zondag 23 juli 2017

BELANGELOZE NAASTENLIEFDE

BELANGELOZE NAASTENLIEFDE:



De belangeloze naastenliefde was één van de sterke kwaliteiten van de eerste christengemeenschappen, waar men leefde volgens de regel: “één van geest en één van hart” te zijn. (Het eerste en voornaamste gebod die Jezus ons leerde, hield men hoog in het vaandel: "Gij zult de Heer, uw God, liefhebben met heel uw hart, met heel uw ziel en met heel uw verstand. Dit is het grote en eerste gebod. Het tweede, daaraan gelijk, is: Gij zult uw naaste liefhebben als uzelf.”  In onze huidige geloofsgemeenschappen wordt naastenliefde niet meer belangeloos beoefend. Men laat zich te vaak leiden door eigenbelangen in de dienst aan de naaste, “voor wat, hoort wat” is nogal dikwijls de drijfveer. Men ziet de dienst aan de naaste nogal graag beloond, hetzij financieel of onder andere vorm, meestal gericht op het eigen materiele welzijn! Deze opvatting staat zeer ver van de manier waarop Jezus Christus de naastenliefde bedoelde!
Ieder mens ervaart in zijn dagelijks leven situaties waarin hij de naastenliefde kan beoefenen, dus zijn eigen belangen en behoeften achteruit kan stellen bij deze van zijn medemens. 
Wie zijn naaste niet bemint, zondigt automatisch in de Liefde tegen God zelf, want God woont in elke mens. 
Heeft Jezus niet gezegd "Wat gij voor één dezer geringsten van Mijn broeders hebt gedaan, hebt gij voor Mij gedaan.” Elke weldaad die u aan een medemens bewijst, bewijst u in de diepte aan Jezus. Elke zonde die u bedrijft tegen een medemens, bedrijft u in wezen tegen Jezus.
De naastenliefde strekt zich uit tot buiten de grenzen van het aardse leven. Geeft u er zich voldoende rekenschap van dat het als een gebrek aan naastenliefde aangemerkt kan worden indien u nalaat, te bidden voor de zielenrust van een overleden familielid? U wordt geacht, deze mens met gebed en offer te 'begeleiden' naar het Eeuwig Heil.
Dit is het ware heldendom in Gods ogen: een zodanige overwinning op zichzelf behalen dat de eigen behoeften verloochend worden voor deze van de ander, en zelfs alle vrees overwinnen die menselijkerwijs op het voorplan treedt zodra men de zwakheden van het eigen wezen onder ogen ziet (bijvoorbeeld wanneer men zijn eigen behoeften achteruit stelt bij deze van zijn medemens.) Hart en ziel laten ontvlammen voor het lot van de medemens, is pas mogelijk naarmate men zichzelf méér overwint. De mens heeft een soort ingeboren neiging tot zelfbehoud, die in feite neerkomt op een 'voor zichzelf zorgen', dus een al dan niet uitgesproken neiging tot zelfzucht.


        “De zusters van de naastenliefde die de armsten der armen hulp bieden..een vorm van pure belangeloze naastenliefde, uit liefde tot God en de naaste!”



zaterdag 22 juli 2017

GELOOF EEN ZAAK VAN HET HART

GELOOF EEN ZAAK VAN HET HART!

  


Jezus was in zijn tijd heel erg vertoornd op  gelovige joden (de Farizeeërs) die dachten dat geloven bestond uit het navolgen van een reeks wetten en regeltjes. Dergelijke houding vinden we de dag van vandaag nog steeds bij een bepaalde klasse van gelovigen, die hun geloof pratikeren in het volbrengen van een aantal uiterlijkheden vooral gebaseerd op een aantal wetten en regeltjes. Dat het geloof een zaak van het hart is, gaat men dikwijls aan voorbij! Laten we niet vergeten dat Jezus tegen dergelijke
geloofsbeleving onverschrokken tekeer kon gaan, hij verweet deze mensen dat ze schijnheiligaards waren, witgekalkte graven, blinde leiders, slangengebroed! (zie Matteus 24)  Harde verwijten omwille van hun geloofshouding… Laat ons  eerst maar beginnen met de juiste gesteldheid van het hart! Want daar is het Jezus vooral om te doen. Dat onze innerlijke tempel een afspiegeling is van God! Jezus was een volmaakte afspiegeling van God (“Wie mij ziet, ziet de Vader.”)
Laten we ons bekleden met de nieuwe mens. De apostel Paulus schrijft in Romeinen 12:2:” "Stem uw gedrag niet af op deze wereld. Word andere mensen, met een nieuwe gezindheid. Dan bent u in staat om uit te maken wat God van u wil, en wat goed is, welgevallig en volmaakt!”

Laten we ook in ons geloof een nieuwe gezindheid aannemen, de gezindheid van de eerste christenen, die één van geest en één van hart waren en uitblonken in het navolgen van de zuivere leer die Jezus Christus ons leerde in het evangelie. In de jonge kerk was er nog geen sprake van “strekkingen.” Strekkingen zijn het werk van mensenhanden, en zullen bijgevolg ook geen stand houden (lees Handelingen 5; werken van mensenhanden kunnen geen stand houden, enkel maar het werk van God blijft bestaan!)
 Enkel een terugkeer naar de gesteldheid van de jonge kerk (eerste christenen) bied toekomst!
Laten we waarachtige christenen zijn/worden die werkelijk leven volgens het evangelie. Jezus waarschuwde ons:”Dit volk eert mij met de lippen, maar hun hart is ver van mij! Ze aanbidden Mij op een zinloze manier. Want wat ze aan de mensen leren, zijn niet mijn wetten, maar wetten die door mensen zijn bedacht.
(Matteus 15:8-9)

“De Farizeeërs op wie Jezus fel vertoornd was omwille van hun schijnheilige geloofshouding!”



woensdag 19 juli 2017

HEMELSE ROZENTUINEN

HEMELSE ROZENTUINEN: OVER MARIATOEWIJDING:

  


Maria wordt vaak aangeduid als de Hemelse Roos, de Koningin en Meesteres van alle deugden, de grootste Verrukking voor Gods Aanschijn, de belichaamde Schoonheid van Gods Werken. Het behoort tot Gods grootste wensen dat elke ziel zich door Haar zou laten omvormen tot een rozentuin van deugdzaamheid, waarin elke bloem een element van Diegene weerspiegelt, door Wie zij is omgevormd en gekneed tot wat zij is, en tot een kleine bron van Hemels parfum wordt, dat God tegenwoordig stelt voor haar hele omgeving.
De Hemelse Moeder wacht op elke ziel, met gespannen verwachtingen en verlangens in het Hart. Maria houdt zich met al Haar mensenkinderen bezig. Haar grootste verlangen bestaat hierin, ieder van hen naar God te brengen opdat zij de Heerlijkheid mogen ervaren waarin Zij Zelf voor eeuwig verblijft. Welke moeder verlangt niet, haar kinderen voor altijd gelukkig te weten? Maria roept al Haar kinderen, doch slechts weinigen horen die roepstem, en nog kleiner is het aantal van hen die erop ingaan. "Erop ingaan" kan onder vele vormen gebeuren. Een verregaand antwoord op de Hemelse roepstem is de totale toewijding aan Maria.
Totale toewijding aan Maria betekent: Zichzelf totaal, onvoorwaardelijk en voor eeuwig aan Maria weggeven, waarbij men zichzelf terzijde schuift. De aan Maria toegewijde ziel stelt haar geest, hart en lichaam ter beschikking van Maria, opdat Zij in en door haar zou kunnen leven en werken.
Een eerste voorwaarde om Maria in uw eigen wezen te ontvangen en te 'huisvesten' is reinheid, zuiverheid. De Meesteres van alle zielen definieerde reeds vóór vele jaren de zuiverheid als de mate waarin de ziel een spiegel van God is, dus Zijn Licht in zich kan opnemen en zo vlekkeloos mogelijk kan doorstralen naar haar omgeving toe. Hoe meer de spiegel van de ziel 'verontreinigd' is, des te moeilijker zal het voor de ziel zijn, zich helemaal naar Maria’s beeld te laten omvormen. Totale toewijding moet uiteindelijk leiden naar een zo groot mogelijke eenheid met Maria. Zij verlangt dat de aan Haar toegewijde ziel zich daartoe openstelt, omdat Zij slechts volmaakt in haar kan leven en werken wanneer Zij deze naar Haar goeddunken kan 'gebruiken'. Deze term kan wat negatief klinken, doch het gebruik dat Maria van Haar toegewijden maakt, heeft nooit andere dan positieve resultaten in diens ziel.
Zichzelf volkomen terzijde schuiven om plaats te maken voor Wie aan wie men zich wegschenkt, betekent, zichzelf zo klein mogelijk maken, doordrongen zijn van de eigen nietigheid en het eigen onvermogen. Wat is een klein kind zonder de moeder? Ooit gebruikte de Hemelse Koningin het beeld, dat een ziel die zich aan Haar toewijdt, is als de bewoner van een huis, die de deur opent voor Haar, die door God als Zijn Meesteres en Wegwijzer is aangesteld. Hij opent de deur, maakt de deuropening volkomen vrij, en maakt zich steeds kleiner, opdat Maria steeds meer ruimte in zijn huis zou kunnen innemen. Hoe groter hij blijft, des te minder verbeteringen kan Maria in zijn huis aanbrengen.
Maria's grote zorg en kwelling schuilt in het gemak waarmee mensenkinderen toegeven aan aardse gehechtheden en zondige neigingen die hun ziel vermoorden. Zij wil hen naar God leiden, doch Zij kan dit doel slechts verwezenlijken indien zij de zuiverheid van hun Moeder in zich in stand houden. Elke zwakheid, elke bekoring waaraan wordt toegegeven, kan de ziel aan Maria's leiding ontrukken, en de ziel van haar uiteindelijke bestemming doen afdrijven. Maria weet dat het menselijk hart kwetsbaar is tijdens dergelijke fasen. Daarom is Maria Haar lijdende kinderen ook zo zeer nabij. Deze Hemelse Tegenwoordigheid wordt door een gekweld mensenhart niet steeds opgemerkt, doch het lijden kan veel zin krijgen zodra de genadewerking voelbaar wordt: Vanaf dat ogenblik kan de ziel actief aan haar omvorming meewerken en vormt zij niet langer de steen des aanstoots voor Maria’s inspanningen te haren gunste.
Maria is ons op de weg der Smarten voorgegaan, en zoekt nu nog steeds de hand van elke ziel in de Hare te nemen wanneer hun kruis te zwaar lijkt te worden. Het besef van eenheid met Maria in het lijden kan een opwelling van vurige Liefde in het hart teweegbrengen. De Liefde is de enige voedingsbodem voor de ware eenwording met Maria. Daarom is ware, onzelfzuchtige, onvoorwaardelijke Liefde tot God, Zijn Werken en Plannen, en tot alle schepselen, de eerste emotie die Maria in de aan Haar toegewijde ziel tot volle ontplooiing zal zoeken te brengen. Zij wil de aan Haar  toegewijde ziel als een laaiend Vuur waaraan de wereld zich kan warmen en dat het Licht van de Waarheid om zich heen verspreidt. Daarom ook wil Zij Haar toegewijde steeds méér gelijkvormig maken aan Jezus, die zoals niet één met Haar verenigd was.
Maria's Hart smacht ernaar dat Haar toegewijde Haar volmaakt zou navolgen, tot en met het verlangen, het Mysterie van de Menswording in zich te laten herhalen (dus zich tot 'een kleine Jezus te laten maken'), om zo Gods Rijk op aarde voor te bereiden. Indien ieder van ons ernaar zou verlangen, een kleine Jezus te worden, zou op deze wereld geen plaats meer zijn voor het kwaad. Ziedaar de grote wens van onze Hemelse Moeder en Meesteres, die tot taak heeft, de kop van de satan te verpletteren.
De Roos der rozen is voorbestemd tot Teken voor de overwinning over alle doornen. De ziel kan de bloemenkroon slechts bereiken door een klim over de doornen heen.

BRON: Maria Domina Animarum Apostolaat (zie onderrichtingen: meditaties: hemelse rozentuinen)



“Mariade Roos der rozen is voorbestemd tot Teken.”

donderdag 13 juli 2017

MARIA WATERVAL VAN GODS GENADEN

MARIA WATERVAL VAN GODS GENADEN:

Onderrichting van Maria over Haar bron van genaden



"Ik ben de Waterval van God.”


"Ik ben de Waterval van God. Gods Glorie blijft zich eeuwigdurend uitbreiden. Om deze reden kan worden gezegd dat zij waarlijk onuitputtelijk is. Ook de Glorie waarmee God Mij heeft bekleed, blijft zichzelf eeuwigdurend uitbreiden. In oneindige stromen blijft God Zichzelf in Mij uitstorten vanaf de schepping van Mijn ziel tot in de eeuwigheid. Als een waterval van kracht en Genaden stort Ik Gods Gaven uit in zielen volgens hun roeping, hun wisselende opdrachten, hun vermogens, hun verlangens naar Mij en naar Gods Gaven, en hun Liefde. Elke druppel, elke flits van Liefde uit Mijn Hart, is geladen met een oneindigheid aan Goddelijke krachten. De ziel kan in dit alles delen in de mate waarin zij Mijn macht verheerlijkt. Aan Mijn voeten aanbidden de engelen de oneindigheid van de Goddelijke macht en Glorie. Door een Goddelijke beschikking vermenigvuldigen Mijn macht en Glorie zich eeuwigdurend, zodat zij vergelijkbaar zijn met een oceaan die in alle richtingen tegelijk groter wordt. Geen mensenziel kan de ware maat van Mijn macht meten noch berekenen, maar Ik zeg aan de zielen dit: Indien zij zich de macht en glorie van een mensenziel voorstellen als een druppel water, dan was Mijn macht en Glorie in het uur van de schepping van Mijn ziel als een plas – die reeds miljoenen druppels bevat – en kunnen zij zich Mijn macht en Glorie op dit ogenblik voorstellen als een oceaan die ontelbaar vele malen groter zou zijn dan het aardoppervlak."
BRON: Maria Domina Animarum Apostolaat (zie openbaringen: 
4 december 2007)


“Als een waterval van kracht en Genaden stort Ik Gods Gaven uit in zielen volgens hun roeping, hun wisselende opdrachten, hun vermogens, hun verlangens naar Mij en naar Gods Gaven.”





maandag 3 juli 2017

TOTAAL VERTROUWEN OP MARIA

EEN TOTAAL VERTROUWEN IN MARIA HEBBEN:
Onderrichting van Maria over dit totaal vertrouwen op Haar!


"Zielen van Mijn Hart, om jullie volkomen werkzaam en vruchtbaar te zien worden voor de plannen die Ik met jullie heb, is het noodzakelijk dat jullie hart Mij volkomen toebehoort. Dit betekent niet alleen dat jullie Mij méér moeten liefhebben dan om het even wat buiten God, doch ook dat jullie relatie tot Mij de deur helemaal zou openen voor het Licht van een volmaakte hoop. Zolang iets in jullie zich vragen stelt over het dagelijks leven of het verder verloop van jullie levensweg met al zijn zorgen en hindernissen, is de deur van de hoop niet voldoende geopend. De erfzonde heeft alle zielen verwond, en heeft een donkere ravijn in ieder van hen achtergelaten. Deze donkere ravijn belet dat het Licht uit Gods Hart volmaakt in jullie opgenomen wordt. De deugd van de hoop kan dit vergoeden. Naarmate de ziel de volkomenheid in de hoop benadert, schijnt méér licht in de ravijn die door de erfzonde is geslagen, en wordt de ziel beter in staat gesteld om te functioneren zoals God dit verlangten verwerft zij het vermogen om de ware rust, de ware innerlijke vrede en een voorsmaak van het ware geluk reeds op de dagelijkse levensweg te ervaren.
Zielen, heb een totaal vertrouwen in Mij, en weet dat alles goed is wanneer jullie Mij werkelijk toebehoren. Elke zorg, elke twijfel, elke onrust, elke onzekerheid wordt veroorzaakt door een schaduw die door de duisternis op de ziel geworpen wordt en waardoor het Goddelijk Licht verhinderd wordt om de ziel naar het Goddelijk Leven te verheffen. Het Goddelijk Leven is een leven in volkomen gelatenheid, overgave, toewijding, stille zekerheid, geborgenheid, rust, volkomen innerlijke Vrede en vlekkeloze tevredenheidHoe lang een beproeving ook duurt, de uiteindelijke afloop is jullie bekend: Alles eindigt in de Eeuwige Gelukzaligheid. De deur naar het Rijk van de Eeuwige Gelukzaligheid echter, moet door elke ziel zelf opengeduwd worden. Deze deur bestaat uit drie luiken: Hoop, Geloof en Liefde. De HOOP is Licht, het GELOOF is innerlijke Vrede (de ware Vrede van Christus), de LIEFDE is innerlijk vuur en warmte. Licht, vrede van hart en warme geborgenheid, innerlijke rust en vertrouwen: dit alles leeft in de ziel die de ware hoop, het ware geloof en de ware liefde heeft gevonden. Aan deze ziel behoort het Rijk der Hemelen. Ik ben de sleutel op de deur. Bemin Mij totaal, geloof vast in Mij, en hoop op het ware geluk dat in Mij bloeit als een paradijselijke tuin. Veracht alle zorgen, want Ik zorg voor alles.”
"Het Kruis, ook het dagelijks kruis dat de ziel van goede wil draagt tot navolging van Jezus, is het ware teken van Gods Licht, dat bedoeld is om doorheen alle eeuwen elke levensweg te verlichten en te maken tot een weg naar het Paradijs van Gelukzaligheid, Liefde en Vrede. Het Licht van het Kruis, ook van het dagelijks kruis dat door de ziel aan Mij wordt toegewijd, is als een zon die alle donkere kloven op de levensweg verlicht, zodat deze de ziel niet langer afschrikken om de meest verborgene van haar eigen gesteldheden te verkennen, te doorgronden en te zuiveren. Gaat elke weg in Mij, want de grond die door Mijn voeten betreden wordt, is na die heilige aanraking onvruchtbaar voor distels en onkruid, en wordt onherbergzaam voor de adder om er zijn nest te bouwen".
"De uitwerkingen van Goddelijk Licht worden steeds bemoeilijkt, en soms verhinderd, door de duisternis. Op zich bezit de duisternis daartoe niet de macht. Zij krijgt deze macht aangereikt door de mensenziel, op de gouden schaal van de liefde voor het genot, de loze beloften en de dwaallichten van het werelds leven. In de zielen wordt de duisternis gekoesterd en bewaard in de vaas van de vrije wil. Deze vaas is eerder een urn, een vaas waarin dode as wordt bewaard, want alle duisternis draagt slechts de dood van de ziel in zich. Daarom moet Ik totaal over de vrije wil van de ziel kunnen heersen, opdat zij in de kracht van Mijn herscheppende macht kan veranderen van een urn in een sierlijke vaas die getuigt van de Hemelse dynastie, het Rijk Gods waarin Ik de Koningin ben.”

BRON: Maria Domina Animarum Apostolaat (zie openbaringen: 
19 november 2007)


  Bemin Mij totaal, geloof vast in Mij, en hoop op het Ware Geluk dat in Mij bloeit als een paradijselijke tuin. Veracht alle zorgen, want Ik zorg voor alles.




donderdag 29 juni 2017

DE WARE SCHOONHEID

DE WARE SCHOONHEID:

Onderrichting van Maria over de ware schoonheid van een ziel.




"Hoezeer toch is de mens begaan met uiterlijke schijn. Hoezeer toch betracht hij, mooi te zijn in de ogen van zijn medemens. Hij tooit zich met de sieraden van het lichaam, die slechts de wereld naar hem toetrekken. Zelden behangt de mens zich met de drie ware sieraden, die niet de wereld doch de Hemel naar hem toetrekken: de blijmoedigheid, de zachtmoedigheid, en het protestloos lijden. Deze drie edelstenen maken de ziel zo mooi dat zij de engelen aantrekken en betoveren. Om die reden ervaart de ziel in de staat van blijmoedigheid, zachtmoedigheid en protestloos lijden een ware Hemelse vrede, een diep, stil en ingetogen geluk dat haar in staat stelt om de stormen der wereld te trotseren. De ware schoonheid van de ziel bloeit uit het zaad van de blijmoedigheid, de zachtmoedigheid en de aanvaarding van al haar beproevingen. Een ziel in een gesteldheid van ontevredenheid, matheid, opstandigheid en norsheid stoot de engelen af, en maakt de duivelen nieuwsgierig als wolven die een prooi hebben geroken. Blijheid, zachtheid, tederheid, begrip, vriendelijkheid, tevredenheid, aanvaarding, stille berusting en vertrouwen: ziehier enkele van de edelstenen waarmee de ware heiligen het halssnoer van hun ziel weten te vlechten. Zij krijgen de materialen door totale en oprechte toewijding en overgave aan Mij. Het vlechten doen zij zelf, maar de werkwijze kan Ik begeleiden in de mate waarin Ik waarlijk mag heersen in het hart". 

BRON: Maria Domina Animarum Apostolaat (zie openbaringen 6 januari 2007)

Door totale en oprechte toewijding,
 en overgave aan Mij, en waar ik waarlijk mag heersen in het hart, kan ik de werkwijze begeleiden waarmee de ware heiligen hun halssnoer met edelstenen weten te vlechten.”



dinsdag 27 juni 2017

DE WEG NAAR GODS HART


DE WEG NAAR GODS HART:
Onderrichting door Maria over deze weg:

"Zielen van Mijn Onbevlekt Hart, Mij is kennis gegeven van Gods bedoelingen met de levensweg van ieder van jullie. Mij is ook macht gegeven over de vormgeving van die weg. Zodra de ziel zich totaal aan Mij toewijdt, ben Ik haar landkaart: Ik leid haar langsheen haar levensweg, en leer haar de betekenis van de landschappen langsheen die weg, opdat zij diep in haar hart moge voelen wat God van haar verwacht. Elke levensweg is bedoeld als een weg naar Gods Hart. Geen twee zielen worden op precies dezelfde weg geroepen, zodat het landschap langsheen de levensweg voor elke ziel verschillend is. Geen twee zielen krijgen dezelfde bagage voor onderweg mee. De bagage is het geheel van de vermogens en bekwaamheden van de ziel, en haar voedsel om de weg tot een goed einde te kunnen brengen. De ziel kan zelf haar bagage veranderen, door eigen wegen te kiezen, die afwijken van deze van haar eigenlijke roeping. In wezen pleegt deze ziel diefstal jegens God, want zij eigent zich voorraden toe die zij niet van God heeft meegekregen.
Ik wil hiervoor het volgend beeld gebruiken: Wanneer God een ziel op tocht zendt met een rugzak vol appelen, mag zij deze niet inruilen voor een rugzak vol peren, want God heeft haar de appelen meegegeven omdat zij deze voor haar levensweg nodig zou hebben, en niet de peren. Indien zij niettemin de appelen ruilt voor peren, zal zij op haar levensweg verhongeren, en bovendien niet de soort vruchten voortbrengen, die God van haar verwacht. Op een bagage die de ziel zelf verzamelt, rust niet Gods zegen. De ziel ervaart dit vroeg of laat doordat de taken, waartoe zij niet door God is geroepen, haar verzwakken en haar zelfs inwendig ontwrichten.
Diep in elke ziel ligt een kiem van Gods Eeuwige Wijsheid verborgen, die de ziel de richting, het doel en de zin van haar levensweg toont. Door wereldse invloeden en door de eigen vrije wil van de ziel wordt deze kiem heel vaak in zijn bloei geremd en zelfs verstikt. Eén van de grote doelstellingen van de volkomen toewijding aan Mij is deze, dat Ik deze kiem van wijsheid met nieuwe levenskracht tracht te voeden en Ik de ziel wil leren, alle remmende factoren onwerkzaam te maken. Gods Voorzienigheid heeft het zo beschikt dat de levensweg van elke ziel vele bochten en vele zijwegen ontmoet. Zo bereikt de ziel vele punten waarop zij keuzen moet maken. Dit is nodig voor haar ontwikkeling, voor haar reis naar de heiligheid die God voor haar verlangt. Daarom noem Ik de vrije wil van de ziel de sleutel tot het Paradijs. De ziel kan deze sleutel gebruiken tot haar voordeel of tot haar nadeel.
Zie, vaak tekent de ziel voor zichzelf een weg uit, die beter bij haar lijkt te passen. Vaak ook, volgt zij niet de bochten die God voor haar voorziet – omdat deze voor haar vervolmaking nodig zijn – doch gaat zij rechtuit en verzeilt hierdoor op een weg van haar eigen keuze. Zij meent dat zij God dient door rechtuit te gaan, doch merkt laattijdig dat het landschap niet meer door Gods zegen wordt bevrucht: Het wordt tot een woestijn vol slangen en schorpioenen, vol dodelijk vergif voor het zieleleven. Zo vaak kiest de ziel voor een weg die schijnbaar bij haar past, doch haar in werkelijkheid alle vruchtbaarheid doet verliezen.
De weg van de ware roeping is een weg vol bochten, want hij vraagt voortdurende aanpassingen en soepelheid. Het is een weg vol bloemen, waarvan sommige giftig zijn, doch die de ziel leert herkennen zolang zij het verlangen heeft om Gods Waarheid in alles te kennen. Rond de bloemen dansen vlinders: verheugende elementen die echter onzeker zijn, want zekerheden zijn de vijanden van de verdiensten voor de ziel. Indien de ziel alles met zekerheid wist en kon voorspellen, zou zij niet de verdiensten van het blind geloof en de blinde overgave kunnen verwerven. De vlinders langsheen de levensweg maken de ziel opmerkzaam: De onzekerheden houden het geweten op scherp. Zodra de ziel eigen wegen gaat, komt zij in landschappen waaruit zowel de bloemen als de vlinders verdwijnen: Het Ware Leven trekt uit de ziel weg, en het geweten wordt geleidelijk minder werkzaam.
Lieve zielen, geef Mij de kans om Gids en Meesteres van jullie weg te zijn, opdat Ik jullie de tekenen van het landschap kan leren, en de Wetten van het Goddelijk Leven in jullie kan branden. Vertrouw op Mij en gehoorzaam mijn wenken in jullie harten, want Ik wil jullie Schild zijn tot aan de poort van het Paradijs. Onthoud dat de juiste weg deze is, waartoe God de ziel roept. Wanneer de ziel eigen wegen kiest of eigen verlangens als haar ware roeping beschouwt, zal het haar aan drijfkracht ontbreken om deze zelf gekozen weg te voltooien met de vreugde en Vrede van de ziel die door Gods Geest wordt bestuurd. Geen zaad komt tot rijping wanneer het niet rechtstreeks uit Gods hand aan de zaaier wordt gegeven en niet op Gods Tijd en op de door God aangewezen plaatsen wordt uitgestrooid. Ik ben de gouden stem uit het Paradijs, Ik heb de macht om de beschikkingen van Gods Voorzienigheid aan de zielen kenbaar te maken".

BRON: Maria Domina Animarum Apostolaat (zie openbaringen 20 juli 2009)
“Lieve zielen, geef Mij de kans om Gids en Meesteres van jullie weg te zijn, opdat Ik jullie de tekenen van het landschap kan leren, en de Wetten van het Goddelijk Leven in jullie kan branden. Vertrouw op Mij en gehoorzaam mijn wenken in jullie harten, want Ik wil jullie Schild zijn tot aan de poort van het Paradijs.”