vrijdag 24 juni 2016

DE KRUISEN EN DE WOESTIJN

Over de kruisen en de woestijn van het leven:



             De kruisen die de ziel op haar levensweg toekomen, komen nooit alleenaan elk van hen is ook Jezus

 


Lieve broeder en zuster, elke ziel die zich inzet om recht vanuit het hart te leven, terwijl zij zich in alles op de dingen van de eeuwigheid oriënteert, heeft het in deze tijd buitengewoon moeilijk. Dit kunnen wij gemakkelijker begrijpen wanneer wij er rekening mee houden dat Gods Heilsplan het tijdperk heeft bereikt waarin de definitieve overwinning van het Licht over de duisternis zal worden voltooid. In de strijd die naar deze overwinning moet leiden – dat heeft God beloofd – heeft God aan de Koningin des Hemels de leiding toevertrouwd. Hoe vastberadener de ziel zich aan de Koningin des Hemels geeft in een leven van totale toewijding, met des te meer verbetenheid zal de duivel zich tegen deze ziel keren. Ik vind in elk geval veel steun in deze beide beelden en begeleidende woorden die de Koningin des Hemels mij ooit voorhield:
1.                    De kruisen die de ziel op haar levensweg toekomen, komen nooit alleen: aan elk van hen is ook Jezus
2.                    De zielen die aan Mijn voeten liggen, worden door de helse slang het meest bedreigd, omdat de slang reeds onder Mijn voet gevangen ligt en daardoor het hardst diegenen treft die aan Mijn voeten liggen, met andere woorden, deze die Mij toebehoren.”
Deze beide uitspraken vanwege de Meesteres van alle zielen bevatten grote tekenen van hoop en bemoediging. Zij wijzen erop dat onze kruisen werkelijk geschenken van God zijn die op ons afkomen in een verpakking, waarin tevens de Goddelijke ondersteuning aanwezig is, en dat de ziel die Maria werkelijk wil toebehoren, het precies zo moeilijk heeft omdat de duivel volledig in Maria’s macht is, en daarom zijn laatste stuiptrekkingen die ravages veroorzaken, die wij heden ten dage in dergelijk hoge mate in de zielen kunnen bemerken. Hoop straalt uit alles wat uit Gods hand stroomt, maar de zielen moeten dieper leren kijken dan de oppervlakte. Dit dieper leren kijken, is één van de belangrijkste opdrachten van de Wetenschap van het Goddelijk Leven, de verzameling van de geschriften die de Koningin des Hemels op mystieke wijze aan de zielen schenkt, omdat God deze Tijd als “de volheid van de tijd” daartoe heeft voorzien.
De spirituele tocht doorheen de woestijn, die u  doormaakt, kan zeer vruchtbaar worden. Wanneer u deze vol vertrouwen aan de Koningin des Hemels toewijdt, zal Maria ervoor zorgen dat u elke slang en elke schorpioen, die zich onder het zand van uw zielenbodem verbergen, zult  kunnen ontdekken en verbannen. Het zand van veel wereldse verontreiniging overdekt soms de bodem van een zielentempel. In dit zand verbergen zich inderdaad de meest uiteenlopende bekoringen (slangen) evenals onze eigen zwakheden (schorpioenen.) De Meesteres van onze ziel bezit het vermogen, dwars doorheen dit zand de vijanden van onze ziel te zien, en Zij bezit de macht om deze aan de kaak te stellen en ons op de weg naar de bevrijding te leiden.

De ziel die zich blind aan Maria weggeeft, wordt door Haar veilig naar de tuin van de nooit verwelkende rozen geleid, maar zij zal tijdens de reis moeten vaststellen dat de weg daarheen met zeer vele doornen is bezaaid, omdat elke levenssituatie nu eenmaal uit wereldse componenten is samengesteld, die op zich onvolmaakt en dus voor de ziel pijnlijk zijn, omdat de ziel van nature naar volmaakte Goddelijke dingen verlangt. Precies omwille van deze doornen is een voortdurende ontwikkeling in de ware onvoorwaardelijke Liefde onontbeerlijk: Het is de Liefde die het vuur moet aansteken om de doornen op de weg te verbranden, opdat de ziel zich niet aan hen zou kunnen verwonden.
De deugdelijkheid van de ziel kan niet aan het aantal van haar teleurstellingen of tegenslagen worden afgemeten. Het aantal teleurstellingen of tegenslagen van een aan Maria toegewijde ziel zijn dan nog veeleer een maatstaf voor het feit dat de Meesteres van alle zielen haar zeer doelmatig tracht te heiligen.

Beschouwen wij Jezus als Godmens. Hij leidde een leven van gebed, lijden, beproevingen, naastenliefde, overgave aan Gods Wil. Met elke ademtocht, met elk van zijn woorden en elk van zijn handelingen was Hij enkel en alleen op het welzijn van alle zielen van alle tijden gericht. Hoe werd Hij “beloond”? Met onbeschrijflijk Lijden en de Kruisdood. Betekent dit dat Hij door God niet bemind werd, of dat de Eeuwige Vader Hem geen geluk gunde? De verdiensten van Jezus waren onmetelijk. Hij heeft er als Mens Zelf niets aan gehad, maar ontelbaar vele zielen hebben aan Hem hun eeuwige Gelukzaligheid te danken. Ook voor Maria, een geboren mensenziel, geldt dat Zij op aarde een onbeschrijflijk zwaar leven heeft geleid, en een ononderbroken strijd tegen de duivel heeft moeten voeren om hem aan Haar voeten te houden omdat hij nooit ophield, te trachten, Haar op ontelbare wijzen te verleiden. Op ons rust de zalige plicht, Jezus en Maria na te volgen. Ons ware geluk zal niet van deze wereld zijn. Slechts die ziel schrijft heilsgeschiedenis, die zichzelf uit Liefde offert opdat andere zielen van het zaad van haar liefdevol aanvaarde beproevingen mogen leven, en God en de Meesteres door de schoonheid van haar deugdzaamheid worden geprezen en verheerlijkt.
Het bovenstaande beeld komt overigens precies met de werkelijkheid overeen: Elke doorstane beproeving brengt Gods Rijk van Liefde en volmaakte Vrede op aarde dichter bij ons. God moet beproevingen toelaten omdat Zijn Heilsplan – de heiliging van zielen en de vestiging van Zijn Rijk op aarde – zich slechts door toegewijde en liefdevol doorstane beproevingen kan verwezenlijken. Precies om deze reden is het een voorrecht, te mogen lijden, hetzij lichamelijk, hetzij in het hart, door tegenslagen of hoe dan ook. Bekijkt u het eens zo: U hebt zich aan Maria gegeven als Haar dienaar/dienares. De Meesteres van alle zielen heeft van God de opdracht en de macht ontvangen om de wereld te zuiveren, opdat de Verlossingswerken van Christus zich mogen kunnen voltooien. Zij zal niet vertrouwen op een dienaar/dienares op wie Zij niet kan rekenen, maar wel op iemand die zich volledig geeft.

BRON: uit de onderrichtingen van het Maria Domina Animarum Apostolaat: (zie onderrichtingen: meditaties: de Woestijn en de Oase.)

“MARIA is onze OASE in de WOESTIJN”



      






Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen