donderdag 11 februari 2016

JEZUS IN DE WOESTIJN



JEZUS IN DE WOESTIJN 
(40 dagen)

 “De woestijn symbool voor vergeestelijkinghet sterven aan de wereld en aan zichzelfDe ziel komt tot inkeer, het innerlijk leven verscherpt zich.”

Na Zijn Doopsel trok Jezus, gedreven door Gods Geest, naar de woestijn, en verbleef daar veertig dagen. Hier stelt Jezus alle zielen een grote les. De woestijn is een relatief leeg landschap. Daarom staat zij symbool voor:
·                            Onthechting van al het wereldse, van overmaat aan zintuiglijke indrukken;
·                            Ontbering en offers, wegens de geringe voedselvoorraden en het extreme klimaat;
·                            Strijd tegen alle mogelijke gevaren van buitenaf (gesymboliseerd door slangen, schorpioenen en roofvogels.) Op het spiritueel gebied staan deze symbool voor bekoringen;
·                            Strijd tegen de inwendige vijanden: de leegheid en stilte leveren de ziel uit aan de volheid van het innerlijk leven, waarbij de eigen zwakheden en fouten sneller aan het licht komen (bewust worden.)
Om al deze redenen staat het verblijf in de woestijn symbool voor vergeestelijking, het sterven aan de wereld en aan zichzelf. De ziel komt tot inkeer, het innerlijk leven verscherpt zich. De ziel is dus alleen met zichzelf, met God, en met de duivel. Precies in het innerlijk leven echter, ontplooit de ziel zich volledig en kan zij tot reiniging in de diepte, en tot heiliging komen.
God onderstreept via het verblijf van Jezus in de woestijn de stelling van de Meesteres van alle zielen, die reeds bij herhaling wees op de wegen langs dewelke de satan de zielen aanvalt. Hij wijst hier op drie van de belangrijkste:
·                            Bekoring tot materialisme, gehechtheid aan al het wereldse: Tot Jezus zegt de satan: “Als Gij de Zoon van God zijt, beveel dan dat deze stenen hier in brood veranderen”. Jezus antwoordt hem: Niet van brood alleen leeft de mens, maar van alles wat uit de mond van God komt”. Jezus’ woorden herinneren de zielen eraan, dat zij het ware Leven niet uit het stoffelijke kunnen halen, doch slechts uit de eenheid met God en de Liefde voor Zijn Werken.
·                            Bekoring tot hoogmoed, tot het begeren van macht: De satan toont Jezus alle koninkrijken der wereld en zegt: “Dat alles zal ik U geven, als Gij in aanbidding voor mij neervalt. Jezus antwoordt hem: De Heer uw God zult gij aanbidden, en Hem alleen dienen". Jezus’ woorden herinneren de zielen eraan, dat zij zich onder geen enkele voorwaarde mogen laten verleiden tot het begeren van vergankelijke glorie. Talloze zielen aanbidden de satan door het nastreven van allerlei menselijke begeerten, die hen wegleiden van de dienst aan God. Bij elke toegeving aan een bekoring knielt de ziel in werkelijkheid voor de satan neer. De uiterste vorm van dienst aan en aanbidding van God is de totale toewijding aan Maria, waardoor de ziel zichzelf letterlijk aan Gods Werken weggeeft.
·                            Bekoring tot ongeloof: De satan plaatst Jezus op de bovenbouw van een tempelpoort en zegt: “Als Gij de Zoon van God zijt, werp U dan naar beneden, want er staat geschreven: ‘Aan de engelen zal Hij het bevel geven dat zij U op de handen nemen’...”. Jezus antwoordt hem echter:“Er staat ook geschreven: ‘Gij zult de Heer Uw God niet op de proef stellen’.” Jezus herinnert er de zielen aan, dat zij niet aan Gods Werken moeten twijfelen en er zich geen vragen over moeten stellen. 
In Zijn Doopsel en het daaropvolgend verblijf in de woestijn wijst Jezus op de noodzaak dat de ziel zou verlangen naar het water van Goddelijk Leven, naar het Vuur van Gods Geest die bezieling en Liefde in haar stort, en naar reiniging en onthechting van alle sporen die in haar werkzaam zijn en haar van het Goddelijk Leven kunnen afsnijden. Na Zijn verblijf in de woestijn zou Jezus Zijn ware Missie als Verlosser van de mensenzielen beginnen. Elke ziel is ertoe geroepen, het Verlossingswerk van Jezus in zichzelf aan te vullen en te aanvaarden door haar eigen beproevingen. Om deze eigen bijdragen vruchtbaar te maken, moet zij de voortdurende zuivering en onthechting nastreven. Slechts dan wordt elke dag waarlijk een wedergeboorte. De Meesteres van alle zielen is ons door God gegeven om dit alles op volmaakte wijze in ons te begeleiden.

BRON: uit de onderrichtingen van het Maria Domina Animarum Apostolaat:  (zie onderrichtingen: edelstenen der genade)


“Jezus, gedreven door Gods Geest, verblijft gedurende 40 dagen in vasten en gebed in de woestijn voordat zijn openbaar leven begon!”






2 opmerkingen:

  1. Dit is een meditatie die je stil maakt en te denken geeft. Bedankt ervoor.

    BeantwoordenVerwijderen
  2. Monique, dat vind ik een zeer juiste conclusie van jou, waarmee ik mij aansluit! Dank en groetjes, frank.

    BeantwoordenVerwijderen