet: alleen horen is niet genoeg, u moet wat u gehoord hebt ook doen.”(Jakobus1: 22)
“Wij kunnen ons vol vertrouwen tot God wenden, in de zekerheid dat hij naar ons luistert als we hem iets vragen dat in overeenstemming is met zijn wil.” 
(1 Johannes 5: 14)
“Geliefde broeders en zusters, onthoudt dit goed: ieder mens moet zich haasten om te luisteren, maar traag zijn om te spreken, traag ook in het kwaad worden.” (Jakobus 1:19)



“Luisteren naar Gods woord, en groeien in vertrouwelijke omgang met God.”



zondag 30 oktober 2016

WINTERMEDITATIE

WINTERMEDITATIE



Korte beschouwing geïnspireerd door de Meesteres van alle zielen


De winter is het donker seizoen. De dagen kwijnen weg zoals niets, en lijken te smachten naar hun wederopstanding. Zelfs de zon vermag het niet, ons van haar kracht te overtuigen. Zoals steeds herinnert God in de winterse duisternis aan de macht van het Licht. In dit wonderbaar gedeelte van de werkelijkheid dat wij tijdens ons aardse leven nog niet onbeperkt mogen waarnemen, wordt de winter door twee wonderen van spiritueel Licht vervuld en gedragen: Maria’s Onbevlekte Ontvangenis, en de Geboorte van het Licht der wereld, de beide noodzakelijke onderdelen van Gods antwoord op de duisternis van de erfzonde. Met de geboorte van het Licht der wereld zou men tevens het bijkomend Mysterie van het Goddelijk Moederschap van de Moeder Gods kunnen verbinden. Stuk voor stuk bewijzen voor het feit dat God Zich wel degelijk onbeperkt over de mensenzielen ontfermt, en wel in een zodanige mate, dat Hij Godheid en menselijke natuur voortdurend met elkaar in aanraking wil brengen. Sommige van deze aanrakingen bepalen echter de ontwikkeling van de hele heilsgeschiedenis...
Maria zou de Moeder van de Verlosser worden. De Verlosser kon en mocht in Zijn Godheid slechts door een vlekkeloos Tabernakel worden omvat. Geen menselijk wezen kan van nature aan deze voorwaarde voldoen. Niettemin moest de Messias uit een vrouw ter wereld worden gebracht, opdat Hij het menszijn vanaf de allereerste fasen ervan zou kunnen doorleven, anders zou de Verlossing niet volkomen zijn. Dus bekleedde God Maria met het heiligste goud van de Onbevlekte Ontvangenis, die Haar tot een levend Tabernakel maakte, een machtige burcht tegen de duisternis, groot Teken van belofte voor alle zielen. Toen aan de ziel van de latere Moeder Gods de Onbevlekte Ontvangenis werd verleend, werden de regionen der hel door bliksems doorkliefd: symbool voor het feit dat de macht der duisternis over de zielen voortaan niet meer onverdeeld zou zijn.
Met Maria’s Onbevlekte Ontvangenis zou voor de mensheid een nieuw tijdperk beginnen. Aan de duivel werd meteen een mensenziel voorgehouden die niet alleen de ongeschonden heiligheid van de ziel van vóór de erfzonde bezat, doch die tevens machtiger dan elke bekoring en misleiding bleek: Maria liet Haar vrije menselijke Wil zo totaal in Gods Wil overvloeien dat Zij precies wilde wat God wil, en precies verafschuwde wat God verafschuwt. De satan vond aldus in Haar een ziel die in de ware zin van het woord het “beeld en gelijkenis van God” vertegenwoordigt. De uiteindelijke bestemming van elke mensenziel werd door de satan in deze onbevlekte ziel in reeds absoluut verwezenlijkte staat aangetroffen. Hoeft het ons dan te verbazen dat “De Vrouw” de satan een zo geweldige aanstoot was, is en steeds zal blijven? In Haar is hij voorgoed vernederd, en Zij zal deze vernedering op kracht van Gods Wil ook voor de hele Schepping zichtbaar voltrekken in het uur waarin Haar voet, die hoe dan ook van in den beginne met hem heeft gespeeld, hem definitief in de grond zal drukken, waar hij geen ziel meer van God zal verwijderen.
Deze volkomen heilige ziel, levende en eeuwigdurende Explosie van Goddelijk Licht, zou nu de bodem zijn, in dewelke de Goddelijke Graanhalm Christus zou groeien opdat Hij Gods Heilsplan een Lichaam zou kunnen aanbieden, dat door Zijn restloze zelfgave het doodsvonnis over het rijk der duisternis zou uitspreken. Zo bereidde God de Geboorte van het Licht der wereld in de schoot van een mensenziel voor. Welk teken heeft God hier jegens de duivel gesteld om deze laatstgenoemde erop te wijzen dat Hij de zielen ondanks hun ongehoorzaamheid door de zonde nooit in de steek zou laten.
Dit alles heeft God voor de zielen bereid als een begin van het grootste Mysterie van Liefde, en nog wel in de donkerste tijd van het jaar. De ontwikkeling van Gods Heilsplan is volkomen gebaseerd op een wisselwerking tussen God en de zielen. God werkt door zielen heen, en de verwezenlijking van alles wat het volkomen Heil van de zielen naderbij kan brengen, moet gebeuren via de inzet van de zielen, die een leven in deugdzaamheid en in volkomen toewijding aan God leiden. De ziel kan haar leven geen vorm geven in het Licht indien zij niet elk teken van Licht dat God haar voorhoudt, weet te benutten.
Het geheim van een volkomen vruchtbaar leven ligt in het rotsvast geloof in de Verlossingswerken van Christus. Men kan deze Werken echter niet erkennen en tezelfdertijd de door God gekozen fundering ervan miskennen, op dewelke deze Werken voltrokken zijn: Maria, de Onbevlekte Ontvangenis. Ik herinner graag aan de gelijkenis in dewelke de Meesteres van alle zielen ooit Jezus vergeleek met de zon, en Zichzelf met de zonnestralen, en de vraag suggereerde of men wel in het bestaan en de werking van de zon kan geloven en tezelfdertijd het bestaan en de werking van de stralen van de zon kan verloochenen.
In de winter worden de dagen opvallend korter, het licht wordt schaars. Nochtans draagt de christen in het hart deze wonderbare kiem van Goddelijk Licht, die uitgerekend in de vroege winter het wezen van zijn christen-zijn tot uitdrukking brengt: de komst van het Licht, waaraan de ziel reeds in de Onbevlekte Ontvangenis van de Moeder Gods wordt herinnerd, en dat haar in de hoogheilige nacht van de Geboorte van Jezus in het bewustzijn roept dat de ziel voor het ware Licht wordt geboren, dit permanent in zich behoort te dragen zoals Maria het in Zich heeft gedragen, en het in zichzelf steeds opnieuw geboren moet laten worden, niet omdat het intussen zou sterven of onwerkzaam zou worden, doch omdat al het Goddelijke zich steeds opnieuw met de menselijke wil moet verbinden opdat het in de ziel ten volle werkzaam zou blijven.
In deze voortdurende wisselwerking met God en met de onophoudelijke belijdenis ten voordele van Gods Werken worden in de ziel de winter van de onvruchtbaarheid en de hartenkoude evenals de duisternis van de voortdurende bekoring en dwaling bedwongen. Dit alles veronderstelt bij de ziel Liefde en de wil om zich in dienst van Gods Werken te stellen. De Liefde is daarbij de warmte van hart, terwijl de wil om zich in dienst van Gods Werken te stellen, het Licht van de belofte van een nieuwe lente in de ziel brengt.
Aan de ziel die bewust doorheen de winter gaat in vurig verlangen naar de Geboorte van het Licht, ook in zichzelf, en in het bewust bestreven om haar bodem voor de genadegeschenken van het nieuwe leven in de komende lente te ontsluiten, wordt het gemakkelijker gegeven, de geheimen van Licht en duisternis stap voor stap te doorgronden. Zij zal ook de diepere zin van het leven als voortdurende strijd tegen de duisternis in de eigen ziel en tegen de bedreigingen vanwege de duisternis leren bevatten.
Precies dit begrip versterkt in sommige zielen het vermogen om God en Zijn Werken waarlijk lief te hebben. In de ziel die oprecht, d.w.z. onzelfzuchtig, kan liefhebben, wordt het nooit echt winter. In haar bodem bevriezen nooit de zaadjes van de genade die God voor haar bereidt; zij worden voortdurend tot rijping gebracht en in de steeds bloeiende ziel ingebouwd. Zo kan in deze ziel Christus steeds opnieuw geboren worden. God is Liefde, slechts de Liefde leidt naar God, en slechts in de liefhebbende ziel kan God Zijn wonderen voltrekken. Dat wil Hij in ieder van ons ook in deze Winter doen.

BRON: Maria Domina Animarum Apostolaat (zie onderrichtingen: meditaties: winterbeschouwing.)



Aan de ziel die bewust doorheen de winter gaat in vurig verlangen naar de Geboorte van het Licht, ook in zichzelf, en in het bewust bestreven om haar bodem voor de genadegeschenken van het nieuwe leven in de komende lente te ontsluiten, wordt het gemakkelijker gegeven, de geheimen van Licht en duisternis stap voor stap te doorgronden. Zij zal ook de diepere zin van het leven als voortdurende strijd tegen de duisternis in de eigen ziel en tegen de bedreigingen vanwege de duisternis leren bevatten.






zondag 9 oktober 2016

ZUIVERHEID

Wandeling in de Onbevlekte tuin van Maria (ter voorbereiding op de gedachtenis van Maria Koningin van de Zuiverheid op 16 oktober)

ZUIVERHEID:



In Galilea bloeit een Bloem van nooit geziene schoonheid. Ondanks Haar bevalligheid trekt Zij weinig aandacht, omdat Gods Geest de ware diepgang van Haar schoonheden verborgen houdt voor harten die versluierd zijn door zonde en ondeugd. In deze Bloem heeft God ongekende schatten gelegd. God Zelf heeft Zich in de aanschouwing van Haar schoonheid van eindeloze, eeuwigdurende verrukkingen verzekerd, omdat Hij deze door de zondeval van het eerste mensenpaar op aarde nooit meer zou vinden. Hij die alles maakt en alles kent, ervaart niettemin in Haar Zijn opperste vreugde.
Hij heeft Haar geschapen als een Bloem die zich opent, laag na laag, in een eeuwigdurende ontvouwing van schoonheden. Eén Bloem waarin eindeloze tuinen van Mysteries tot rijping zijn gebracht in één scheppingsdaad. De pracht, de geuren en de Glorie van de Schepper Zelf stromen zonder ophouden uit Haar als uit een nooit opdrogende bron. In Haar beleeft de Schepper de diepste verrukkingen van Zijn eigen handen. In Haar heeft Hij de onvergankelijkheid van oneindig bloeiende Goddelijke Mysteries gelegd, in de stoffelijke mantel van een vrouw die de Moeder van Zijn mensgeworden Zoon zal worden. Hij vervult Haar met Zijn Liefde, Zijn macht, Zijn Glorie, Zijn Wijsheid en Zijn Wil. Door de combinatie van deze Goddelijke eigenschappen zal Zij de volmaakte Brug tussen de Bron van Leven en de schepselen zijn.
Zij is de Onbevlekte Ontvangenis, Haar ziel draagt niet de wonde van de erfzonde, zodat Haar Tuin voor eeuwig ongeschonden zal blijven: in Haar heerst de Eeuwige Lente, bloeien onophoudelijk de bloesems van alle deugden en rijpen nooit geziene vruchten van heiligheid. Elke ziel die van deze vruchten eet en zich met Haar bloesems laat bekleden, zal delen in Haar verrukkingen, zo belooft de Schepper van deze Onbevlekte Tuin, want Zij is bestemd om volmaakte Spiegel voor het Goddelijk Licht te worden.
De Onbevlekte Tuin bloeit in al zijn pracht. Zijn grond is volmaakt vruchtbaar en zal om deze reden het unieke voorrecht ontvangen, de Godmens te dragen. Alles wat uit deze grond opschiet, is volmaakt en vlekkeloos. De Tuin is onmetelijk. God heeft hem zo voorzien, dat hij voor alle eeuwigheid onophoudelijk zal blijven groeien, oneindig zoals God Zelf, want de stroom der genaden die vanuit Gods Hart in deze Tuin vloeien, blijft voor eeuwig aanzwellen. Zo is deze Tuin reeds volmaakt maar blijven zijn heerlijkheden zich niettemin eeuwigdurend vermenigvuldigen.
De ziel die de Onbevlekte Tuin betreedt, komt in de ban van een betoverend parfum dat Gods Tegenwoordigheid en de absolute afwezigheid van enige zondesmet verraadt. In het hart van deze Tuin brandt het Vuur van de Goddelijke Liefde, want de Onbevlekte Tuin is gemaakt als een Vuur uit Gods Vuur. Daardoor bloeien hier de zuiverste bloesems van een rein gevoelsleven, emoties en verlangens zoals deze uit het Hart van God Zelf over de Schepping uitstromen.
“In het hart van de Tuin van Maria brandt het Vuur van de Goddelijke Liefde, want de Onbevlekte Tuin is gemaakt als een Vuur uit Gods Vuur.”


De lucht in de Tuin is volkomen vervuld van de adem van de Heilige Geest, zodat alle bomen der deugd uitgroeien tot dragers van Hemelse vruchten, en geen onkruid van onreine gedachten een voedingsbodem vindt. Gods Geest voedt zonder ophouden deze Tuin, houdt zijn bladeren fris en groen, en bedekt zijn bloemen en vruchten met de dauw van de Godheid, en op Zijn beurt voedt Hij Zich onophoudelijk aan de verrukkingen van de Tuin die voor eeuwig de voltooiing van Gods diepste verlangens zal zijn.
God heeft Zijn Wil in deze Tuin laten ontspringen als een bron die alles bevloeit en doordringt van de trekken van Zijn eigen Wezen. Hierdoor is alles wat in de Tuin bloeit en rijpt, in volmaakte overeenstemming met Gods Wetten, Plannen en Werken. In de Onbevlekte Tuin is het "beeld en gelijkenis" van God tot voltooiing gebracht. In Maria heeft Hij Zijn eigen Goddelijke eigenschappen in aanraking gebracht met de Schepping, in een Tuin die Draagster is van Zijn Mysteries, die zich in Haar eeuwigdurend blijven vermenigvuldigen.
De ziel van deze Tuin is de Spiegel die God aan de zielen voorhoudt. Onophoudelijk golven vanuit de Tuin de Woorden van de Allerhoogste over de Schepping heen.
Tot de engelen zeggen zij: “Ziehier het Teken van Mijn macht. Aanschouw en dien de Meesteres van alle zuiverheid". Tot de duivelen zeggen zij: "Ziehier het Teken van Mijn Zuiverheid en Mijn Overwinning. Onder Haar voeten zal alle onreinheid verpletterd worden. Tot de mensenzielen zeggen zij: “Ziehier de in ere herstelde mens, de eeuwig levende Reinheid. Volg Haar na, en vind Mij in Haar terug. Zij zal voor u het Teken zijn van de Bron van dewelke gij zijt uitgegaan, en de Poort door dewelke gij in het Eeuwig Rijk zult binnentreden".
Met deze eigenschappen bekleed, volbrengt Gods Onbevlekte Lusttuin Haar levensweg op aarde. In Haar geest welt geen enkele negatieve gedachte op. Zij ziet alle zonden, zwakheden en tekortkomingen, en is er bedroefd over omdat deze de vervulling van Gods Plan vertragen. Niettemin beschuldigt Zij niet en veroordeelt Zij niet. Zij kent slechts medelijden met de zwakheden van Haar medemensen, en bidt, offert en boet voor hun bekering en om kracht opdat zij hun zwakheden mogen overwinnen.
In Haar rechtstreekse ontmoetingen met Haar medemensen tracht Zij deze te sterken in hun strijd door Haar uitstraling van Liefde, zachtheid, blijmoedigheid, begrip en kracht. In Haar Hart welt geen enkel negatief gevoel op, geen enkele gesteldheid die Gods Werken in Haar zou kunnen verontreinigen of ontkrachten. In volkomen begrip voor Gods Wijsheid en voor het feit dat Hij voor alles een tijd heeft voorzien, legt Zij Zich neer bij alles wat in de ziel die wel door de erfzonde geschonden is, wrevel zou kunnen verwekken. Zij neemt God niets kwalijk. Zij doet geen enkele toegeving aan bekoringen tot bitterheid, wrevel, wrok, twijfel, haat, jaloersheid, ontmoediging of wanhoop.
Wanneer Zij door de vrouwen van Nazareth betrokken wordt bij gesprekken over het dagelijks leven, spreekt Zij geen enkel woord van roddel, achterklap, laster, verdachtmaking of misprijzen. Zij spreekt weinig, want Zij begrijpt dat de uitstraling, die de vrucht is van het innerlijk leven van de ziel, duizend maal méér zegt dan woorden. Zij begrijpt ook dat woorden de medemens eerder naar het wereldse toe trekken dan naar het Goddelijke, en wat Zij wil, is precies alle zielen in contact brengen met de Bron van Haar onbevlekte Vrede: God. Wanneer Haar gesprekspartner Haar door negatief geladen woorden tot een oordeel zoekt te verleiden of in het negatieve zoekt mee te trekken, antwoordt Zij slechts door een ontwapenende glimlach en een verwijzing naar de almacht van God, met een uitnodiging om alles aan Hem toe te vertrouwen in een zuiver gebed dat vrij is van oordeel of beschuldiging.
Vele vrouwen worden afgeschrikt door Haar onverleidbaarheid. Maria wordt spoedig beschouwd als een “ongewone jonge vrouw” die “in een andere wereld lijkt te leven”. Niettemin raakt Zij vele harten door het feit dat Haar “ongewone” reacties heel consequent ondersteund worden door een onberispelijk, heilig gedrag en een mysterieuze rustbrengende uitstraling vanuit Haar hele Wezen. Nooit ziet een ziel Maria anders dan als een burcht van gelijkmoedig gedrag, die nooit zichtbaar ontdaan noch onbeheerst is. Zij wenst niemand kwaad toe.
Deze deugd treedt in haar volle kracht tot uiting op Golgotha bij het Kruis van Jezus, waar de op dat ogenblik nochtans reeds zeer ver uitgerijpte Maria Magdalena op zeker ogenblik een schimprede afsteekt naar de joden toe, en aanstalten maakt om een steen op te rapen om deze naar de rangen van de bespotters toe te werpen. De Onbevlekte Tuin raakt even de arm van Maria Magdalena aan, bekijkt haar met betraande ogen en fluistert “Laat God Rechter zijn, Mijn zus". Geen enkel negatief woord komt over Haar lippen, Zij kwetst nooit, scheldt niemand uit, wenst niemand kwaad toe, zelfs niet de Farizeeën wier huichelachtigheid alle verbeelding tart. Zij bezit de zelfbeheersing van een ziel die inderdaad “in een andere wereld leeft”. Haar ziel is Haar zo kostbaar dat Zij deze aan niets op de aarde of onder de aarde zal uitleveren om verontreinigd te worden. Geen wereldse invloed zal ooit Haar meester zijn, want Haar enige Leven is het Goddelijke. Na het kruiswoord van Jezus “Vrouw, ziedaar uw zoon” zal Zij zonder ophouden bidden en offeren opdat deze onschatbare erfenis van een zuiver inwendig leven op Haar kinderen van alle eeuwen zou mogen overgaan.
Aanschouwt het verloren Aards Paradijs, opnieuw tot leven gekomen in de Onbevlekte Tuin van de ziel van Maria. En zie Gods verbond van de Laatste Tijden:
Zie Maria, de Onbevlekte Tuin van Mijn welbehagen en Meesteres van alle zielen. Tot Koningin over alles heb Ik Haar bestemd. Van de vruchten uit deze Tuin zult gij eten in tijd en eeuwigheid, opdat gij opnieuw zult worden tot Mijn beeld en gelijkenis.
BRON: Maria Domina Animarum Apostolaat: zie onderrichtingen: Boeken: Wedergeboorte van het aards paradijs (zuiverheid)

16 oktober: gedachtenis aan MARIA KONINGIN VAN DE ZUIVERHEID:

In deze Bloem heeft God ongekende schatten gelegd.




zondag 25 september 2016

DE HEILIGE ENGELBEWAARDERS

DE HEILIGE ENGELBEWAARDERS:

“Onze H.engelbewaarder is een brug van Goddelijk Licht.”

(2 oktober)

 

Vandaag wordt elke ziel eraan herinnerd dat God haar een groot geschenk heeft gegeven, waaraan zij gewoonlijk zelden denkt: haar engelbewaarder.
Voor God is elke ziel oneindig kostbaar. Zij draagt in zich een kiem van heiligheid, die haar kan laten bloeien naar Gods beeld en gelijkenis, wat uiteindelijk het doel van elk mensenleven is. Omdat het leven op aarde een permanente bedreiging voor een heilzame ontwikkeling van de ziel en voor de bloei van de kiem van heiligheid vormt, heeft God elke mensenziel een wachter toebedeeld, met de opdracht, de zielentempel te beschermen tegen elke beschadiging die de ziel zou kunnen beletten om dit verheven doel te bereiken.
Deze wachter is de engelbewaarder. In essentie bestaat zijn taak hieruit, voor zijn beschermeling een brug van Goddelijk Licht te zijn, waardoor hij:
·                            De ziel zo ontvankelijk mogelijk tracht te houden voor elk contact met God, met de Koningin der engelen, en met elke kracht die van God uitgaat of die met Hem verenigbaar is. In het kader van deze taak zal hij eveneens trachten, de bezieling van de ziel vanuit Gods Wijsheid zo doeltreffend mogelijk te maken.
·                            De ziel tegen elke schadelijke invloed vanwege de duisternis tracht af te schermen.
De engelbewaarder is eigenlijk de bewaker van de kiem van heiligheid. Deze laatste zou men kunnen vergelijken met een diamant, die in Gods Hart is gemaakt. Deze diamant kan zeer variëren aan pracht en waarde voor Gods Heilsplan voor alle zielen. Deze pracht en deze waarde nemen toe naarmate de ziel de genadewerking actief in zich tot bloei tracht te brengen – een proces dat uitloopt op wat wij “heiliging” noemen. De engelbewaarder zet zich derhalve tot het uiterste in, opdat zijn beschermeling het Vuur om naar de Goddelijke Gaven te verlangen en deze optimaal in zich in te bouwen, in stand zou houden.
De engelbewaarder kan zijn opdracht slechts vruchtbaar maken in de mate waarin de ziel zich laat helpen. Wanneer de ziel vastberaden de stem van de duisternis en de dwaling volgt, kan de engelbewaarder haar niet voor de gevolgen behoeden. In dat geval kan zelfs God Zelf dit niet, want God respecteert de vrije wil van de mensenziel, en verwacht van Zijn engelen hetzelfde.
Onze broeder van Licht, de engelbewaarder, is ons niet zomaar gegeven. Het is echter wel tragisch dat de engelbewaarders wellicht de meest verwaarloosde wezens in de Schepping zijn. Indien zij niet zo absoluut volmaakt in Gods Tegenwoordigheid en in de Liefde tot Hem en tot Zijn Werken zouden zijn geworteld, dan zouden zij daardoor bovendien de eenzaamste wezens zijn. Eenzaam in de ware zin van het woord kan echter geen ziel zijn, die in het hart helemaal opgaat in Gods Tegenwoordigheid, en voortdurend in Zijn Hart overvloeit. Het hart van onze engelbewaarder klopt volkomen op het ritme van het Goddelijk Leven, en zou eigenlijk voor zijn beschermeling het houvast moeten zijn, dat deze laatstgenoemde steeds weer helpt om zijn koers in het leven bij te sturen volgens Gods Wet van Liefde.
Om dit te kunnen doen, moet de mensenziel echter eerst in de stilte van haar hart haar engelbewaarder zoeken. Deze is alles behalve een fictie of een hersenschim: Hij bestaat, en hij is voor de ziel een belangrijke beek via dewelke het water van Goddelijk Leven het mensenhart kan bevloeien – in de mate waarin de ziel bereid is om zich voor de Ware Liefde te openen.
Moge vandaag ieder van ons het verbond met de eigen engelbewaarder bekrachtigen, als bevestiging van het verlangen om waarlijk een kind van het Licht te zijn. De instandhouding van het verbond met de engelbewaarder kan de ziel doordringen van een Licht, dat elke verduisterde hoek in de tempel van de ziel ontsluit voor de heiliging, en dat de deurtjes naar vele onbekende kamertjes in de ziel laat openbreken, wat de ziel brengt tot inzichten die haar zuiveren.
De Meesteres van alle zielen nodigt elke ziel vandaag uit om zich door de handen van haar engelbewaarder aan Haar te laten geven, opdat Zij de band tussen de ziel en haar engelbewaarder naar steeds hogere trappen van vruchtbaarheid voor de mensenziel moge kunnen voeren. Het leven is een voortdurende strijd voor de heiliging. Geen ziel wordt voor deze strijd aan haar lot overgelaten. Het verbond met de engelbewaarder is een grote geloofstest. Laten wij vandaag onze engelbewaarder vragen dat hij ons tegen elke dwaling, misleiding en ontsporing moge beschermen, opdat geen nevel en geen duisternis nog ons ware doel aan de ogen van onze ziel moge kunnen onttrekken.
Bron: uit de onderrichtingen van het Maria Domina Animarum Apostolaat: (zie onderrichtingen: sluier van goud)




Maria openbaart: over de SAMENWERKING met de ENGELEN!
(maria domina animarum apostolaat, zie openbaringen december 2016)


15 december 2006:

“Als Meesteres van de zielen ben Ik vergelijkbaar met cement dat het bouwwerk van Gods schepping stevig moet houden. Ik breng alle zielen bij elkaar. In Mij zullen engelen en mensenzielen elkaar de hand reiken, want de ware diepe zin van hun leven is dezelfde: werken aan de voltooiing van Gods Plannen met de schepping. Daarom verlang Ik in deze laatste tijden een zeer nauwe samenwerking tussen engelen en mensenzielen. Deze laatsten vormen hierin de zwakste schakels: de mensenzielen moeten aansluiting zoeken bij de engelen door zuiverheid en Liefde in hun leven centraal te stellen, hun gebeden te verenigen met deze van de engelen, en te bidden tot de engelen om hun voortdurende leiding en hulp in het dagelijks leven”.
 

“Maria verlangt in deze laatste tijden een zeer nauwe samenwerking tussen engelen en mensenzielen.”















GOD, BRON VAN ZINVOLHEID

GOD, BRON VAN ZINVOLHEID

Oktobermeditatie:


 


Buiten maakt de natuur zich op om een nieuw kleed aan te trekken. Oktober zal ons de herfst brengen. Zo heeft Gods Intelligentie het voorzien. Niets is blijvend. Ook het feit dat wij de zomer in ons hart hebben gesloten, kan niets veranderen aan deze Goddelijke Wet, die seizoenen heeft ingesteld. Alles in de schepping is steeds in beweging. Niet wat wij willen, maakt de dingen vruchtbaar, doch datgene wat God in Zijn onfeilbare Wijsheid als heilzaam kent. Alles heeft zijn tijd, en elk element van de Schepping heeft gedurende een welbepaalde tijd zijn rol te vervullen. Zelfs een boom en een bloem spelen een rol bij de verwezenlijking van Gods Heilsplan. Een klein voorbeeld: Wanneer een bedroefde ziel in het hart wordt geraakt door de aanblik van een veelkleurig vallend blad, kan dit zelfs iets betekenen voor haar spirituele ontwikkeling. Daarbij moeten wij bedenken dat elke verandering in een ziel invloed kan krijgen op andere punten binnen Gods Heilsplan.
Een veelkleurig vallend blad... Meteen zien wij de schoonheden van de herfst voor ons inwendig oog. Het lijkt erop dat God de dood in schoonheid wil voorbereiden, alsof Hij wil beklemtonen dat alles wat Hij heeft gemaakt, waardevol is en ook na zijn hoogtepunt niet klaar is om meteen te worden vergeten. Geldt dit niet nog méér voor de mensenziel? Kijken wij toch eens naar de weg van de heiliging, die elke ziel wordt geacht, te voltooien. Aan een boom kunnen wij de bloesems van de lente, de vruchten van de zomer en de veelkleurige bladeren van de herfst vinden. Het is alsof de boom eerst door zijn bloesems zijn omgeving zoekt aan te trekken en te verblijden, vervolgens door zijn vruchten zijn omgeving zoekt te voeden, en uiteindelijk door zijn vallende bladeren zijn bouwstoffen opnieuw aan de aarde (Gods bodem) toevertrouwt.
De heiligingsweg van de mensenziel is eigenlijk niet anders:
·                            Aanvankelijk moet de ziel “de grondstoffen uit haar bodem halen” (de genaden in zich opnemen) teneinde de bloesems van de deugden in zich tot bloei te brengen. Zij kan daardoor in haar omgeving het verlangen wekken om in haar nabijheid te zijn;
·                            Daarop vormt zij in zich de vruchten van heiliging: de grondstoffen worden in haar ingebouwd en beginnen vrucht te dragen. Met deze vruchten voedt zij andere zielen, die dan het ware “van haar eten”: de ziel in volle heiliging brengt Gods Liefde en Licht naar haar omgeving in woord en daad, in gedachten en gevoelens;
·                            Op zekere ogenblikken is de ziel klaar, of ervaart zij de noodzaak, om een gedeelte van de opgenomen grondstoffen “aan haar voedingsbodem terug te geven”: Zij geeft God de offers van haar leven, waardoor zij de Schatkamers der genaden helpt vullen, en zij reinigt zich van alles wat voor haar overbodig is geworden en zelfs haar verdere heiliging in de weg kan staan.
De herfst is in de natuur eveneens een periode van reiniging: De bladeren die hun tijd hebben gehad, worden afgeschud als ballast, en verrijken daarbij de bodem met de rijkdom aan stoffen die zij in zich hebben ingebouwd.
In het spiritueel leven van een mensenziel kunnen nu en dan trekken van elk seizoen naast elkaar voorkomen. Zo heeft de ziel tijdens haar heiligingproces geregeld nood aan reiniging: De ziel moet de bladeren van haar oude “ik” afschudden, zich van haar wereldse bindingen en van oude gewoonten ontdoen. Dit is echter geen verlies, integendeel, de ziel kan dit proces heel vruchtbaar maken voor Gods Heilsplan. Door het afschudden van oude ballast schept de ziel ruimte voor nieuwe bloei en vooruitgang. De boom van de ziel mag geen voedsel, dat zij uit Gods bodem trekt, blijven gebruiken voor de voeding van bladeren die bij de hogere trappen van haar ontwikkeling niet meer passen. Het afschudden van deze ballast zal de zielenboom echter niet met kale takken achterlaten, want voor de ziel heeft God het zo voorzien, dat elke reiniging meteen een nieuwe en weelderiger bloei en mooiere vruchten mogelijk maakt.
Het hele proces van de seizoenen in de ziel wordt bestuurd door de Liefde, en wordt door de Liefde bepaald. De ziel moet de Liefde uit Gods Hart in zich opnemen via vrijwillig en verlangend contact met God. Elk vrijwillig, verlangend en liefdevol contact met God is gebed. Een welbekende gebedsbrug naar de Hemel is de Rozenkrans. De Rozenkrans is het gebed dat in het hart van de christen wordt vereenzelvigd met Maria, de Moeder Gods, Koningin van Hemel en aarde en Meesteres van alle zielen. Door het bidden van de Rozenkrans zijn in de geschiedenis wonderen gebeurd, waarbij het christendom en het voortbestaan van het christelijke gedachtegoed tegen verwoestende invloeden werd beschermd, door tussenkomst van Maria. Eén van deze grote wonderen vond plaats in oktober 1571 nabij Lepanto, waar tijdens massaal gebed van de Rozenkrans, zelfs door de strijdkrachten, een verpletterende overwinning werd behaald op de gevreesde Turkse vloot, die christelijk Europa bedreigde. De overwinning werd toen officieel door de Paus erkend als een geschenk uit de Hemel. Oktober werd “de rozenkransmaand”.
Over de Rozenkrans kreeg ik ooit van de Allerheiligste Maagd visioenbeelden, die ik bij deze graag met de zielen deel, omdat zij de diepe betekenis van dit grote gebed op een bijzondere wijze onthullen:
Ik zag de Rozenkrans als een verzameling van schatkisten. Elk Weesgegroet was een andere schatkist. Elk van deze kisten was gevuld met de volle rijkdom van een deugd. Alle parels van het rozenkranssnoer samen straalden deze rijkdom van Goddelijk Leven uit over de tempel van elke ziel die de Rozenkrans beschouwde en ervoer als een verzameling van schatkisten, en brachten deze ziel hierdoor de essentie van het Goddelijk Leven: de LIEFDE, als een boom die onophoudelijk nieuwe takken, bladeren, bloesems en vruchten vormt. Het is alsof niet slechts de ziel in de Rozenkrans tot Maria poogt te spreken, doch Maria Zelf op Haar beurt doorheen de Rozenkrans in de ziel het zaad van de Ware Liefde tracht te zaaien. De Meesteres van alle zielen noemde de Liefde ooit de stam van de boom van alle deugden, en hierdoor de kern van alle heiligheid.
Laten wij in deze oktobermaand de Rozenkrans speciaal beschouwen als een brug over dewelke wij met al datgene wat wij in ons meedragen, naar de machtige Koningin van Hemel en aarde toe gaan, opdat Zij in ons een verpletterende nederlaag moge kunnen toebrengen aan elke invloed die ons ware christen-zijn bedreigt. Bedenken wij daarbij dat het ware christen-zijn bestaat uit:
·                            de beoefening van de onzelfzuchtige, onvoorwaardelijke Liefde
·                            de volkomen navolging van alle elementen van de Leer van Christus
·                            De voortdurende betrachting om los te komen van alles wat ons aan het wereldse bindt, en onophoudelijk te werken aan onze heiliging, ons gericht-zijn op God, en de verdieping van onze toewijding aan Maria.
Maria is de Meesteres van alle deugden. Zij is door God geroepen als Gids om de ziel helemaal om te vormen tot beeld en gelijkenis van God. In deze maand roept Zij ons uitdrukkelijk in Haar Hemelse Rozentuin om ons te doordringen van de geuren der Ware Liefde. Laten wij Haar verheerlijken in “Haar” Rozenkrans. Elk Weesgegroet dat wij Haar met eerbied en Liefde aanbieden, is een roos waaruit Zij het parfum van de heiligheid bereidt.

