zaterdag 31 januari 2015

De Opdracht van Jezus in de Tempel: (Maria Lichtmis)

De Opdracht van Jezus in de Tempel:

 (Maria Lichtmis)

De diepe betekenis van Lichtmis — het feest van 2 februari:

MARIA - LICHTMIS

 

Op 5 februari 2008 verkondigde Maria als "Meesteres van alle zielen" dat op Lichtmis in de Hemel de overwinning van het Licht op de duisternis wordt gevierd. Maria is de Leidster in de strijd van het Licht tegen de duisternis. De Hemelse Koningin wijst erop dat deze dag een ware kwelling is voor de krachten der duisternis. Hoe moeten wij dit verstaan?
Maria wordt ook de Moeder van het Licht genoemd. Het Licht is Jezus Christus, die als de Messias, de Verlosser der zielen, in de wereld werd gezonden als Belichaming van Gods Waarheid, van Gods Werken en Plannen en van het Goddelijk Leven. Zo kunnen wij zeggen dat Maria Gods Licht in Zich kreeg ingestort toen de Heilige Geest Haar overschaduwde en Zij aldus uitsluitend door Goddelijke tussenkomst zwanger werd van Jezus. Zij baarde Gods Licht in de kerstnacht, en in navolging van het voorschrift van de Joodse wet ging Zij naar de Tempel te Jeruzalem om Hem (de Belichaming van het Licht) op de veertigste dag na de geboorte aan de Eeuwige Vader op te dragen. De Christus komt voor het eerst in Zijn Tempel (= onder Zijn volk.)
De Mensgeworden Godheid wordt aan God opgedragen. In deze toewijding van de Christus door Maria, is het alsof Maria, de Brug tussen Hemel en aarde, tussen God en de zielen, als Vertegenwoordigster van alle zielen van alle tijden het Goddelijk Licht, alle Werken en Plannen van God en de kiem van het Verlossingsmysterie aan God toewijdt, opdat de vruchtbaarheid ervan voor eeuwig voltooid moge worden. God schenkt immers de volmaaktheid, die echter haar uitwerking, haar vrucht moet voortbrengen door zich met de vrijwillige toewijding van zielen te verenigen.
Zo gaan Maria en Jozef naar de Tempel om Jezus, en in Hem alle zielen die zich doorheen alle eeuwen zullen openstellen voor de Verlossing, aan God op te dragen. Deze toewijding wordt tot een tijdloze mijlpaal in de heilsgeschiedenis. Doordat een van harte voltrokken en beleefde toewijding datgene wat toegewijd wordt, heiligt (het vrijwillig en volledig in Gods Heilswerken inschakelt), worden in deze toewijding van de Belichaming van Gods Werken en Plannen in werkelijkheid alle zielen van alle tijden aan God aangeboden. Vanaf dat ogenblik ontbreken nog slechts de voltrekking van het Verlossingswerk door de Christus, en de vrijwillige deelname aan de eigen Verlossing vanwege de zielen. In Gods Hart ligt echter de uiteindelijke overwinning van het Licht op de duisternis reeds vast. Daarom kan de Opdracht van Jezus in de Tempel door de handen van Maria worden beschouwd als de voorafspiegeling van deze eindoverwinning van Gods Licht. In het tijdloze gedenkt de Hemel daarom op deze dag deze definitieve overwinning, de Glorie en macht van het Licht der wereld, en de Glorie en macht van Maria, die deze tijdloze toewijding heeft voltrokken en haar later door een leven van eindeloze Smarten zal bezegelen.
Bij de Opdracht van Jezus in de Tempel offeren Maria en Jozef volgens het voorschrift twee duiven. Zij symboliseren hier het feit dat de ziel bij de toewijding van zichzelf, van haar levensweg of van om het even wat, van God de ware Vrede afsmeekt. De duif staat symbool voor de innerlijke Vrede, het gebrek aan onrust, aan innerlijke strijd. De ware Vrede vestigt zich in een ziel zodra deze de innerlijke zekerheid ervaart dat zij waarlijk God toebehoort, en dat haar toekomst en haar lot volkomen in Gods Liefde geborgen liggen. God wil er hier op wijzen dat de waarlijk beleefde toewijding de ware innerlijke Vrede in de ziel moet ontsluiten, omdat in de ware toewijding de versmelting plaats heeft tussen Gods Wil en de vrije wil van de ziel. Naarmate de wil van de mensenziel méér één wordt met Gods Wet, wordt het leven van deze ziel vruchtbaarder, heiliger, en krijgt haar leven zijn volle zin.
In de Tempel ontmoeten Maria en Jozef Simeon, een oud en zeer gelovig man, die door de Heilige Geest wordt gestuurd om in de Tempel, de centrale ontmoetingsplaats tussen God en de zielen, de profeet van de Messias te worden. Simeon neemt Jezus in zijn armen, drukt Hem aan het hart en spreekt nu enkele woorden waarin God de zielen een hele onderrichting geeft over het diepe Wezen van de Messias:
·                            "Uw dienaar laat Gij, Heer, nu naar Uw woord in Vrede gaan. Mijn ogen hebben thans Uw Heil aanschouwd, dat Gij voor alle volken hebt bereid..."Simeon drukt hier uit dat de ziel die de Christus in het hart sluit, de absolute voltooiing, de uiteindelijke zin van haar leven heeft gevonden, en dus klaar is om naar God terug te keren. Simeon wijst hier met andere woorden naar Jezus, het Goddelijk Licht, als de absolute vervulling van het leven. Wie de Christus heeft gevonden (met de ogen van de ziel) en Hem in zijn hart heeft gesloten, bezit alles. Zijn zoektocht op deze wereld is ten einde.
"... een Licht dat voor de heidenen straalt, een glorie voor Uw volk Israël". De Christus is het Licht van God, dat de duisternis van de heidenen (alle zielen die zonder God leven) komt doorstralen. Doorheen alle eeuwen zal elke ziel iets heidens in zich dragen, in de mate waarin zij zich nog niet voor de volheid van Gods Waarheid heeft opengesteld. Zij kan heidendom door Licht laten vervangen door Gods Waarheid in zich op te nemen. Het “volk Israël” is voorafspiegeling voor het geheel van de zielen die Christus zullen volgen. Het geheel van de volgelingen van Christus zal voor alle tijden Gods Heerlijkheid tot uitdrukking brengen, want deze zielen zijn het, die de ware zin van het leven hebben begrepen en doorheen wie God Zijn Werken op aarde naar hun voltooiing zal leiden.
·                            "Dit kind is bestemd tot val of opstanding van velen in Israël, tot een teken van tegenspraak, opdat de gezindheid van vele harten openbaar moge worden...". Jezus zal voor altijd oorzaak worden van twee tegengestelde kampen: de zielen die Gods Licht en Waarheid zullen aanvaarden en ernaar zullen leven, en de zielen die God, Zijn Werken en Plannen en Zijn Waarheid geen aandacht zullen schenken of dit alles zullen bestrijden. Overal waar de naam van Jezus zal vallen of over Gods Tegenwoordigheid, Zijn Werken en Plannen en Zijn Wet zal worden gesproken, zal duidelijk worden welke zielen dit alles in hun hart dragen, en welke dit niet doen.
In deze Laatste Tijden zal hetzelfde gelden voor Maria, die nu de voltooiing van de kennis en inzichten van Gods Waarheid komt brengen, en eveneens teken van tegenspraak wordt. Zo zullen eveneens alle zielen die ooit Jezus en Maria totaal willen navolgen, op hun beurt tekenen van tegenspraak worden. De volgelingen van Jezus en Maria zullen hierdoor in de ervaringen van hun dagelijks leven uitdrukking geven aan de strijd tussen Licht en duisternis. De ware christenen zijn zij, die Christus totaal zullen volgen, zonder compromissen. Het ware christen-zijn is een teken van tegenspraak omdat het in alle situaties getuigt van het Licht, en geen compromissen sluit met de duisternis. In de eerste plaats betekent dit, dat de ware christen zich niet tot gevangene van werelds denken, van het materialisme noch van elke vorm van modernisme laat maken. In dit alles staat immers de mens en zijn behoeften centraal, niet God en de noden van Zijn Heilsplan.

(tot Maria):"... en Uw eigen ziel zal door een zwaard worden doorboord". God voorspelt hier via Simeon dat Maria de ware diepte van de Smart zal leren kennen, en dat Haar ziel deze door en door zal ervaren. De volle diepte van de ervaring der Smart gaat oneindig veel verder dan datgene wat de mens in werelds opzicht onder “smart” verstaat. Smart of hartenpijn dekt gewoonlijk de ervaring van de droefheid over een werelds verlies of over een ongerechtigheid waarvan men zich het slachtoffer voelt. De volheid van de Smart echter, die de ziel doorboort, is deze waarin de ziel op mystieke wijze de ware diepgang van het betreurde ervaart, het gevoel dat het betreurde opwekt bij God Zelf.
Een voorbeeld daarvoor hebben wij ontmoet in de wenende vrouwen tijdens de Kruisweg van Jezus, waarbij de Verlosser erop wijst dat zij niet het “onrecht” van de kruisiging moeten bewenen, doch datgene wat de kruisiging noodzakelijk maakt, namelijk de ontelbare zonden van alle tijden. Een tweede voorbeeld zien wij op Calvarie, waar Maria niet gewoon weent omdat Zij als Moeder Haar Kind ziet sterven, doch omdat Zij als volmaakt mystiek gevormde ziel de Zoon van God ziet sterven vanwege de zondelast die op de zielen drukt.
Lichtmis wordt in de ziel pas tot een feest van Licht wanneer de ziel bereid is, de oneindig uiteenlopende vormen van duisternis van de wereld in zich te blijven bestrijden en zich elk moment van de dag te oriënteren naar het Licht van God: Zijn Werken, de wenken van Zijn Voorzienigheid, de onderrichtingen en verdiepingen die Hij de zielen via Maria laat toekomen. Wanneer de ziel dit doet, wordt zij zelf tot een tempel waarin ononderbroken elk ogenblik van haar leven aan God en Zijn Heilsplan wordt opgedragen. Wanneer de ziel dit voltrekt in het kader van een leven in totale toewijding aan Maria, is Zij het, die met de ziel hetzelfde doet als toen met de kleine Jezus. De ziel in de armen van Maria wordt automatisch tot een teken van tegenspraak, een lichtpunt in de duisternis van het ongeloof en een voorwerp van medeverlossing. Dit alles zijn de kentekenen van waar christendom. Het maakt deel uit van onze erfenis, vreugde en leed te delen met het Mensgeworden Woord. Slechts deze eenheid met Christus kan de ziel ook met Hem één laten worden in de heerlijkheid.

Bron: uit de onderrichtingen van het Maria Domina Animarum apostolaat: (zie onderrichtingen: sluier van goud)
http://www.maria-domina-animarum.net/


St.Jozef Maria en Jezus in de armen van de profeet Simeon







Geen opmerkingen:

Een reactie posten