donderdag 19 januari 2017

DE VLUCHT NAAR EGYPTE


VLUCHT NAAR EGYPTE:

Na hun vertrek verscheen een engel van de Heer in een droom aan Jozef en sprak: “Sta op, neem het Kind en zijn moeder, vlucht naar Egypte en blijf daar tot ik u waarschuw, want Herodes komt het Kind zoeken om het te doden.” Hij stond op en week in de nacht met het Kind en zijn moeder naar Egypte uit. (Matteus 2:13-14) 


 

Meteen nadat Maria en Jozef de kleine Jezus in de Tempel te Jeruzalem hadden opgedragen, vluchtten Zij met Hem naar Egypte. Koning Herodes stond de “nieuwgeboren Koning” naar het leven, en de engel Gods had Jozef de opdracht overgebracht, met Maria en Jezus naar Egypte uit te wijken. Zo stelde God Zijn Verlossingsplan veilig tegen de dreigingen vanwege de duisternis.
God bracht op deze wijze tevens Zijn Licht naar een land van heidenen en afgoden. De Heilige Familie moest, om deze bestemming te bereiken, eerst doorheen een dor niemandsland vol gevaren trekken.
Op zich spreekt deze passage, die in de Bijbel niet eens echt wordt verhaald, bij weinig zielen tot de verbeelding. Nochtans wil God de zielen erop wijzen, dat de ware christen – de ziel die Christus in alles tracht na te volgen – steeds door de duisternis achtervolgd zal worden, omdat het de satan een aanstoot is wanneer een ziel het Licht nastreeft en dit in zich inbouwt, zodat het verder verspreiding kan vinden.
De vlucht van de Heilige Familie naar Egypte betekent niet dat het Licht op de vlucht slaat voor de duisternis. Het betekent wel, dat het Licht de heilige verplichting draagt, ervoor te zorgen dat de duisternis het niet kan uitdoven. Elke ziel draagt welbepaalde genaden in zich, een Hemelse schat die moet worden behoed tegen wereldse invloeden die hem kunnen verontreinigen, of hem zelfs onwerkzaam kunnen maken. Wereldse streefdoelen en belangen mogen nooit de voornaamste drijfveren van ons leven zijn. Zij zijn de afgoden die wij moeten inruilen voor het ene ware, onvergankelijke, de belangen en streefdoelen die Gods Heilsplan helpen voltooien. De Heilige Familie is in die strijd ons modelvoorbeeld.
Vandaag is het goed, van de Heilige Familie de gunst af te smeken dat Zij de tocht naar het Egypte van onze ziel zou ondernemen om ons – met onze actieve medewerking – te helpen bevrijden van onze afgoden (de gehechtheden en hardnekkige gewoonten in het werelds leven) en intussen de dorre woestijngrond van onze onvruchtbaarheid (ons onvermogen om in ons leven strikt toe te passen wat God van de ziel verlangt) zou heiligen, met andere woorden: ons zou openen voor de vaste wil om het zaad dat de Hemel in ons strooit (de vele genadegeschenken), te laten openbloeien.
Deze dag zou tevens voor elke ziel een uitgelezen aanleiding kunnen vormen om de beide volgende genaden af te smeken:
·                            Dat in haar het verlangen moge bloeien om wereldse contacten en invloeden te vermijden en naar het eigen hart te “vluchten”: Slechts in het eigen hart kan de ziel zichzelf echt leren kennen en waarlijk God en haar Hemelse Meesteres vinden. De buitenwereld is voor de ziel zoals Herodes voor de kleine Christus: een constante bedreiging. Hij bedreigt het Goddelijk Leven;
·                            Dat zij kracht moge krijgen in de vervolging, en inzicht in haar eigen gedrag indien zij op haar beurt Christus in haar medemens vervolgt. Vervolging heeft niet slechts lichamelijk plaats, zij gebeurt veel vaker door het miskennen van datgene wat een medeziel doet, die nochtans door het Ware Licht wordt bezield. Er zijn zielen die Gods Plannen en Werken in verregaande mate dienen, zelfs ten koste van grote offers, doch niettemin door velen niet of volkomen verkeerd worden begrepen, worden gelasterd en als ongeloofwaardig worden afgeschilderd. Dit is de meest geraffineerde en vaak het minst herkende vorm van vervolging van Christus in de medemens, brengt daardoor veel duisternis in de wereld, en vertraagt aanzienlijk de grondvesting van het Rijk Gods op aarde.
Mogen Jezus, Maria en Jozef ons ondersteunen en leiden in de vervolging, in het behoeden van onze verborgen innerlijke schatten (alles dat God ons dagelijks aan – ten dele verborgen – genaden schenkt opdat wij de Eeuwige Gelukzaligheid mogen kunnen bereiken), en ons na deze aardse reis met Zich meenemen naar het Nazareth van onze ware Eindbestemming.

BRON: uit de onderrichtingen van het Maria Domina Animarum Apostolaat (zie onderrichtingen: Sluier van goud.)










Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen