zondag 4 december 2016

ONBEVLEKTE ONTVANGENIS

ONBEVLEKTE ONTVANGENIS VAN MARIA:

(8 december)


Maria de Belichaming van de absolute zuiverheid

 

De Onbevlekte Ontvangenis van de Moeder Gods, die wij vandaag gedenken, is een Goddelijk Voorrecht dat na de erfzonde vanwege het eerste mensenpaar slechts één maal in de heilsgeschiedenis is verleend. Zij staat voor het unieke wonder van de absoluut volmaakte heiligheid van een mensenziel. In het unieke karakter van de Onbevlekte Ontvangenis herinnert God de zielen eraan, dat het hier om iets buitengewoons gaat. De zielen worden er tevens aan herinnerd dat God oorspronkelijk elke mensenziel als absoluut heilig had bedoeld, doch dat door de erfzonde, deze zonde van ongehoorzaamheid jegens God, door dewelke het heilig verbond tussen de mensenzielen en God door de zielen is gebroken, in alle eeuwen elke mensenziel van een litteken zou worden voorzien.
Dit litteken in onze ziel is meer dan een schoonheidsfoutje, het is zoals een lek dat het de ziel ten zeerste bemoeilijkt om de volheid van het Goddelijk Leven in zich vast te houden. Het is zoals een wissel op de spoorweg, die de trein geregeld laat afwijken van het spoor dat de ziel behoort te volgen om de heiligheid te bereiken: Het heeft in de ziel de neiging doen ontstaan om te zondigen, dit wil zeggen, om eerder de stem der bekoring te gehoorzamen dan de stem van Gods leiding. In een beeld zou het zo kunnen worden uitgedrukt: De erfzonde heeft in de ziel een voor getrokken, door dewelke het water van Goddelijk Leven, waarmee God de ziel bevloeit en dat is geladen met de kracht der heiliging, voortdurend uit de ziel neigt weg te vloeien, zodat de ziel de volheid van het Ware Leven niet in zich kan vasthouden. Om deze reden is het aardse leven van de mensenziel een onophoudelijke strijd voor de instandhouding van het ware, Goddelijk Leven, respectievelijk voor het recupereren van datgene wat de ziel voortdurend aan Goddelijk Leven verliest.
Maria zou de volheid van het Goddelijk Leven in Zich bewaren, en zou bovendien deze Goddelijke Gave kronen door een volmaakt zondeloos leven. De Onbevlekte Ontvangenis maakte Maria meteen tot een hoogheilig Tabernakel waarin Zij de Godheid van Christus kon bewaren, Hem lichamelijk kon voeden en Hem aan de wereld kon geven. De Onbevlekte Ontvangenis was als het ware het absoluut noodzakelijke vlekkeloze kader binnen hetwelk de Goddelijke Verlosser de wereld moest worden binnengedragen.
De Hemelse Koningin laat herinneren aan één van Haar uiteenzettingen met betrekking tot het verblijf van zielen in het vagevuur, waarin Zij aantoont dat een niet volkomen door het Vuur van de Liefde gelouterde ziel de intrede in de Hemel met de onbeperkte Tegenwoordigheid van de Eeuwige Liefde aldaar, helemaal niet zou kunnen verdragen. Welnu, zo ook zou een met de erfzonde beladen ziel in geen geval de onbelemmerde aanraking met de Godheid hebben kunnen verdragen: Slechts een Vrouw die van de volheid van de heiligheid doordrongen was en derhalve de vlekkeloze Liefde in haar absolute volheid in Zich droeg, kon Moeder van de Godmens worden.
Maria heeft de Onbevlekte Ontvangenis niet slechts gekregen, Zij is de Onbevlekte Ontvangenis, de Belichaming van de absolute zuiverheid, van de volkomen harmonie met de Wil van God, de allerhoogste heiligheid. Heiligheid betekent het vermogen, in alles en door alles Heil over de Schepping te verspreiden, zelfs door datgene wat men is, de innerlijke gesteldheden. Dit vermogen vertegenwoordigt de mate waarin een mensenleven vruchtbaar is voor de bevordering van de verwezenlijking van Gods Plannen en Werken. Dit betekent tevens dat Maria’s ziel Bron van de hoogst mogelijke vruchtbaarheid was, en dat geen ziel ooit Gods Werken en Plannen meer heeft gediend dan Zij.
In wezen vieren wij dus vandaag:
·                            Gods oneindige Liefde, die zich ertoe bereid toonde, ondanks de ontrouw van de mensenziel jegens Hem, de mensenzielen in zo verregaande mate opnieuw in ere te herstellen dat Hij één van hen met zoveel heiligheid bekleedde, dat Zij in staat was, Zijn Licht op vlekkeloze wijze tot in de afgronden der duisternis door te stralen. In deze ziel zou daardoor een zaadje rijpen dat – mits het door de vrije wil van de ziel zelf naar behoren wordt gevoed – deze ziel zou bekleden met een onbeperkte macht en een fabelachtig vermogen tot liefhebben. In Maria is het zaad uitgerijpt tot een bloemenparadijs, oneindig machtig op Gods Hart door de geur van een absoluut volmaakte Liefde.
·                            Deze onbeperkte vruchtbaarheid van een mensenziel die het allerhoogste eerbetoon en de allerhoogste dienst aan God vormt, omdat van vruchtbaarheid slechts sprake is in een leven dat volkomen vrijwillig in overeenstemming met Gods Wetten wordt gevoerd. In Maria heeft zich dit nauwelijks te verwezenlijken ideaal daadwerkelijk ten volle verwezenlijkt. God heeft het schijnbaar onmogelijke mogelijk gemaakt, en heeft dit gedaan doorheen een mensenziel. De Allerhoogste heeft derhalve in de Onbevlekte Ontvangenis op ondubbelzinnige wijze aangetoond hoeveel Hem eraan gelegen is, niets, zelfs niet eens het allerbelangrijkste, te volbrengen zonder de vrijwillige inzet vanwege de mensenziel.
Deze beide elementen samen vormen de belichaming van de volmaakte naleving en toepassing van het verbond tussen God en de mensenziel: God stort Zich in de mensenziel uit, en de mensenziel ontledigt zich volkomen voor God. Opmerkelijk is, dat deze wisselwerking tussen God en de mensenzielen hier zodanig is opgezet, dat alles via Maria loopt: In de Onbevlekte Ontvangenis vertegenwoordigt Maria de hele mensheid in haar relatie tot God. Maria als Brug en als Vertegenwoordigster tussen God en de zielen: het zou Haar eeuwige roeping zijn.
Laten wij deze dag ons hele wezen, ons hele leven en onze onderlinge verbondenheid op een bijzondere wijze aan Maria toewijden, opdat onze eigen ziel deel moge hebben aan de machtige effecten van Maria’s volmaakte zuiverheid, van de Mysteries van Haar unieke verhevenheid, want Zij is de Gouden Brug naar Gods Hart. In Haar is de mensenziel ten volle Gods beeld en gelijkenis. Omdat het nooit Gods bedoeling was, de effecten van dit wonder tot één enkele ziel te beperken, is het nu een wezenlijk bestanddeel van de opdracht van de Meesteres van alle zielen, de zielen om te vormen naar Haar beeld en gelijkenis, opdat zij “terug mogen kunnen keren naar de staat van genade die zij vóór de erfzonde bezaten” (woorden van de Meesteres als uitdrukking van Haar “Werkplan”). Wij kunnen aan de verwezenlijking van dit wonder slechts actief meewerken in de mate waarin wij ons in het dagelijks leven in volkomen, concreet beleefde toewijding weggeven. Dat is niet de vonk van één enkel ogenblik, doch een levenstaak.
BRON: uit de onderrichtingen van het Maria Domina Animarum Apostolaat: (zie onderrichtingen: sluier van goud)


Maria De Onbevlekte Ontvangenis







donderdag 17 november 2016

NOVEENGEBED TOT MARIA VAN DE WONDERDADIGE MEDAILLE

Noveengebed tot O.L.Vrouw van de 'Wonderdadige' Medaille: van 19 tot en met 27 november:

"O.L.V.. van de wonderdadige medaille"


Onbevlekte Maagd Maria, Moeder van Jezus Christus en ook onze Moeder, wij hebben het grootste vertrouwen in uw voorspraak.
U kunt van uw Goddelijke Zoon, onze Verlosser, alles verkrijgen wat goed voor ons is. Wij danken u, dat u ons daaraan herinnert door de medaille, waarop onze verlossing is afgebeeld. 
Gij zijt niet alleen onze Middelares voor tijdelijke gunsten, maar vooral wilt Gij voor ons geestelijke gaven verwerven, zoals een levend geloof, een onwrikbaar vertrouwen en een vurige liefde tot God en een edelmoedige liefde tot onze naasten. 
Lieve Moeder Maria, wil mij de genade verkrijgen, waarom ik u nederig vraag om..... (uw intentie)
Dank, dat Gij uw speciale bijstand en bescherming beloofd hebt aan allen die deze medaille dragen en met vertrouwen dat mooie gebed bidden: "O Maria, zonder zonden ontvangen, bid voor ons, die onze toevlucht tot u nemen."Amen.


27 november feest van O.L.V. van de wonderbare medaille.

"O MARIA ZONDER ZONDEN ONTVANGEN, BID VOOR ONS DIE ONZE TOEVLUCHT TOT U NEMEN."

http://jezusmariagroep.blogspot.be/2015/11/wonderdadige-medaille.html

zondag 13 november 2016

EN HET WOORD IS VLEES GEWORDEN


EN HET WOORD IS VLEES GEWORDEN...

Waarom is Jezus Mens geworden? Over het Verlossingsmysterie


"het woord is vlees geworden"


