zaterdag 10 januari 2015

HET DOOPSEL VAN JEZUS

Het Doopsel van Jezus in de Jordaan

 Doop van Jezus: eerste zondag na Driekoningen:


Johannes De Doper doopt Jezus.

 

Op Zijn dertigste levensjaar wordt de Messias, door Zijn volmaakte Goddelijke Wijsheid, ertoe gedreven om Zijn verborgen leven te beëindigen en Zich kenbaar te maken aan het volk van Israël. Hij meldt Zijn Moeder Maria dat Hij naar Johannes de Doper zal gaan, die zielen doopt op een ondiepe plaats van de grote rivier de Jordaan, nabij Betanië. Johannes de Doper maakt de bijzondere roeping van Jezus aan het volk kenbaar door met een diep bewogen stem te zeggen: 
Zie het Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld”. De Doper spreekt door deze woorden wellicht de belangrijkste profetie uit de heilsgeschiedenis uit, want hij identificeert hierin Jezus als de Messias, de Christus, en vat de ware roeping van de Christus samen: Het Goddelijk Lam, dat voor de Verlossing van de zielen uit de noodlottige greep van hun zonden “geslacht” zal worden. Wanneer Jezus afdaalt in het water van de Jordaan, zegt de Doper tot Hem:
“Ik heb Uw Doopsel nodig, en Gij komt tot mij?”.Johannes doopte reeds langere tijd mensen in de Jordaan. Hij deed dit als een reinigingsritueel tot bekering en tot vergeving van zonden. Hij was zo door Gods Geest verlicht, dat hij wist dat hij de voorloper van de Christus, de Verlosser der zielen was. Door diezelfde verlichting herkende hij Jezus ogenblikkelijk. Hij wist dus dat deze Man geen doopsel tot reiniging nodig had, want dat Hij als Zoon van God absoluut vlekkeloos was. Daarom kon hij zichzelf er niet toe overhalen om Jezus het doopsel toe te dienen. Jezus echter, antwoordde:
Laat nu maar, want zo past het ons, al wat is vastgesteld, te volbrengen
Jezus wees hierdoor op de diepe zin van het Doopsel:
Het Doopsel is door God bedoeld als een ontsluiting van de ziel voor de volheid der genade. Het doopwater kunnen wij daarbij beschouwen als “water van Goddelijk Leven”. Door het Doopsel krijgt de ziel de kans om tot ware navolging van Christus te komen, om tot beeld en gelijkenis van God te groeien, wat inderdaad de ware roeping van elke ziel is. Jezus wilde door Zijn Doopsel een voorbeeld stellen voor de zielen. Voor Hem was het geen reinigingsritueel, doch het begin van Zijn Openbaar Leven, dus als het ware van Zijn ware “levensroeping”. Doordat deze handeling werd voltrokken door de handen van Zijn “voorloper”, diegene die Hem moest aanwijzen als de Verlosser, werd Zijn Openbaar Leven dus als het ware via een “officieel kanaal” ingeleid. Net zoals de Messias zoals elke mens in een lichaam geboren moest worden, moest ook Zijn Openbare Missie op een zichtbare wijze beginnen.
Toen Jezus gedoopt was, daalde Gods Geest in de gedaante van een duif op Hem neer en sprak een stem uit de Hemel:
Dit is Mijn Zoon, Mijn Veelgeliefde, in wie Ik welbehagen heb
Voor Johannes was dit teken een bevestiging voor het feit dat Jezus de Zoon van God was. God stelt hier een machtig symbool als voorafspiegeling voor het feit dat het ware christelijke Doopsel, dat Jezus Zelf later zou instellen, een Sacrament was, een raakpunt tussen God en de gedoopte ziel, waarbij de Heilige Geest over deze laatste zou komen en de gedoopte hierdoor in de ware zin van het woord een kind van God zou worden.
Toen Zijn Doopsel voltrokken was, trok Jezus naar de woestijn, om er gedurende veertig dagen Zijn Missie in dienst van het Goddelijk Heilsplan voor te bereiden. In deze opeenvolging “Doopsel + terugtrekking in de woestijn” laat God Zijn verlangen zien, dat de zielen hun ware levensroeping, het geheel van de werken waartoe zij in dienst van Gods Heilsplan zijn geroepen, zouden voorbereiden door twee componenten een vaste plaats te geven in hun innerlijk leven:
1.                    Door zich door het Vuur van Gods Geest en het bad in het water van Goddelijk Leven te laten reinigen.
2.                    Door zich zoveel mogelijk terug te trekken uit alles wat hen aan het wereldse bindt, om een ingetogen leven te leiden, verzonken in een innerlijke Vrede van hart (de “Vrede van Christus”!)  Om in die “stilte”, die armoede aan indrukken, God beter te vinden.