Uit een Openbaring van Maria, 1 oktober 2007: (Maria Domina Animarum Apostolaat)
“Vandaag begint de rozenkransmaand tot Mijn eer. Wat Ik in deze maand van Mijn getrouwen verwacht, is méér dan gebed. Ik verlang zozeer dat zij zich aan elkaar sluiten als een krans van rozen. De roos is de koningin van de bloemen. Bloemen zijn symbolen van leven. De essentie van het Goddelijk Leven is de Liefde, die gesymboliseerd wordt door de roos. Zie het verband: Ik verlang zozeer dat Mijn dienaren een ketting van bloemen, een ketting van Liefde, een ketting van Goddelijk Leven en Licht vormen. Daartoe is nodig dat ieder van hen op zich een paradijs van Liefde zou zijn: Liefde tot God en tot Mij, naastenliefde, zelfverloochening ten bate van de naasten, verdraagzaamheid, mildheid, vriendelijkheid, behulpzaamheid, medeleven, voorkomendheid, tact, vergevingsgezindheid, positieve ingesteldheid in woorden en daden, in gedachten en gevoelens.
Ik heb  het gehad over de ware Vrede van Christus. Precies dat is wat Ik verlang: dat Mijn getrouwen deze maand de Vrede van Christus afsmeken, de ware Vrede van hart die de ziel maakt tot spiegelbeeld van Jezus en van Mijzelf. Beeld en gelijkenis van God te zijn, begint precies daar: met de ware Vrede van hart. Tot alle zielen zeg Ik daarom: Stort alle inwendige stormen uit vóór Mijn voeten, in de heilige grond die door Mij is gemaakt tot een vuurzee van Liefde. Aan Mijn voeten bloeien rozen zoals  geen sterveling ze ooit op aarde kan vinden. Aan Mijn voeten worden ook zielen tot Hemelse rozen, bolwerken van Liefde.”

BRON: uit de onderrichtingen van het Maria Domina Animarum Apostolaat: (zie onderrichtingen: meditaties: oktobermeditaties)


 
Maria tracht  Zelf op Haar beurt doorheen de Rozenkrans in de ziel het zaad van de Ware Liefde te zaaien.

Zie ook: oktobermaand: rozenkransmaand:
http://jezusmariagroep.blogspot.be/2013/09/oktober-rozenkransmaand.html





zondag 18 september 2016

ONDERWERP U AAN GOD!

ONDERWERP U AAN GOD!
Maria komt ons wenend in La Salette oproepen om ons te ONDERWERPEN aan God!


19/9/1846-19/9/2016:170 é verjaardag van de verschijning van Maria in LA SALETTE:

Maria bracht in La Salette een ultieme WAARSCHUWING (Maria begon Haar toespraak met de volgende woorden: “Kom dichterbij Kinderen, ik ben hier om u GROOT NIEUWS te vertellen!”) voor GANS HET VOLK (daarbij worden niet enkel de gewone mensen bedoeld maar ook de geestelijkheid!) Het is hoog tijd om aan het verkondigen van een peperkoeken Sinterklaas-God een halt toe te roepen!(GOD IS, IK BEN. IK BEN DIE IS!- exodus 3:14) De hemel zelf kwam ons oproepen in 1846 dat we ons met z’n allen  dienen te onderwerpen aan God(!) Geen Lieve kindertjesgedoe, maar duidelijke waarschuwende taal krijgen we te horen in La Salette.Maar velen kunnen of willen dit niet aanvaarden omdat men bij het horen van dergelijke taal ze op hun hoogmoedige teen getrapt zijn. Men hoort liever een taal, die men zelf uitvind en die aangenaam in de oren klinkt, één waardoor hun gemoedsrust niet verstoord wordt! Men blijft liever  verder aanmodderen in een klimaat van geestelijke dood en/of lauwheid, in plaats van een nieuw begin te maken, en een levendig geloof tentoon te spreiden, een geloof dat God aangenaam is! ONDERWERP u aan GOD, geef Hem de Eerbied die Hem toekomt. Dit is de eerste plaats in uw leven, dan zullen de zegeningen die u van Hem ontvangt rijk en genadevol zijn! Luister en geef gevolg aan wat de hemel zelf u is komen zeggen, in plaats van te luisteren naar de hedendaagse Schriftgeleerden, die u fabeltjes wijsmaken, en u een peperkoeken Sinterklaas God voorschotelen...(die niet in overeenstemming is met de God die we kennen vanuit de Bijbel!)

Zie ook: Zich onderwerpen aan God:

 
Maria doet in La Salette een dringende  oproep:

“ALS MIJN VOLK ZICH NIET WIL ONDERWERPEN BEN IK GEDWONGEN DE ARM VAN MIJN ZOON TE LATEN GAAN, HIJ IS ZO ZWAAR EN ZO DRUKKEND DAT IK HEM NIET LANGER TEGENHOUDEN KAN.”