God had de mens volkomen heilig geschapen. Reeds de eerste mensen (Adam en Eva) in het Aards Paradijs bezondigden zich echter aan hoogmoed en ongehoorzaamheid jegens hun Schepper. Hierdoor werd de zonde geboren. Dit wordt de zondeval genoemd: de mensenziel verloor haar volmaakte heiligheid, en deze vlek werd als een besmetting van geslacht op geslacht overgedragen. Daarom spreken wij van de erfzonde. Hierdoor werd de mens de toegang tot de Hemel (het Eeuwig Leven in gelukzaligheid van de ziel die “heengaat” in staat van genade) ontzegd.
Via de profeten van het Oud Testament beloofde God aan de mensheid de Verlossing: een onvoorstelbare daad van uitboeting waardoor God zich opnieuw met de mensheid zou kunnen verzoenen, en de Hemel opnieuw geopend zou worden. Als groot symbool voor deze verzoening tussen God en de mens zond God Zijn eigen Goddelijke Zoon, Jezus Christus, in de wereld. Jezus moest echter de Verlossing niet als God voltrekken, doch als mens, omdat de verzoening slechts mogelijk was door een vergoedend menselijk lijden in een menselijk lichaam. Wij moeten dit zien als een compensatie voor het grote onrecht dat Gods goedheid en Liefde hebben moeten lijden door de ontelbare en onvoorstelbare zonden. Lijden is onaangenaam op het wereldse vlak, maar is een bron van zeer grote verdiensten op het bovennatuurlijke vlak.
God had Zijn Zoon onmiddellijk als volwassen mens kunnen laten verschijnen, doch om het offer volkomen te maken, liet Hij Hem alle fasen van het menszijn doorlopen: Jezus moest geboren worden als hulpeloos kind, uit een vrouw. Geen enkele vrouw zou echter waardig geweest zijn om Gods Zoon te dragen, want elke mens droeg de erfzonde... behalve Maria, die als enige door God bevoorrecht was met een volmaakt heilige ziel, zonder de erfzonde. Dit wordt de Onbevlekte Ontvangenis genoemd. Door de Onbevlekte Ontvangenis van Maria had God de verzoening met de mensheid door de komst van Zijn Zoon in de wereld ingeluid: Maria werd als eerste bevrijd van de smet van de erfzonde. Zij was de volmaakt heilige, de mens zoals God deze had bedoeld: volkomen zuiver, en vrij van elke zondige neiging.
Vóór de zondeval was er geen lijden, geen ziekte, geen pijn. Door de erfzonde werd het menselijk lichaam tot instrument van uitboeting voor de zonden van het hele mensdom. In Gods ogen vormen alle mensen van alle tijden één geheel. Precies daardoor is het mogelijk dat een mens door eigen lijden in lichaam, geest of gevoelens de zonden van andere mensen uitboet. Hierin schuilt de verklaring waarom Jezus de Verlossing van de hele mensheid op zich kon nemen.
Reeds aan de profeten van het Oud Testament werd de komst van de Messias aangekondigd. De Messias, ook de Christus genaamd, was de Gezalfde van God, die de mensheid het eeuwig Heil zou brengen. De Messias was Gods eigen Zoon. De belofte van de komst van de Messias op aarde werd gedaan aan Gods “uitverkoren volk”, de joden van Israël. De joden wisten dus dat de Christus uit hun eigen volk zou opstaan. De Messias kwam inderdaad: Jezus Christus, geboren uit een zeer heilige tak van het geslacht van koning David. Doch zeer velen herkenden Hem niet als de lang verwachte Verlosser. Zij zagen in Jezus van Nazareth een nieuwe profeet, maar niets méér. Sommige verlichte zielen herkenden Jezus wèl als de Messias, en zo werd Israël verdeeld tussen twee partijen: enerzijds zij die Jezus herkenden als de Christus, de Messias (zij werden de eerste christenen), en anderzijds zij die weigerden, Hem als de Messias te herkennen. Deze laatsten bleven joden. Ook heden ten dage zijn de joden nog steeds in afwachting van de “Messias”, want zij nemen niet aan dat de ene ware Messias, de enige Christus, reeds gekomen is met Jezus van Nazareth.
 Want er is een Kind geboren: we hebben een Koningszoon gekregen. Hij zal als Koning heersen. Hij wordt Wijze Raadgever, Sterke God, Eeuwige Vader en Vredekoning genoemd.  Hij zal voor eeuwig regeren en in zijn koninkrijk zal het eeuwig vrede zijn. Hij zal eerlijk en rechtvaardig over het koninkrijk van koning David regeren, voor eeuwig.” (Jesaja 9: 5-6)


De verstarde joden die in Jezus niet de Messias wilden zien, zagen in Hem een bedreiging: voor hen was Hij iemand die het jodendom, de oude overlevering van God Zelf aan het “uitverkoren volk”, kwam verstoren. De meest hardnekkigen onder hen, de Farizeeën en de schriftgeleerden, waren van oordeel dat Jezus, de “profeet uit Nazareth”, uit de weg geruimd moest worden. In hun ogen was Hij een godslasteraar, die zo verwaand was dat Hij Gods Wet durfde vernieuwen, en die zichzelf “op godslasterlijke wijze” de Christus, de Messias, de Zoon van God noemde. De vervolging begon, en nam steeds ergere vormen aan, tot Jezus uiteindelijk gevangen genomen werd. De profeten van het Oud Testament hadden aangekondigd dat de Messias zou lijden en sterven tot Heil en Verlossing van Zijn volk. Deze profetie  is in vervulling gegaan: Jezus werd op de avond van Witte Donderdag, na een vreselijk lijden in Hart en ziel, in de Hof van Gethsemani gevangen genomen en stierf op Goede Vrijdag op Golgotha (de Calvarieberg) op het Kruis, na een onvoorstelbaar lijden.
Onder het Kruis stond Zijn Moeder Maria, in een onmetelijk lijden van Hart en ziel. Zij werd hier onze Medeverlosseres. Tijdens die uren vanaf Gethsemani tot Calvarie boette Jezus door onbeschrijflijke pijnen en totale uitputting de zonden uit van elke mensenziel die gelooft dat Hij de Verlosser is en die werkelijk in het eeuwig Heil, het Eeuwig Leven, gelooft en ernaar verlangt. Jezus heeft de Hemel geopend. Om werkelijk de Hemel binnen te gaan, moet de mens slechts Liefde en dankbaarheid betonen aan Jezus, de Verlosser, en aan Maria, de Medeverlosseres, en moet hij zich bereid tonen om zijn eigen lijden te aanvaarden om de uitboeting van de zonden, die door Jezus is begonnen, voort te zetten tot Heil van de hele mensheid.
Naast de schepping zelf, is de Menswording van Jezus het grootste geschenk van Liefde dat God de mensheid ooit heeft bereid. Als antwoord op de eerste menselijke zonde, deze van de hoogmoed, kwam Gods Zoon Zichzelf op aarde vernederen door een leven te leiden als mens, ten prooi aan de zwaarste ontberingen, liefdeloosheid, lijden en een verschrikkelijke dood, als losprijs voor de mensenzielen van alle eeuwen. Hij trok de Goddelijke Gerechtigheid over Zich om de Eeuwige Zaligheid in het vooruitzicht te stellen aan elke ziel die gelooft dat Hij mens is geworden om haar te verlossen uit de slavernij van het kwaad dat haar voor eeuwig van de volmaakte Hemelse Liefde wil verwijderen.
BRON: uit de onderrichtingen van het Maria Domina Animarum Apostolaat (zie onderrichtingen: Stormschriften)


 Ja, het woord is vlees geworden! Hij is onder ons zijn tent komen opslaan en we hebben zijn heerlijkheid gezien, de heerlijkheid die Hij als eniggeboren Zoon aan de Vader ontleende, vervuld als Hij was van genade en waarheid.” 
(Joh.1: 14)





vrijdag 11 november 2016

OPBOUW VAN DE ZIELENTEMPELS


MARIA BOUWT DE ZIELENTEMPELS:

"Maria, De Meesteres van de zielen bouwt de zielentempels."




MARIA Onderricht: (17 mei 2006):
“Maria, De Meesteres van de zielen bouwt tempels opnieuw op nadat Zij de oude muren heeft afgebroken. Dit is één van de grootste uitingen van Mijn herscheppende macht. De zielentempels waarin de Meesteres van de zielen waarlijk leeft en heerst, kunnen nooit rechtop blijven indien zij opgebouwd zouden worden met de oude stenen van menselijk, werelds denken, voelen en verlangen. Bij Mijn intrede in een zielentempel begin Ik alles af te breken wat niet in overeenstemming is met Mijn Plannen, en trek Ik tezelfdertijd nieuwe muren op die bestaan uit stenen van Hemelse makelij: Zij zijn opgebouwd uit onvergankelijke Liefde, onaantastbaar voor de invloeden der wereld op voorwaarde dat de ziel Mijn heerschappij totaal en onvoorwaardelijk aanvaardt.
In de mate waarin Mijn heerschappij in de tempel groeit, en Ik er langer op de troon kan zetelen, wordt de lucht er dieper doordrongen van Mijn heilige, zoetgeurende adem, die de stenen steviger en steviger maakt. De geur van Mijn adem schrikt de slangen van de bekoringen en de insecten van de dwaling en misleiding af, zodat de hele tempel waarlijk een Hemels paleis wordt.
Drie dingen zijn nodig om de tempelmuren, werk van Mijn handen, sterk te houden en ze te doen schitteren tot getuigenis tegen de duisternis:
1.                    1.het Sacrament van de Biecht, waardoor de muren gereinigd worden van alle stof en van alle invretende invloeden vanuit de wereld.
2.                    2.het Sacrament van de Heilige Communie, dat de muren sterk houdt door rechtstreeks Goddelijke kracht.
3.                    3.de totale overgave aan Mij, de Meesteres van de zielen, waardoor de muren bekleed blijven met prachtige gordijnen die bestaan uit het heiligste Licht uit Mijn Hart, dat alle duisternis afschrikt.
“Wanneer Ik een zielentempel betreed, ga Ik na in welke mate de ziel bereid is om zich aan Mijn heerschappij te onderwerpen. De ziel wordt niet in de wereld gezonden voor het nalopen van wereldse genietingen, comfort en gemak, doch om er haar bijdrage te leveren tot de verwezenlijking van Gods Plannen en Werken. Hiertoe moet de ziel leren wat deze Plannen en Werken inhouden, door zich open te stellen voor de Heilige Geest en naar Zijn inwerking te verlangen. Vervolgens moet zij zich inspannen om haar bijdrage te leveren, volgens haar vermogens, talenten en roeping. Niemand kan haar hierbij beter leiden dan Ik. Daartoe is het noodzakelijk dat de ziel Mij aanvaardt als haar Meesteres.
De ziel kan slechts één Meesteres hebben: Maria, de door God voorbestemde Meesteres van de zielen, Vertegenwoordigster van God Zelf. Zodra Ik in de tempel op de troon wordt toegelaten, wil Ik er de alleenheerschappij: Mijn Wil wordt er de enige wet, de wetten van het werelds gedrag en het werelds denken worden nietig verklaard, Mijn macht wordt er de enige regering. De ziel moet zichzelf wegcijferen, voor Mij neerknielen en zich volkomen aan Mij onderwerpen. Waar Mijn Wil wet is, heerst de ware Hemelse Liefde. Zodra de ziel aan Mijn voeten ligt, begin Ik het echte werk in haar: Ik richt haar tempel opnieuw in, volgens Mijn verlangens en noden. De muren tussen de vele kamers breek Ik één vóór één af, zodat de hele tempel doordrongen wordt van dezelfde lucht: Het parfum van Mijn Liefde, zuiverheid en heiligheid. Ik richt deze tempel zodanig in dat hij geen enkel privé-vertrek meer herbergt waarin de ziel zich onder invloed van bekoringen zou kunnen terugtrekken in een poging om zich aan Mijn toezicht en meesterschap te onttrekken.
Het enige privé-vertrek dat Ik er soms toesta, is het bruidsvertrek dat Ikzelf er kan inrichten indien Ik de ziel wil roepen tot een zeer intieme relatie met Mij omdat zij Mij in een dergelijke relatie het beste kan dienen. Dit bruidsvertrek behoort dan niet de ziel toe, doch Mij alleen, want het is het vertrek waar Mijn macht zich het sterkst laat voelen. Om deze reden zijn de zeldzame zielen die door Mij geroepen worden tot de mystieke bruiloft, zo totaal en zo streng aan Mijn macht onderworpen dat zij bij uitstek Mijn slaven zijn. Zij leven niet meer zelf, Ik zet in hen Mijn leven verder in de meest absolute zin van het woord.
In de tempel waarin Ik heers, is alles van Mij, en in elk hoekje van de tempel wordt de ziel beheerst door de uitwerkingen van Mijn macht. Het Rijk van de Meesteres van de zielen is geen dictatuur: het is een Rijk van volmaakt geluk en volmaakte vrede. De ziel wordt niet door Mij op de knieën gedwongen, zij legt zichzelf voor Mijn voeten neer zodra zij heeft gevoeld en begrepen wat Mijn meesterschap in haar teweegbrengt. Zalig de ziel die Mij smeekt om de zoete kettingen van de slavernij jegens Mij, de Meesteres van de zielen".
BRON: uit de Onderrichtingen van het MARIA DOMINA ANIMARUM APOSTOLAAT: (zie openbaringen mei 2006)

"Zalig de ziel die Mij smeekt om de zoete kettingen van de slavernij jegens Mij, de Meesteres van de zielen".




donderdag 3 november 2016

LUISTEREN

LUISTEREN:

"LUISTEREN naar God en doen wat Hij zegt!"


Zijn wij nog bereid om te luisteren naar de stem van God? Om zodoende onze levenswandel te laten lopen in de richting die God wil…Luisteren naar God (en ernaar handelen)kunnen prachtige gevolgen hebben:
 De grote profeet Jesaja schreef:
“Al zijn je zonden rood als scharlaken,
ze worden wit als sneeuw,
al zijn ze rood als purper,
ze worden wit als wol.
Als je weer naar Mij wilt luisteren,
Zal het beste deel van het land
Je ten deel vallen.” (Jesaja 1:18,19)
Wat een belofte: Wie bereid is om terug te luisteren (en te handelen) naar het woord van God, zal het beste deel te beurt vallen!

In matteus 17 zien we bij de gedaanteverandering van Jezus op de berg van Tabor:
 Zes dagen later nam Jezus Petrus, Jakobus en diens broer Johannes met zich mee een hoge berg op, waar Hij met hen alleen was.  Voor hun ogen veranderde Hij van gedaante. Zijn gezicht ging stralen als de zon en zijn kleren werden wit als licht.  Opeens verschenen hun Mozes en Elia, in gesprek met Hem.  Petrus zei daarop tegen Jezus: ‘Heer, het is maar goed dat wij hier zijn. Als U wilt, zal ik hier drie hutten maken, voor U een en voor Mozes een en voor Elia een.’ Hij was nog niet uitgesproken of daar kwam een lichtende wolk die hen overdekte, en opeens klonk er een stem uit die wolk: ‘Dit is mijn geliefde Zoon, in wie Ik vreugde vind. Luister naar Hem.” 

God spreekt hier vanuit een wolk en bevestigd hierbij dat Jezus zijn geliefde zoon is in wie Hij vreugde vindt… Hij vraagt ons ook om naar Hem te luisteren!
Laten we luisteren naar Jezus, Hij die de weg, de waarheid en het leven is, en dan zal het beste deel ons terug ten deel vallen!
“Jezus predikt tot een menigte luisteraars. Behoren ook wij tot hen die bereid zijn om te luisteren naar Zijn Woord?”


In La Salette zegt Maria ons:
 ALS ZE ZICH ZULLEN BEKEREN DAN ZULLEN DE STENEN EN ROTSEN VERANDEREN IN GRAANHOPEN EN DE AARDAPELEN ZULLEN GEZAAID LIGGEN OP DE AKKERS.”
Zich bekeren= zich naar God toe keren= luisteren en handelen naar wat God zegt en vraagt, als de mens dit terug gaat doen, dan zullen prachtige dingen geschieden!

Luisteren:

Jezus zei: 'Gelukkig zijn zij die naar het woord van God luisteren en ernaar leven.'(Lucas 11: 28)
“Vergis u niet: alleen horen is niet genoeg, u moet wat u gehoord hebt ook doen.”(Jakobus1: 22)
“Wij kunnen ons vol vertrouwen tot God wenden, in de zekerheid dat hij naar ons luistert als we hem iets vragen dat in overeenstemming is met zijn wil.” 
(1 Johannes 5: 14)
“Geliefde broeders en zusters, onthoudt dit goed: ieder mens moet zich haasten om te luisteren, maar traag zijn om te spreken, traag ook in het kwaad worden.” (Jakobus 1:19)



“Luisteren naar Gods woord, en groeien in vertrouwelijke omgang met God.”



zondag 30 oktober 2016

WINTERMEDITATIE

WINTERMEDITATIE



Korte beschouwing geïnspireerd door de Meesteres van alle zielen


De winter is het donker seizoen. De dagen kwijnen weg zoals niets, en lijken te smachten naar hun wederopstanding. Zelfs de zon vermag het niet, ons van haar kracht te overtuigen. Zoals steeds herinnert God in de winterse duisternis aan de macht van het Licht. In dit wonderbaar gedeelte van de werkelijkheid dat wij tijdens ons aardse leven nog niet onbeperkt mogen waarnemen, wordt de winter door twee wonderen van spiritueel Licht vervuld en gedragen: Maria’s Onbevlekte Ontvangenis, en de Geboorte van het Licht der wereld, de beide noodzakelijke onderdelen van Gods antwoord op de duisternis van de erfzonde. Met de geboorte van het Licht der wereld zou men tevens het bijkomend Mysterie van het Goddelijk Moederschap van de Moeder Gods kunnen verbinden. Stuk voor stuk bewijzen voor het feit dat God Zich wel degelijk onbeperkt over de mensenzielen ontfermt, en wel in een zodanige mate, dat Hij Godheid en menselijke natuur voortdurend met elkaar in aanraking wil brengen. Sommige van deze aanrakingen bepalen echter de ontwikkeling van de hele heilsgeschiedenis...
Maria zou de Moeder van de Verlosser worden. De Verlosser kon en mocht in Zijn Godheid slechts door een vlekkeloos Tabernakel worden omvat. Geen menselijk wezen kan van nature aan deze voorwaarde voldoen. Niettemin moest de Messias uit een vrouw ter wereld worden gebracht, opdat Hij het menszijn vanaf de allereerste fasen ervan zou kunnen doorleven, anders zou de Verlossing niet volkomen zijn. Dus bekleedde God Maria met het heiligste goud van de Onbevlekte Ontvangenis, die Haar tot een levend Tabernakel maakte, een machtige burcht tegen de duisternis, groot Teken van belofte voor alle zielen. Toen aan de ziel van de latere Moeder Gods de Onbevlekte Ontvangenis werd verleend, werden de regionen der hel door bliksems doorkliefd: symbool voor het feit dat de macht der duisternis over de zielen voortaan niet meer onverdeeld zou zijn.
Met Maria’s Onbevlekte Ontvangenis zou voor de mensheid een nieuw tijdperk beginnen. Aan de duivel werd meteen een mensenziel voorgehouden die niet alleen de ongeschonden heiligheid van de ziel van vóór de erfzonde bezat, doch die tevens machtiger dan elke bekoring en misleiding bleek: Maria liet Haar vrije menselijke Wil zo totaal in Gods Wil overvloeien dat Zij precies wilde wat God wil, en precies verafschuwde wat God verafschuwt. De satan vond aldus in Haar een ziel die in de ware zin van het woord het “beeld en gelijkenis van God” vertegenwoordigt. De uiteindelijke bestemming van elke mensenziel werd door de satan in deze onbevlekte ziel in reeds absoluut verwezenlijkte staat aangetroffen. Hoeft het ons dan te verbazen dat “De Vrouw” de satan een zo geweldige aanstoot was, is en steeds zal blijven? In Haar is hij voorgoed vernederd, en Zij zal deze vernedering op kracht van Gods Wil ook voor de hele Schepping zichtbaar voltrekken in het uur waarin Haar voet, die hoe dan ook van in den beginne met hem heeft gespeeld, hem definitief in de grond zal drukken, waar hij geen ziel meer van God zal verwijderen.
Deze volkomen heilige ziel, levende en eeuwigdurende Explosie van Goddelijk Licht, zou nu de bodem zijn, in dewelke de Goddelijke Graanhalm Christus zou groeien opdat Hij Gods Heilsplan een Lichaam zou kunnen aanbieden, dat door Zijn restloze zelfgave het doodsvonnis over het rijk der duisternis zou uitspreken. Zo bereidde God de Geboorte van het Licht der wereld in de schoot van een mensenziel voor. Welk teken heeft God hier jegens de duivel gesteld om deze laatstgenoemde erop te wijzen dat Hij de zielen ondanks hun ongehoorzaamheid door de zonde nooit in de steek zou laten.
Dit alles heeft God voor de zielen bereid als een begin van het grootste Mysterie van Liefde, en nog wel in de donkerste tijd van het jaar. De ontwikkeling van Gods Heilsplan is volkomen gebaseerd op een wisselwerking tussen God en de zielen. God werkt door zielen heen, en de verwezenlijking van alles wat het volkomen Heil van de zielen naderbij kan brengen, moet gebeuren via de inzet van de zielen, die een leven in deugdzaamheid en in volkomen toewijding aan God leiden. De ziel kan haar leven geen vorm geven in het Licht indien zij niet elk teken van Licht dat God haar voorhoudt, weet te benutten.
Het geheim van een volkomen vruchtbaar leven ligt in het rotsvast geloof in de Verlossingswerken van Christus. Men kan deze Werken echter niet erkennen en tezelfdertijd de door God gekozen fundering ervan miskennen, op dewelke deze Werken voltrokken zijn: Maria, de Onbevlekte Ontvangenis. Ik herinner graag aan de gelijkenis in dewelke de Meesteres van alle zielen ooit Jezus vergeleek met de zon, en Zichzelf met de zonnestralen, en de vraag suggereerde of men wel in het bestaan en de werking van de zon kan geloven en tezelfdertijd het bestaan en de werking van de stralen van de zon kan verloochenen.
In de winter worden de dagen opvallend korter, het licht wordt schaars. Nochtans draagt de christen in het hart deze wonderbare kiem van Goddelijk Licht, die uitgerekend in de vroege winter het wezen van zijn christen-zijn tot uitdrukking brengt: de komst van het Licht, waaraan de ziel reeds in de Onbevlekte Ontvangenis van de Moeder Gods wordt herinnerd, en dat haar in de hoogheilige nacht van de Geboorte van Jezus in het bewustzijn roept dat de ziel voor het ware Licht wordt geboren, dit permanent in zich behoort te dragen zoals Maria het in Zich heeft gedragen, en het in zichzelf steeds opnieuw geboren moet laten worden, niet omdat het intussen zou sterven of onwerkzaam zou worden, doch omdat al het Goddelijke zich steeds opnieuw met de menselijke wil moet verbinden opdat het in de ziel ten volle werkzaam zou blijven.
In deze voortdurende wisselwerking met God en met de onophoudelijke belijdenis ten voordele van Gods Werken worden in de ziel de winter van de onvruchtbaarheid en de hartenkoude evenals de duisternis van de voortdurende bekoring en dwaling bedwongen. Dit alles veronderstelt bij de ziel Liefde en de wil om zich in dienst van Gods Werken te stellen. De Liefde is daarbij de warmte van hart, terwijl de wil om zich in dienst van Gods Werken te stellen, het Licht van de belofte van een nieuwe lente in de ziel brengt.
Aan de ziel die bewust doorheen de winter gaat in vurig verlangen naar de Geboorte van het Licht, ook in zichzelf, en in het bewust bestreven om haar bodem voor de genadegeschenken van het nieuwe leven in de komende lente te ontsluiten, wordt het gemakkelijker gegeven, de geheimen van Licht en duisternis stap voor stap te doorgronden. Zij zal ook de diepere zin van het leven als voortdurende strijd tegen de duisternis in de eigen ziel en tegen de bedreigingen vanwege de duisternis leren bevatten.
Precies dit begrip versterkt in sommige zielen het vermogen om God en Zijn Werken waarlijk lief te hebben. In de ziel die oprecht, d.w.z. onzelfzuchtig, kan liefhebben, wordt het nooit echt winter. In haar bodem bevriezen nooit de zaadjes van de genade die God voor haar bereidt; zij worden voortdurend tot rijping gebracht en in de steeds bloeiende ziel ingebouwd. Zo kan in deze ziel Christus steeds opnieuw geboren worden. God is Liefde, slechts de Liefde leidt naar God, en slechts in de liefhebbende ziel kan God Zijn wonderen voltrekken. Dat wil Hij in ieder van ons ook in deze Winter doen.

BRON: Maria Domina Animarum Apostolaat (zie onderrichtingen: meditaties: winterbeschouwing.)



Aan de ziel die bewust doorheen de winter gaat in vurig verlangen naar de Geboorte van het Licht, ook in zichzelf, en in het bewust bestreven om haar bodem voor de genadegeschenken van het nieuwe leven in de komende lente te ontsluiten, wordt het gemakkelijker gegeven, de geheimen van Licht en duisternis stap voor stap te doorgronden. Zij zal ook de diepere zin van het leven als voortdurende strijd tegen de duisternis in de eigen ziel en tegen de bedreigingen vanwege de duisternis leren bevatten.






zondag 9 oktober 2016

ZUIVERHEID

Wandeling in de Onbevlekte tuin van Maria (ter voorbereiding op de gedachtenis van Maria Koningin van de Zuiverheid op 16 oktober)

ZUIVERHEID:



In Galilea bloeit een Bloem van nooit geziene schoonheid. Ondanks Haar bevalligheid trekt Zij weinig aandacht, omdat Gods Geest de ware diepgang van Haar schoonheden verborgen houdt voor harten die versluierd zijn door zonde en ondeugd. In deze Bloem heeft God ongekende schatten gelegd. God Zelf heeft Zich in de aanschouwing van Haar schoonheid van eindeloze, eeuwigdurende verrukkingen verzekerd, omdat Hij deze door de zondeval van het eerste mensenpaar op aarde nooit meer zou vinden. Hij die alles maakt en alles kent, ervaart niettemin in Haar Zijn opperste vreugde.
Hij heeft Haar geschapen als een Bloem die zich opent, laag na laag, in een eeuwigdurende ontvouwing van schoonheden. Eén Bloem waarin eindeloze tuinen van Mysteries tot rijping zijn gebracht in één scheppingsdaad. De pracht, de geuren en de Glorie van de Schepper Zelf stromen zonder ophouden uit Haar als uit een nooit opdrogende bron. In Haar beleeft de Schepper de diepste verrukkingen van Zijn eigen handen. In Haar heeft Hij de onvergankelijkheid van oneindig bloeiende Goddelijke Mysteries gelegd, in de stoffelijke mantel van een vrouw die de Moeder van Zijn mensgeworden Zoon zal worden. Hij vervult Haar met Zijn Liefde, Zijn macht, Zijn Glorie, Zijn Wijsheid en Zijn Wil. Door de combinatie van deze Goddelijke eigenschappen zal Zij de volmaakte Brug tussen de Bron van Leven en de schepselen zijn.
Zij is de Onbevlekte Ontvangenis, Haar ziel draagt niet de wonde van de erfzonde, zodat Haar Tuin voor eeuwig ongeschonden zal blijven: in Haar heerst de Eeuwige Lente, bloeien onophoudelijk de bloesems van alle deugden en rijpen nooit geziene vruchten van heiligheid. Elke ziel die van deze vruchten eet en zich met Haar bloesems laat bekleden, zal delen in Haar verrukkingen, zo belooft de Schepper van deze Onbevlekte Tuin, want Zij is bestemd om volmaakte Spiegel voor het Goddelijk Licht te worden.
De Onbevlekte Tuin bloeit in al zijn pracht. Zijn grond is volmaakt vruchtbaar en zal om deze reden het unieke voorrecht ontvangen, de Godmens te dragen. Alles wat uit deze grond opschiet, is volmaakt en vlekkeloos. De Tuin is onmetelijk. God heeft hem zo voorzien, dat hij voor alle eeuwigheid onophoudelijk zal blijven groeien, oneindig zoals God Zelf, want de stroom der genaden die vanuit Gods Hart in deze Tuin vloeien, blijft voor eeuwig aanzwellen. Zo is deze Tuin reeds volmaakt maar blijven zijn heerlijkheden zich niettemin eeuwigdurend vermenigvuldigen.
De ziel die de Onbevlekte Tuin betreedt, komt in de ban van een betoverend parfum dat Gods Tegenwoordigheid en de absolute afwezigheid van enige zondesmet verraadt. In het hart van deze Tuin brandt het Vuur van de Goddelijke Liefde, want de Onbevlekte Tuin is gemaakt als een Vuur uit Gods Vuur. Daardoor bloeien hier de zuiverste bloesems van een rein gevoelsleven, emoties en verlangens zoals deze uit het Hart van God Zelf over de Schepping uitstromen.
“In het hart van de Tuin van Maria brandt het Vuur van de Goddelijke Liefde, want de Onbevlekte Tuin is gemaakt als een Vuur uit Gods Vuur.”


De lucht in de Tuin is volkomen vervuld van de adem van de Heilige Geest, zodat alle bomen der deugd uitgroeien tot dragers van Hemelse vruchten, en geen onkruid van onreine gedachten een voedingsbodem vindt. Gods Geest voedt zonder ophouden deze Tuin, houdt zijn bladeren fris en groen, en bedekt zijn bloemen en vruchten met de dauw van de Godheid, en op Zijn beurt voedt Hij Zich onophoudelijk aan de verrukkingen van de Tuin die voor eeuwig de voltooiing van Gods diepste verlangens zal zijn.
God heeft Zijn Wil in deze Tuin laten ontspringen als een bron die alles bevloeit en doordringt van de trekken van Zijn eigen Wezen. Hierdoor is alles wat in de Tuin bloeit en rijpt, in volmaakte overeenstemming met Gods Wetten, Plannen en Werken. In de Onbevlekte Tuin is het "beeld en gelijkenis" van God tot voltooiing gebracht. In Maria heeft Hij Zijn eigen Goddelijke eigenschappen in aanraking gebracht met de Schepping, in een Tuin die Draagster is van Zijn Mysteries, die zich in Haar eeuwigdurend blijven vermenigvuldigen.
De ziel van deze Tuin is de Spiegel die God aan de zielen voorhoudt. Onophoudelijk golven vanuit de Tuin de Woorden van de Allerhoogste over de Schepping heen.
Tot de engelen zeggen zij: “Ziehier het Teken van Mijn macht. Aanschouw en dien de Meesteres van alle zuiverheid". Tot de duivelen zeggen zij: "Ziehier het Teken van Mijn Zuiverheid en Mijn Overwinning. Onder Haar voeten zal alle onreinheid verpletterd worden. Tot de mensenzielen zeggen zij: “Ziehier de in ere herstelde mens, de eeuwig levende Reinheid. Volg Haar na, en vind Mij in Haar terug. Zij zal voor u het Teken zijn van de Bron van dewelke gij zijt uitgegaan, en de Poort door dewelke gij in het Eeuwig Rijk zult binnentreden".
Met deze eigenschappen bekleed, volbrengt Gods Onbevlekte Lusttuin Haar levensweg op aarde. In Haar geest welt geen enkele negatieve gedachte op. Zij ziet alle zonden, zwakheden en tekortkomingen, en is er bedroefd over omdat deze de vervulling van Gods Plan vertragen. Niettemin beschuldigt Zij niet en veroordeelt Zij niet. Zij kent slechts medelijden met de zwakheden van Haar medemensen, en bidt, offert en boet voor hun bekering en om kracht opdat zij hun zwakheden mogen overwinnen.
In Haar rechtstreekse ontmoetingen met Haar medemensen tracht Zij deze te sterken in hun strijd door Haar uitstraling van Liefde, zachtheid, blijmoedigheid, begrip en kracht. In Haar Hart welt geen enkel negatief gevoel op, geen enkele gesteldheid die Gods Werken in Haar zou kunnen verontreinigen of ontkrachten. In volkomen begrip voor Gods Wijsheid en voor het feit dat Hij voor alles een tijd heeft voorzien, legt Zij Zich neer bij alles wat in de ziel die wel door de erfzonde geschonden is, wrevel zou kunnen verwekken. Zij neemt God niets kwalijk. Zij doet geen enkele toegeving aan bekoringen tot bitterheid, wrevel, wrok, twijfel, haat, jaloersheid, ontmoediging of wanhoop.
Wanneer Zij door de vrouwen van Nazareth betrokken wordt bij gesprekken over het dagelijks leven, spreekt Zij geen enkel woord van roddel, achterklap, laster, verdachtmaking of misprijzen. Zij spreekt weinig, want Zij begrijpt dat de uitstraling, die de vrucht is van het innerlijk leven van de ziel, duizend maal méér zegt dan woorden. Zij begrijpt ook dat woorden de medemens eerder naar het wereldse toe trekken dan naar het Goddelijke, en wat Zij wil, is precies alle zielen in contact brengen met de Bron van Haar onbevlekte Vrede: God. Wanneer Haar gesprekspartner Haar door negatief geladen woorden tot een oordeel zoekt te verleiden of in het negatieve zoekt mee te trekken, antwoordt Zij slechts door een ontwapenende glimlach en een verwijzing naar de almacht van God, met een uitnodiging om alles aan Hem toe te vertrouwen in een zuiver gebed dat vrij is van oordeel of beschuldiging.
Vele vrouwen worden afgeschrikt door Haar onverleidbaarheid. Maria wordt spoedig beschouwd als een “ongewone jonge vrouw” die “in een andere wereld lijkt te leven”. Niettemin raakt Zij vele harten door het feit dat Haar “ongewone” reacties heel consequent ondersteund worden door een onberispelijk, heilig gedrag en een mysterieuze rustbrengende uitstraling vanuit Haar hele Wezen. Nooit ziet een ziel Maria anders dan als een burcht van gelijkmoedig gedrag, die nooit zichtbaar ontdaan noch onbeheerst is. Zij wenst niemand kwaad toe.
Deze deugd treedt in haar volle kracht tot uiting op Golgotha bij het Kruis van Jezus, waar de op dat ogenblik nochtans reeds zeer ver uitgerijpte Maria Magdalena op zeker ogenblik een schimprede afsteekt naar de joden toe, en aanstalten maakt om een steen op te rapen om deze naar de rangen van de bespotters toe te werpen. De Onbevlekte Tuin raakt even de arm van Maria Magdalena aan, bekijkt haar met betraande ogen en fluistert “Laat God Rechter zijn, Mijn zus". Geen enkel negatief woord komt over Haar lippen, Zij kwetst nooit, scheldt niemand uit, wenst niemand kwaad toe, zelfs niet de Farizeeën wier huichelachtigheid alle verbeelding tart. Zij bezit de zelfbeheersing van een ziel die inderdaad “in een andere wereld leeft”. Haar ziel is Haar zo kostbaar dat Zij deze aan niets op de aarde of onder de aarde zal uitleveren om verontreinigd te worden. Geen wereldse invloed zal ooit Haar meester zijn, want Haar enige Leven is het Goddelijke. Na het kruiswoord van Jezus “Vrouw, ziedaar uw zoon” zal Zij zonder ophouden bidden en offeren opdat deze onschatbare erfenis van een zuiver inwendig leven op Haar kinderen van alle eeuwen zou mogen overgaan.
Aanschouwt het verloren Aards Paradijs, opnieuw tot leven gekomen in de Onbevlekte Tuin van de ziel van Maria. En zie Gods verbond van de Laatste Tijden:
Zie Maria, de Onbevlekte Tuin van Mijn welbehagen en Meesteres van alle zielen. Tot Koningin over alles heb Ik Haar bestemd. Van de vruchten uit deze Tuin zult gij eten in tijd en eeuwigheid, opdat gij opnieuw zult worden tot Mijn beeld en gelijkenis.
BRON: Maria Domina Animarum Apostolaat: zie onderrichtingen: Boeken: Wedergeboorte van het aards paradijs (zuiverheid)

16 oktober: gedachtenis aan MARIA KONINGIN VAN DE ZUIVERHEID:

In deze Bloem heeft God ongekende schatten gelegd.