De Meesteres van alle zielen wees er ooit in een openbaring op, dat het goed is, zich Haar Onbevlekt Hart voor te stellen als de Jordaan. Totale toewijding aan Maria zou dan daaruit bestaan, dat de ziel zich onderdompelt in het water van Goddelijk Leven, dat in Maria’s Hart overvloedig aanwezig is. Maria is vervuld van Goddelijk doopwater, dat zielen reinigt en hen klaarmaakt voor een wedergeboorte. Zie de parallel tussen de totale toewijding aan de Meesteres van alle zielen en het Doopsel van Jezus in de Jordaan:
·                            Jezus begint Zijn Openbaar Leven door naar de Jordaan te gaan en Zich te laten dopen; de ziel begint haar ware leven in dienst van God door zich onder te dompelen in Maria;
·                            Het Doopsel in de Jordaan gold voor de zielen als een rituele reiniging tot bekering en vergeving van zonden; de onderdompeling in Maria geldt als een reiniging in het water van al Haar deugden, als een wassing door Haar heiligende Tegenwoordigheid en heerschappij;
·                            De Heilige Geest daalt over Jezus neer en God wijst Hem aan als Zijn Zoon; bij de totale toewijding roept Maria de Heilige Geest over de ziel af om het Vuur van de wedergeboorte in haar uit te storten.
Jezus was als de Godmens door de Allerheiligste Drievuldigheid bedoelt als het grote Voorbeeld voor het Goddelijk Leven. God wijst in het Doopsel van Jezus in de Jordaan op de noodzaak dat de ziel zich zou laten dopen, doch wel in een dubbele betekenis: in het Sacrament van het Doopsel, doch ook in een doopsel dat zich in feite herhaaldelijk kan voltrekken, namelijk door zich voortdurend open te stellen voor de inspiraties van de Heilige Geest en Zijn Liefdesvuur, en voor de voortdurende reiniging van ziel en hart. In wezen zou elke ziel vóór het aanvatten van elke belangrijke handeling het Vuur van de Heilige Geest en de onderdompeling in het reinigende bad van het water van Goddelijk Leven moeten afsmeken. Dit alles vindt de ziel verenigd in Maria. Het praktische leven in totale toewijding aan Maria dompelt de ziel ononderbroken onder in het Vuur van Gods Geest evenals in de reinigende heerschappij van de heiligste onder alle geschapen zielen: Maria.
Wanneer Jezus tot Nicodemus zei dat de mens opnieuw moest worden geboren uit de Geest, bedoelde Hij precies dit: De ziel moet zich telkens opnieuw losmaken van alle wereldse bindingen en vanuit een wereld van denken, voelen en verlangen gaan leven, die volledig op Gods belangen gericht is. Dit alles komt in feite tot uitdrukking in een zich steeds hernieuwend doopsel in de Heilige Geest en een zich steeds méér terugtrekken in de woestijn van de onthechting. De combinatie van deze beide elementen beleeft de ziel door de totale toewijding aan Maria, in de mate waarin zij zich daadwerkelijk aan Haar overlevert en zich door Haar laat besturen en inspireren.
Het Sacrament van het Doopsel kunnen wij beschouwen als een eerste reiniging en voorbereiding van de ziel op het ware Goddelijke Leven. Het zich voortdurend vernieuwende doopsel in de openstelling van de ziel voor de ononderbroken bezieling door de Heilige Geest en de reiniging door de totale toewijding, is als een voortdurende bevrijding van het stof der wereld, de nooit ophoudende wereldse beïnvloeding van de ziel, een teken van verlangen naar onthechting en bevrijding ten aanzien van het wereldse, om een waarlijk vrij kind van God te zijn. Jezus heeft ons dit voorgedaan in Zijn eigen Doopsel in de Jordaan. Dat Hij dit belangrijk vond, toont Hij ons reeds in het feit dat Hij voor dit Doopsel vanuit Nazareth te voet naar de Jordaan bij Betanië trok, een voettocht van ruim honderd kilometer. Hij had dit Doopsel niet nodig, maar verlangde ernaar, omdat Hij ook in het Doopsel openbaar uitdrukking wilde geven aan Zijn voornemen om in alleswaarlijk mens te zijn”. Op de weg van geboorte naar dood wilde Hij geen enkel element overslaan dat voor de mensenzielen van belang zou zijn, want Hij wilde het Verlossingswerk volkomen maken.

BRON: uit de onderrichtingen van het Maria Domina Animarum Apostolaat:(zie onderrichtingen: Sluier van goud.)
http://www.maria-domina-animarum.net/
GEBED:
Moeder Maria,wil mijn hart besproeien met het water uit uw Onbevlekte Hart als een doopsel in de Jordaan van het Goddelijk Leven.Wees gegroet Maria,vol van genade…

Zie het Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld”. 





Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen