dinsdag 24 mei 2016

VADERSCHAP VAN DE EEUWIGE VADER

VADERSCHAP VAN DE EEUWIGE VADER:

tweede zondag van juni (Vaderdag)


“de Eeuwige Vader, de Schepper van alle dingen en alle zielen.”



Vandaag gedenken wij onze vaders. De Vader van alle vaders, de Eeuwige Vader, de Schepper van alle dingen en alle zielen, wordt op deze dag echter gemakkelijk vergeten. Dat komt doordat de ziel zich gewoonlijk slechts verheugt over datgene wat voor haar op zintuiglijke wijze waarneembaar is en haar bovendien aanleiding tot vreugde geeft. Eigenlijk zijn deze beide voorwaarden juist op de Eeuwige Vader in een hogere mate van toepassing dan op wat dan ook in ons leven:
Is de Eeuwige Vader niet waarneembaar? Het hangt ervan af, op welke wijze de ziel haar leven en haar leefwereld pleegt te bekijken. Concreet in het leven van de ziel aanwezig is eigenlijk in de eerste plaats datgene, wat zich diep in haar tracht uit te werken. Niets doordringt de ziel méér en dieper dan God. Veel in ons dagelijks leven is voor ons concreet waarneembaar, doch is ons veel minder tot nut dan onze wereldse behoeften ons graag laten geloven. God daarentegen, heeft elke vezel van ons wezen van Zichzelf vervuld. Of wij Zijn inwoning wel merken, en in welke mate, hangt af van de mate waarin wij vergeestelijkt, dan wel in de wereld geworteld leven, alsook van wat wij als zin en doelstelling van ons leven beschouwen. Leeft de ziel gericht op haar roeping als kind van God, en leeft zij derhalve uiteindelijk eerder voor datgene wat na dit aardse leven komt, dan zullen God en Zijn Werken ook in de kleinere dingen van het dagelijks leven de spil zijn, die haar in alles drijft. God is dan voor de ziel een concrete realiteit, ook wanneer zij niet met de mystieke gewaarwording van Zijn Tegenwoordigheid is gezegend.
1.                    Is de Eeuwige Vader voor de ziel geen aanleiding tot vreugde? Ook dit is een kwestie van invalshoek vanuit dewelke de ziel kijkt. Zonder God leeft de ziel niet eens. Elke seconde van haar leven wordt door Hem bezield. Gewoonlijk is het leven op aarde, vanuit de waarneming van de ziel, geen bron van vreugde. De wereld is duister, en kan dus nauwelijks iets anders dan duisternis voortbrengen. Niettemin beseft de ziel die zich niet door werelds denken doch door Gods Geest laat leiden, dat elke beproeving een kind van de Ware Liefde van God is. De meeste beproevingen worden niet door God teweeggebracht, doch Hij laat hen meestal toe, omdat voor Hem slechts één ding belangrijk is: Hij verlangt er intens naar, elke ziel voor eeuwig bij Zich in de Gelukzaligheid te hebben. Daartoe moet zij echter haar aandeel in de voltooiing van Gods Heilsplan volbrengen, d.w.z. Jezus Christus navolgen in de volheid van wat Hij de zielen door Zijn Leven en Zijn Woorden heeft geleerd – in de kruisen, en in de Ware onzelfzuchtige Liefde. Welk groot teken van Gods almacht: Alle wereldse duisternis wordt door Hem omgevormd in eeuwig Licht, in de mate waarin de ziel in haar hart reeds “een voorontwerp van de voltrekking van deze omvorming uittekent” – door liefdevolle, vertrouwensvolle aanvaarding en toewijding.
Wanneer de ziel meent dat God haar geen aanleiding tot vreugde geeft, heeft zij van Gods Werking en Zijn doelstellingen nog niets begrepen. God bereidt niet slechts elke ziel vreugde, Hij is Bron van alle vreugde. Ontbreekt het de ziel aan het vermogen, in haar hart de beproevingen van het leven vanuit een Hemelse invalshoek te beschouwen, dan zal zij nooit inzien wat God werkelijk voor haar, voor haar leven en voor de hele Schepping betekent. In dat geval zal God voor de ziel ofwel een onbelangrijke Factor zijn (niet zelden laat God de ziel volkomen onverschillig) of houdt zij Hem zelfs voor de grote Schuldige, die ofwel zo onverschillig is dat Hij alle duisternis op aarde zo maar laat begaan, ofwel de duisternis zelfs Zelf teweegbrengt.
In andere gevallen houdt de ziel God voor de grote Hindernis op de weg van een onbeteugelde beleving van alle ondeugd. Laten wij slechts denken aan de grote dwaling van het liberaal denken, volgens hetwelk de traditionele christelijke waarden “een onbelemmerde beleving van de vrijheid van het individu in de weg staat”. Voor wie zijn leven leidt tegen de achtergrond van deze dwaling, is Gods Aanwezigheid geen vreugde doch een aanstoot, die zo spoedig en zo grondig mogelijk uit het eigen leven en uit het maatschappijbeeld moet worden verwijderd. “Vrijheid” is geen ware vrijheid wanneer zij voortvloeit uit ongebreidelde beleving van allerlei ondeugd en een nastreven van de bevrediging van louter wereldse behoeften, een dergelijke vrijheid is in werkelijkheid de handtekening onder het doodsvonnis voor het Eeuwig Leven, dus onder een akte van eeuwigdurende slavernij jegens de duisternis.
Dergelijke dwalingen zijn uitermate pijnlijk, omdat zij:
·                            Net het tegenovergestelde van de werkelijkheid zijn.
·                            Op een verblinding zijn gebaseerd, die de duivel in de zielen tracht op te wekken opdat zij de Ware Liefde niet meer zouden herkennen en zij in het wereldse zouden wegzinken zoals in drijfzand waaruit zij zich nog slechts moeilijk kunnen bevrijden. De verblinding met betrekking tot Gods Werking is wellicht de meest verspreide en diepst gewortelde bron van geloofsverlies onder de zielen, en derhalve één van de succesrijkste vormen van gif, dat de duivel de kinderen Gods dagelijks tracht toe te dienen. Hij wint hierdoor ontelbare zielen voor zich, want het betreft hier een verblinding waarvan de meeste zielen zich nooit bewust worden.
God is de Vader van alle dingen en alle zielen. Zijn zaad is de kiem waaruit alle leven ontspringt, en dat drager is van het innerlijk programma volgens hetwelk het leven zich in zijn oneindig verschillende eigenheid ontwikkelt. In dit programma is reeds datgene voorzien, dat het levend wezen nodig heeft om de hoogste mate aan vruchtbaarheid en nut binnen Gods Heilsplan te verwezenlijken. Het zaad van de Eeuwige Vader vormt derhalve de blauwdruk van de volmaakte Liefde. De Liefde is de enige Bron van alle leven en van alle vreugde. De uitwerkingen van de Liefde zijn niet steeds meteen merkbaar. Het behoort echter tot de levensopdracht van elke ziel, zo te leren kijken, voelen en denken, dat zij dank zij de volle benutting van het Goddelijk Levensprogramma in zich, kan leren leven in de stille zekerheid dat al het Goddelijke zich ooit in zijn volheid waarneembaar uitwerkt, soms nog tijdens ons leven hier, vaker nog nadien.
Laten wij dit Hemels bewijs van Gods Vaderliefde, dat de Hemelse Koningin ons vandaag heeft willen geven, dankbaar aannemen en overwegen, uit Liefde tot onze Vader in de Hemel, Die alles uitsluitend voor ons Eeuwig Geluk heeft gemaakt, doch wiens geschenken door de meeste zielen nauwelijks worden herkend en ook slechts door een minderheid echt worden gewaardeerd.

BRON tekst: onderrichtingen van het Maria Domina Animarum Apostolaat: (zie onderrichtingen:Sluier van goud.)

AANBIDDING:

Er ligt een grote kracht in de aanbidding, in het eren van God. Het behoort tot het hart van het evangelie, want aanbidden kan alleen hij, die zijn knieën buigt voor God, die weet dat hij zelf niets te betekenen heeft en dat God de Allerhoogste is. Laten we daarom God aanbidden, ook in de diepste nacht en Hem in iedere situatie verheerlijken!

“ Ik zag hoog in de hemel een engel vliegen. Hij had een eeuwige boodschap voor alle mensen op aarde, voor alle volken en stammen en landen en talen.  Hij riep luid: "Heb ontzag voor God en eer Hem! Want het moment is gekomen dat Hij gaat rechtspreken! AANBID Hem die de hemel, de aarde, de zee en de waterbronnen heeft gemaakt!"
(Openbaring 14:6-7)

ONS VERENIGEN IN AANBIDDING MET HET HEMELS HOF:
Wanneer onze aanbidding zelfs haar uitwerking heeft op de machten der duisternis, hoeveel te sterker  zal deze uitwerking dan in de hemel zijn. Als wij God de Vader, Jezus en de H.Geest aanbidden, en Maria vereren, is het plotseling alsof  alle engelen en heiligen meezingen. Want de gemeenschap daarboven die zonder ophouden God prijst, wacht er slechts op dat wij ons daarin met haar verenigen. Omdat aanbidding een hemelse bezigheid is, worden onze harten daardoor blij en sterk. Wij zijn als het ware naar de hemel verplaatst, waar engelen en heiligen leven in de altijddurende aanbidding van God! Moge ons zingen en bidden samen met de hemelse koren als een machtige lofprijzing tot Gods troon opstijgen.

"Heer, alle macht en eer en kracht is voor U.... Dat bent U waard. Want U heeft alles gemaakt. Alle dingen zijn er omdat U wilde dat ze er waren en omdat U ze heeft gemaakt." (Openbaring 4: 11)


“Want de gemeenschap daarboven in de hemel die zonder ophouden 
God prijst, wacht er slechts op dat wij ons daarin met haar verenigen.”












donderdag 19 mei 2016

TOEWIJDING AAN MARIA ALS LEVENSTAAK

TOEWIJDING AAN MARIA ALS LEVENSHOUDING EN LEVENSTAAK:

Blog  als vervolg op de blog van 4 mei: ROL VAN MARIA IN DE HEILSGESCHIEDENIS:

http://jezusmariagroep.blogspot.be/2015/05/rol-van-maria-in-de-heilsgeschiedenis.html


"Echte, totale toewijding aan Maria is een levenshouding die berust op een roeping door Maria."

 


U hebt gemerkt dat Mariatoewijding in feite, wat de vorm betreft, heel eenvoudig is: U belooft Maria elke dag dat u bereid bent om voor Haar te werken met inzet van heel uw hebben en zijn. Oprechte toewijding aan Maria blijft echter niet bij woorden: een Maria toegewijde is pas echt toegewijd voor zover hij zijn toewijdingswoorden beleefd in elke vezel van zijn wezen. Totale toewijding aan Maria begint weliswaar met een toewijdinggebed (een akte van toewijding), maar is oneindig veel méér dan dat: U kunt uzelf pas Maria toegewijde noemen zodra u leeft als Maria toegewijde: Echte, totale toewijding aan Maria is een levenshouding die berust op een roeping door Maria. Dit betekent meteen dat het weinig zin heeft, een toewijding te verrichten, indien u in uw hart in feite geen duidelijk verlangen merkt om waarlijk Maria toe te behoren, Haar in al uw doen en laten te dienen en voor Haar te leven.

"Echte toewijding veronderstelt  een levenshouding van onbaatzuchtigheid."Totus Tuus Maria, Maria,ik ben geheel de uwe!

Ware toewijding aan Maria betekent tevens, alle vruchten en Genaden van handelingen, lijden, offers en gebeden aan Maria afstaan, en niet de neiging hebben om de verdiensten ervan als de uwe te beschouwen. Echte toewijding veronderstelt dus een levenshouding van onbaatzuchtigheid. De toegewijde vraagt niet "Maria, geef mij...", hij zegt "Maria, ik geef u...". De enige smekingen die hij verricht zijn deze waarbij hij Maria vraagt om genaden voor een medemens, voor de mensheid als geheel, en voor eerherstel aan God en aan Maria Zelf. De vruchten van deze smekingen betaalt hij reeds onmiddellijk door Maria zichzelf aan te bieden als onderpand voor de genaden die hij kan verkrijgen: de toegewijde betaalt Maria met de offerande van zichzelf en zijn eigen levenslasten. Hij zal zo goed als nooit bidden voor zichzelf, tenzij (en dat is zelfs zijn heilige plicht) voor de groei van zijn eigen ziel (gebed voor versterking van de weerstand tegen bekoringen, voor de overwinning van zijn eigen zwakheden, enzovoort. Hij stelt zich zelfs geen vragen over wat Maria met dat geschenk doet, want hij vertrouwt totaal op Haar Liefde, goedheid, wijsheid en macht. De toegewijde stelt als het ware Maria zijn handen, zijn geest, zijn hart en zijn mond, en zelfs zijn hele lichaam ter beschikking, en laat Haar deze gebruiken zoals het Haar goeddunkt, zonder enig protest.
Jezus Zelf zegt in het Evangelie: 
“Niet gij hebt Mij uitverkozen, maar Ik u”. Hetzelfde geldt voor toewijding aan Maria: indien u op zekere dag de drang voelt om u aan Maria toe te wijden, komt dat doordat Zij u voor die weg heeft uitgekozen. Totale, onvoorwaardelijke en eeuwigdurende toewijding aan Maria is een grote uitverkiezing: het is een oproep tot een leven in dienst van Gods Heilsplan voor de zielen, dus een leven dat u onvermijdelijk vele beproevingen brengt, maar ook des te meer verdiensten, op voorwaarde dat u heel uw leven in dienst van uw toewijding stelt. Stel Maria nooit teleur. Als toegewijde leeft u voor de Hemel. Houd daar rekening mee bij alles wat  doet, denkt, zegt en nastreeft.
Bedenk steeds: de behoeften van uw aardse leven mogen nooit een doel op zichzelf worden. Alleen de behoeften van de ziel zijn van tel. Wanneer u dit voor ogen houdt, beleeft u uw toewijding aan Maria als een levenstaak, een opdracht die uw leven zin en richting geeft, een streefdoel dat u voortdurend zult trachten te verwezenlijken. Vergeet geen ogenblik hoe belangrijk deze taak is, en hoezeer zij u in het spoor van Jezus brengt: God heeft Maria uitverkoren om Zijn Zoon op aarde als Mens te baren, groot te brengen en tot slot aan Hem terug te geven door het Lijden dat Verlossing zou brengen voor de zielen. Door uzelf totaal, onvoorwaardelijk en voor eeuwig aan Maria toe te wijden, wordt u evenzeer Haar kind als Jezus Zelf op aarde Haar kind was. Dan kan Zij ook u opvoeden, u vormen en kneden tot een heilige, om in uw stervensuur door Haar aan God te worden gegeven met de verzamelde offers en beproevingen van uw hele leven, om op grond daarvan Heil en zegen over de zielen te storten en ook hen binnen te leiden in het Eeuwig Geluk in de Hemel. Vraagt uw Hemelse Moeder om de gunst die Zij u wil geven doch die Zij u pas kan geven indien u daar echt naar verlangt: deze, werkelijk uw Moeder te kunnen zijn. Vraag Haar dagelijks: “Maria, wil mij vandaag in uw Moederschoot dragen en mij baren als uw kind”. Uw Hemelse Moeder wacht op u. Open uw hart voor Haar.
 Waaruit bestaat uw opdracht als toegewijde aan Maria?
Totale toewijding aan Maria is een levenslange opdracht. Deze bestaat hieruit, dat u uw hele wezen (uw ziel, uw gevoelsleven, uw gedachtewereld en uw lichaam) volledig ter beschikking stelt van de verwezenlijking van de Plannen en Werken van Maria, die de leiding en besturing over Gods Plan van Heil voor de zielen heeft. U stelt ook al uw handelingen, woorden, verlangens, bestrevingen en uw wil volledig ter beschikking van Maria. Met alles wat u bent, wat u heeft en wat van u uitgaat, ook het schijnbaar geringste, kan Maria grote dingen doen. Het is een Goddelijk Mysterie: Maria heeft de macht gekregen om kleine, ogenschijnlijk banale dingen te veranderen in grote dingen. Bijvoorbeeld: een vriendelijke glimlach naar een medemens toe, wordt in Maria’s handen veranderd in een kracht van Liefde die Verlossing kan brengen aan een ziel, waar ook ter wereld.
Beslis niet zelf over de waarde van een handeling of woord, alleen God en Maria kunnen hierover oordelen, op grond van verschillende factoren: de waarde van elke handeling of elk woord wordt onder andere bepaald door de gesteldheid van uw hart terwijl u de handeling stelt, de zuiverheid van uw ziel op het ogenblik van de handeling, het ogenblik waarop (en de omstandigheden waarin) u de handeling stelt, de bedoeling waarmee u ze stelt, en de vurigheid en Liefde waarmee u deze handeling aan Maria toewijdt. Dit alles samen bepaalt mede de mate waarin Maria de handeling in Haar Hart versterkt: Zij kan de waarde van uw handeling verdubbelen, vertienvoudigen, enz. Daarna wordt deze handeling toevertrouwd aan de schatkamer der Goddelijke Genaden als “betaalmiddel” voor het vrijmaken van Genaden voor zielen. Zo kan een schijnbaar banale handeling, gesteld door een heilige ziel, met vurige Liefde, met een bedoeling die totaal gericht is op de verwezenlijking van Gods Plannen, en met vuur toegewijd aan Maria, door Maria zodanig versterkt worden dat deze handeling een grote Genade afkoopt voor een ziel. Zo begrijpt u dat uw opdracht als toegewijde louter en alleen bestaat uit de offerande van alles wat u bent, hebt, doet, zegt, voelt, denkt en nastreeft, aan Maria. Dit is een opdracht die niet kan eindigen alvorens uw laatste ogenblik in dit leven voorbij is.
Echte toewijding aan Maria is een leven van geven, niets dan onbaatzuchtig geven. U vraagt zo goed als niets voor uzelf. Dat “geven” gebeurt in uiteenlopende vormen: gebed, offers, boetedoening, lijden dat met Liefde aanvaard en gedragen wordt, actieve bestrijding van alle kwaad, apostolaatwerken tot leniging van de lichamelijke behoeften en de zielennood van uw medemens, verspreiding van Gods Woord, bevordering van de toewijding aan Maria, daden en akten van eerherstel, enzovoort. Het belangrijkste, en tevens vaak meest verborgen, onderdeel van uw opdracht is echter dit: het onophoudelijk werken aan uzelf, aan uw eigen heiliging.
Dit onderdeel van uw taak is het belangrijkste omdat het bepaalt hoe zuiver uw ziel is voor de inwoning van Maria, hoe vruchtbaar uw werken als toegewijde zijn (want de vrucht van werken is grotendeels afhankelijk van de staat van heiligheid van de ziel die deze werken verricht; daarbij is “vrucht” niet zozeer het zichtbare resultaat doch de kracht van genade die door een handeling in werking wordt gesteld), en in hoeverre u het vermogen zult bezitten om andere zielen aan te steken met het ware Vuur. Wanneer u uw ziel beschouwt als een tempel, kunt u begrijpen dat Maria, de allerzuiverste Koningin, niet gemakkelijk voorgoed in u Haar troon zal vestigen zolang uw tempel vervuild en onherbergzaam is. Vervuild is uw tempel zolang er vele of grote ondeugden heersen, en onherbergzaam is hij zolang het leven in uw tempel weinig in overeenstemming is met Maria’s verlangens, want dan is de tempel van uw ziel kil en verduisterd. Houd dit steeds voor ogen, want uw opdracht als totale toegewijde van Maria ligt voor een groot gedeelte op het vlak van de zelfvervolmaking.

BRON: uit de onderrichtingen van het Maria Domina Animarum Apostolaat:(zie Mariatoewijding)

http://www.maria-domina-animarum.net/


  "Vraagt uw Hemelse Moeder om de gunst die Zij u wil geven doch die Zij u pas kan geven indien u daar echt naar verlangt: deze, werkelijk uw Moeder te kunnen zijn. Vraag Haar dagelijks: “Maria, wil mij vandaag in uw Moederschoot dragen en mij baren als uw kind”. Uw Hemelse Moeder wacht op u. Open uw hart voor Haar."


ALLES DELEN MET MARIA:
Maria onderricht: (20 juli 2007)

“Ik heb de zielen gezegd dat zij hun toewijding zodanig moeten beleven dat zij alles met Mij delen, Mij bij alles betrekken, doch nog steeds door eigen inzet verdiensten moeten verwerven. Ik wil hierbij twee dingen duidelijk stellen:
1. Ik heb gezegd dat “een probleem afgeven aan Maria” niet betekent dat Ik het kruis voor de ziel moet dragen. Ik bedoel daarmee niet dat Mijn rol beperkt zal blijven tot louter toezicht. Laten de zielen niet vergeten dat Ik de Moeder van de Goddelijke Voorzienigheid ben. Wanneer een ziel een probleem met Mij deelt, zijn twee ontwikkelingen mogelijk: ofwel bekom Ikzelf haar daadwerkelijk de genade van een totale oplossing, ofwel zet Ik krachten in werking waaruit situaties kunnen ontstaan die gelden als tekenen voor de ziel, waardoor zij kunnen weten of voelen dat het ogenblik gekomen is om een bepaalde stap te zetten.
Zo begeleid Ik zielen naar de oplossing voor hun problemen. Zij moeten hierbij een grote openheid ontwikkelen en met Wijsheid en geduld te werk gaan, want sommige gebeurtenissen zijn geen Hemelse tekenen doch wereldse valstrikken. Precies daarom is ware toewijding: elke situatie, gebeurtenis of gesteldheid met Mij delen, en vanaf dat ogenblik in volhardend gebed en met geduld en vertrouwen openstaan voor de nodige veranderingen, en de wegen aanvaarden die zich aandienen om tot die veranderingen te komen.

Hoe intenser de ziel op Mij gericht leeft, des te trefzekerder zullen haar handelingen tot oplossing van haar moeilijkheden worden, want de ziel zal ervaren dat zij in alle rust als door een onzichtbare hand naar de oplossing wordt geleid. De aanvaarding van de weg naar de oplossing is dan het ware kruis, de ware inspanning en de ware verdienste van de ziel. Ziehier het belang van het betrachten van een gesteldheid van aanhoudend gebed en innerlijke Vrede.
2. Wanneer Ik zeg dat de ziel uiteindelijk zelf de laatste stap zal moeten zetten, bedoel Ik hiermee evenmin dat zij haar probleem moet vasthouden, wel integendeel. Zij moet het met Mij delen door het te begraven in de grond van Mijn Hart en er niet meer naar om te kijken. Hoe kan zij zelf tot een uiteindelijke oplossing komen? Doordat Ik haar des te gemakkelijker naar de oplossing kan leiden naarmate zij het probleem uit haar denkwereld verwijdert. Ziehier de gouden regel:
1. De ziel ervaart een moeilijkheid;
2. Zij wijdt de moeilijkheid aan Mij toe;
3.Zij beschouwt de moeilijkheid als reeds opgelost, en vermijdt daardoor, er verder nog aan te denken;
4. Doordat de ziel de moeilijkheid uit haar geest loslaat, stelt zij jegens Mij een akt van vertrouwen en overgave, en kan Ik in haar hart een opening vinden die zij nodig heeft om in alle vrijheid en onbevangenheid de ware tekenen voor een oplossing te leren zien. Zolang de ziel haar probleem blijft beredeneren of er haar hele gedrag door laat beïnvloeden, is het alsof zij de toegangsdeur tot haar hart krampachtig sluit.

Loslaten en overgave is ontspanning van het innerlijk leven, en zet de deur open voor de winden van Gods Geest, die hart en geest verfrissen en nieuw Leven inblazen. Het ware Goddelijk Leven is vrijheid van hart en geest. Zodra de winden van Gods Geest de ziel kunnen betreden, deelt de ziel ook in de inzichten van Gods Geest. Bedenk hierbij dat voor Gods Geest geen onoplosbare problemen bestaan.
5. Naarmate de ziel zich méér en dieper op Mij richt en intenser naar eenheid met Mij verlangt, en dus de ware totale toewijding beleeft, leert zij méér voelen vanuit Mijn Hart. Bedenk dat de oplossing voor haar problemen precies in Mijn Hart uitgewerkt wordt omdat de ziel deze problemen aan Mij heeft toegewijd;
6. Hierdoor ziet de ziel op Gods tijd als het ware de oplossing voor haar moeilijkheden voor ogen, alsof zij het zou aflezen uit het Boek der Wijsheid dat zij in Mijn Hart geopend ziet.
Ik benadruk: de ziel die haar moeilijkheden op de juiste wijze met Mij deelt, zal zelf de oplossing zien die Ik als Meesteres van de Voorzienigheid voor haar heb bereid. Zij zal het zien, in de mate waarin zij haar moeilijkheden loslaat en erop vertrouwt dat Ik in het verborgene haar leefwereld beïnvloed. Het enige wat Ik van een ziel bij de toewijding van een moeilijkheid verlang, is dat zij deze leidraad zou volgen:
Toewijden – Vertrouwen – Loslaten – Openheid van hart en geest.
Zeg de zielen dat zij mogen hopen op een wonder, doch er geen mogen verwachten. De betrachting van de gegeven leidraad is het ware kruis  van verdienste. Wanneer de ziel hierin volhardt, zal zij verdiensten verwerven die een wonder haar niet zou geven”.

BRON:uit de onderrichtingen van het Maria Domina Animarum Apostolaat:








woensdag 11 mei 2016

DE BRUILOFT IN KANA

 BRUILOFT IN KANA:



 

 

Na Zijn Doopsel in de Jordaan trekt Jezus de woestijn in om er Zijn Openbare Missie voor te bereiden. Na veertig dagen keert Hij terug, en weinige dagen later is Hij uitgenodigd op een bruiloft. Wanneer er op zeker ogenblik geen wijn meer is, nodigt Maria de bedienden uit om te doen wat Jezus hen zal zeggen. Zij weet dat Hij op Haar woord de aanwezigen uit hun nood zal redden, en Hij kan Haar verlangen niet weerstaan, omdat zich tussen Hen een mystieke versmelting uitwerkt, die voor altijd een doorstroming van Gods Genade naar de zielen toe mogelijk zal maken. Maria is te Kana reeds ten volle de Brug tussen Hemel en aarde, tussen God en de zielen, en God Zelf kiest de weg doorheen Haar Hart boven elke andere weg, omdat Zij het enige Kanaal is, dat de stroom van Gods genade niet kan verontreinigen.
God kiest een schijnbaar wereldse gebeurtenis voor het eerste grote optreden van Zijn Messias ten overstaan van de zielen. Niettemin is te Kana oneindig veel méér aan de hand dan werelds  ziende ogen zien en werelds voelende harten begrijpen. Jezus verandert water in wijn op een bruiloft, zo zien het de ogen aan de oppervlakte. In werkelijkheid gebeurt hier echter méér:
Het leven van elke ziel op aarde is een voorbereiding op de bruiloft van deze ziel met God na dit leven. Het water kan gelden als een symbool voor de beproevingen en kruisen van de levensweg. Wijn is als het ware een koninklijke drank, en bovendien een symbool voor het Bloed van Christus, het Bloed der Verlossing. De Meesteres van alle zielen wijst erop dat te Kana wordt voorafgebeeld hoe Zij de Christus ertoe brengt, de beproevingen en kruisen van de zielen van goede wil – zielen die de bedoeling hebben, de bruiloft met God aan te gaan – te veranderen in de wijn van het bruiloftsmaal, of nog anders uitgedrukt: de beproevingen en kruisen van deze zielen te laten overvloeien in het Bloed dat de zielen heeft verlost, zodat deze laatsten in de ware zin van het woord hun leven voltooien als kleine medeverlossers. Zo transformeert God door tussenkomst van Maria de zielen op grond van hun toegewijde beproevingen in zielen in de toestand der verheerlijking.
De Bruiloft te Kana herinnert ons eraan, dat de beproevingen en kruisen van ons leven geen overbodige ballast zijn, en dat wij ze niet mogen laten wegvloeien. Zij zijn de dragers van het water van Goddelijk Leven, dat wij in de kruiken van ons hart moeten bewaren, met andere woorden: met Liefde bekleed, klaar moeten houden voor elke komst van de Christus in ons hart. Wanneer de ziel een leven leidt van constante toewijding van haar beproevingen aan Maria, vult zij hierdoor de kruiken van haar hart met water van Goddelijk Leven, dat op Maria’s woord door God Zelf tot zijn volle uitwerking wordt gebracht. De Meesteres van alle zielen toont Zich hier dus als de Brug naar de voltrekking van de bruiloft van de ziel met God: de voltooiing van het ware levensdoel van elke ziel.
Het Evangelie verhaalt hoe (niet zonder verbazing) tot de bruidegom werd gezegd dat hij de goede wijn tot het einde had bewaard. De Meesteres van alle zielen geeft over deze passage verschillende spirituele achtergronden. Tot de meest opmerkelijke behoort deze, waarbij Zij “de goede wijn” laat zien als de voorafbeelding van het Bloed van Christus, dat de Hemelse Bruiloft voor de zielen mogelijk moest maken. Bloed kunnen wij beschouwen als symbool voor verlossend lijden. Het Bloed van Christus was de beste wijn, omdat Zijn Offer, Zijn Lijden, het grootste van de hele Heilsgeschiedenis zou zijn, omdat het alomvattend was en de Verlossing moest ontsluiten voor alle zielen van alle tijden die werkelijk naar hun Verlossing zouden verlangen. God (de Bruidegom) heeft de goede wijn (het verlossend Bloed van Christus) tot het einde (het Nieuw Verbond) bewaard, en heeft de mensheid getoond dat Hij Maria, de Moeder, Middelares, Voorspreekster en Meesteres, als een vaste en onontbeerlijke schakel in de voltrekking van de Verlossing had voorzien, en dus als de Medeverlosseres.
Vragen wij vandaag Maria om de genade dat Zij in ons de kracht, de moed en de wil levend moge houden, Haar onze beproevingen onophoudelijk ter beschikking te stellen, opdat Zij – die zozeer om ons welzijn bekommerd is – onze noden te hulp moge komen met de woorden: “De ziel heeft geen wijn meer”, met andere woorden: “De ziel verlangt naar heiliging, opdat zij haar Hemelse bruiloft moge kunnen voltrekken”. God ziet in deze woorden de vervulling van Zijn verlangen naar overgave van de ziel aan Zijn Wet, die de poorten van Zijn Schatkamer opent. De grootste wonderen voltrekt God in de ziel die zich vrijwillig in de volgende gouden ketting inschakelt:
·                            liefdevolle toewijding van alle kruisen aan Maria →
·                            Maria vormt en kneedt de ziel, en draait de sleutel in de poort der genaden om →
·                            de beproevingen worden omgezet in grondstoffen voor Verlossing en heiliging →
·                            Tussen de ziel en God wordt de bruiloft voltooid: het water van haar beproevingen (de regenbuien van haar aardse leven) wordt omgezet in de wijn van Eeuwig Leven.
Laten wij vandaag deze wonderen van Gods Liefde beschouwen, en de rol die de Meesteres van alle zielen in deze Hemelse processen speelt, en laten wij ervoor danken.
BRON: uit de  onderrichtingen van het Maria Domina Animarum Apostolaat: (zie onderrichtingen: sluier van goud)








dinsdag 10 mei 2016

AANBIDDING

AANBIDDING:

"HET ALLERHEILIGSTE"


God aanbidden in het Allerheiligste Sacrament:

In de kern van elke aanbidding moet het oprechte verlangen staan, één met God te zijn.
Welke houding (lichaamshouding) is aangewezen tijdens de aanbidding? In bepaalde kringen wil men mensen “opdringen” geknield te zitten tijdens de aanbidding van het allerheiligste. Het gaat er vooral om een “eerbiedige houding” aan te nemen, dat men er zich totaal van bewust is dat men in aanwezigheid is van God!  Een geknielde houding is uiteraard een houding van eerbied…Nochtans moet men voor ogen houden, dat God meer verheugd is over een ziel die om één of andere reden soms eens moet gaan zitten, maar die daarbij het verlangen naar God niet uit het hart laat wegvloeien, dan over een ziel die constant geknield zit maar in het hart ver van Hem verwijderd is. God kent onze zwakheden en onze beperkingen, ook de lichamelijke. De waarde van een aanbidding voor Gods Heilsplan en voor de ziel zelf wordt in de eerste plaats bepaald door datgene, wat in het hart omgaat. Mocht dit niet het geval zijn, dan zou geen enkele zieke of gehandicapte ooit genade kunnen vinden, want onder deze mensen zijn er die nauwelijks of niet kunnen knielen.

Nog belangrijker dan de lichaamshouding is dus de hartsgesteldheid. De aanbidding is in principe een oefening van de ziel die zich voor honderd procent met al haar innerlijke processen naar het Wezen van God richt. De zin van deze oefening bestaat hierin, dat de ziel zich volledig en restloos tegenover God tracht te ontledigen, en alles vóór Hem neerlegt, wat zij in zich draagt, maar eveneens dat zij zich volledig ontsluit voor datgene wat God haar gedurende de oefening zal laten toestromen, via welke weg en in welke vorm dit ook moge zijn. Aanbidding is derhalve gelijktijdig lofprijzing, dankzegging, beschouwing, verkenning van zichzelf en van de Liefde van God, het gericht opladen van de eigen levenskracht, opening van de communicatiewegen met God in beide richtingen, ontplooiing van het spirituele leven, bezinning over de eigen zwakheden, beperkingen en niet goed ontwikkelde vermogens, en nog veel meer. Kort samengevat, zou ik aanbidding zelfs als een harmonisch ontplooien en samenbrengen van drie activiteiten kunnen bestempelen: De verkenning van de Godheid, de verkenning van het “zelf”, en de verkenning van de verbindingskanalen tussen de Godheid en het “zelf”.

Bij dit alles is het noodzakelijk dat de ziel in aanbidding zich erin oefent, de geest en alle geestelijke processen zoveel mogelijk uit te schakelen en het hart (de wereld van de innerlijke gevoelens, van de verwerking van de binnenstromende Liefde en het richting geven aan de buitenstromende Liefde) volledig te openen. Wereldse gedachten mogen niet meer worden gevoed. Het hart moet ook zo zuiver en positief mogelijk ingesteld zijn: Elk gevoel van wrok, haat, gebrek aan vergeving, jaloersheid, nijd en dergelijke, vermindert de vruchtbaarheid van de uitwisseling tussen de ziel en God. Men zou kunnen zeggen dat aanbidding een soort spiegel is van datgene, wat het volledig innerlijk leven met God zou moeten zijn: Elke seconde van het leven zou de ziel de processen die ik zojuist met betrekking tot de aanbidding heb mogen aanduiden, in de praktijk moeten beleven en ontwikkelen. De aanbidding zou in deze zin kunnen worden beschouwd als een blauwdruk van het Goddelijk Leven dat de ziel moet nastreven. Aanbidding moet dus een levenshouding worden.

Aanbidding is:
·                            Je geest leeg maken door diep in je hart te kijken, zonder gedachten, als in een volkomen leegte, en zo zuiver mogelijke Liefde naar God toe laten stromen. Denk niet, beleef, voel de Liefde.
·                            Dank zeggen, en de genade vragen om te beseffen dat elk ogenblik van je leven een reden is om dankbaar te zijn, als een kans tot het verzamelen van verdiensten voor het Eeuwig Leven.
·                            Je openstellen voor de overvloeiing van de stralen uit Gods Hart naar je ziel, en door totale overgave, zonder enige weerstand of verzet vanwege je denkende geest, God in jou laten werken: in de stilte zal Hij elk puntje van je ziel veranderen, voeden, heiligen, herscheppen. Laat het wonder gebeuren.
Je in de stilte van je hart diep met het uitgestald Heilig Sacrament verenigen, zodat Jezus je kan “herprogrammeren”. Je lichaam is wat je eet. Zo is ook je ziel wat zij eet: Tijdens aanbidding moet je haar voeden met de geuren der volmaaktheid, die stromen uit de heiligste bloemen van Gods  Paradijs, dat Jezus in Zijn Hart draagt, altijd en overal. Waar Jezus is, is de Hemel. Wanneer Jezus jou raakt, is de Hemel in jou. Voel de kracht van Zijn Geest. Voel haar door je heen stromen, je zuiveren van het slijk van de wereld, van het stof der jaren. De stralen van heiligheid uit Zijn Hart zijn het bloed van je ziel.”


BRON: MARIA DOMINA ANIMARUM APOSTOLAAT: zie Roep van liefde: aanbidding.


“Een eerbiedige houding aannemen, in tegenwoordigheid van het Allerheiligste, is aan te bevelen.”







video:adoro te devote



ADORO TE DEVOTE:

“Ik aanbid met eerbied U, verborgen God,
die hier onder tekens waarlijk Zich verschuilt:
aan u onderwerpt zich heel en al mijn hart,
want u schouwend weet ik dat het niets vermag.
Oog en smaak en tastzin wordt in u misleid,
het geloof steunt veilig slechts op het gehoor;
ik geloof al wat Gods Zoon vérkondigd heeft,
Niets is meer waar dan het woord der Waarheid zelf.
Op het kruis ging slechts uw heilige Godheid schuil.
Hier blijft echter ook uw mensheid diep verhuld;
toch belijdend beide met een vast geloof,
vraag ik wat berouwvol u de rover vroeg.
Ik zie niet uw wonden, als eens Thomas deed,
toch wil ik belijden u als mijn God;
doe in u geloven mij steeds méér en meer,
doe mij op u hopen, U beminnen slechts.
O gedachtenisteken van des Heren dood,
levend Brood, dat aan de mens het leven geeft,
geef mij dat mijn geest in u zijn leven vindt,
geef hem als zijn zoetheid u te smaken steeds.
Pelikaan vol goedheid, Jezus onze Heer,
reinig mij, onreine, door uw zuiver Bloed,
waarvan éne druppel zelfs verlossen kan
Heel het wereldrond van al zijn zondigheid.
Jezus, dien gesluierd ik hier nu aanschouw,
moge lessen, bid ik, zich mijn grote dorst;
dat ik ongesluierd zie uw aangezicht,
Zalig zij door het schouwen van uw heerlijkheid. Amen.”



maandag 9 mei 2016

VOORZICHTIGHEID

 Voorzichtigheid:
Een belangrijke deugd van de H.Geest; enige toelichting:

De voorzichtigheid is een deugd die berust op het vermogen dat God in de ziel heeft gelegd om goed en kwaad van elkaar te onderscheiden en tijdig te kunnen herkennen wat voor de ziel schadelijk is of niet. Voorzichtigheid wordt vaak onterecht verward met vreesachtigheid of lafheid. Integendeel is deze deugd in werkelijkheid een uiting van wijsheid, en ook van eerbied tegenover datgene dat God u heeft gegeven. Om slechts enkele voorbeelden aan te halen, die in uw onmiddellijke omgeving kunnen wijzen op onvoorzichtigheid: roken, veelvuldig alcoholgebruik, gebruik van drugs, het gebruik van medicijnen waarvan men op grond van informatie weet dat zij het lichaam en/of de geest schade toebrengen, terwijl er alternatieven voorhanden zijn die even doeltreffend doch niet schadelijk zijn. Het eten van voedingsmiddelen waarvan u weet dat uw lichaam deze niet verdraagt, is eveneens een vorm van onvoorzichtigheid. Het is waardevol, het niet-nuttigen van deze voedingsmiddelen te beschouwen als een offer dat van u gevraagd wordt.
Voorzichtigheid heeft vaak te maken met de wijze waarop de mens zijn lichaam behandelt. Uw lichaam mag in geen geval een afgod worden, maar het is wel de tempel van uw ziel. Het lichaam is u gegeven om uw stoffelijk leven hier op aarde mogelijk te maken. Uw ziel is niet aan ruimte gebonden, Uw lichaam wel. Uw lichaam is in zoverre van belang dat het niet alleen dienst doet als vervoermiddel voor uw ziel, maar ook uw instrument van uitboeting is. Het lichaam heeft stoffelijke behoeften, en is daardoor gevoelig voor de omstandigheden van de omgeving: honger, dorst, koude, warmte, pijn, ziekte, vermoeidheid: al deze gewaarwordingen berusten op tekorten of verstoringen in het evenwicht van uw lichaamsprocessen.
Deze ongemakken hebben een uitermate belangrijke spirituele functie: offers en boete, die aan God opgedragen kunnen worden tot afbetaling van de schuldenlast die de zielen tegenover Gods Gerechtigheid dragen doordat de mensheid zondigt tegen Gods Wet van Liefde, dus tegen alle deugden. Doordat uw lichaam moet kunnen dienen als instrument voor uitboeting, wordt u geacht, het voldoende te verzorgen en in stand te houden, want het is en blijft een werktuig in Gods hand, waarover Hij naar Zijn welbehagen en volgens de noden van Zijn Gerechtigheid moet kunnen beschikken. Indien een mens volgens Gods Plan geacht wordt, zijn lichaam gedurende 70 jaar ter beschikking te stellen voor deze genoegdoening aan de Gerechtigheid, doch door overmatige toepassing van schadelijke praktijken (roken, alcoholverslaving enzovoort) zichzelf reeds op de leeftijd van 55 jaar “onleefbaar” maakt, is het dus alsof hij 15 jaar van Gods Plan steelt. Mensen kunnen hier tegenin brengen dat alles Gods beschikking is, dus ook de leeftijd waarop iemand sterft, en dat is ook zo, maar de zonde schuilt hierin dat de mens hier door eigen handelen een toestand helpt scheppen die God uit Zichzelf nooit zou hebben gewild of bedoeld. Deze zonde of ondeugd noemt de mens roekeloosheid.
Een ander voorbeeld is het nemen van risico's die niets te maken hebben met het Heil van de ziel: gevaarlijke stunts, recordpogingen in ondernemingen die bewuste gevaren in zich dragen en waarvan men weet dat ze slecht kunnen aflopen, levensgevaarlijke activiteiten die vermijdbaar zijn, enzovoort. Helemaal anders ligt het met bewust martelaarschap, omdat dit wordt ondergaan met de bewuste intentie, God te verheerlijken en zielen te redden. Voor het overige kan als regel worden gesteld: het zichzelf bewust blootstellen aan levensbedreigende situaties, is misbruik van Gods eigendom, want Hij is Heer van het leven, en de mens heeft niet het recht om daar zelf over te beschikken. Geen mens weet wat God met hem voorheeft, waarom of wanneer. Het komt de mens niet toe, eigenhandig in dat Plan in te grijpen. Wanneer u dat toch doet, kan God u terecht veroordelen wegens onvoorzichtigheid. Want wat betekent dit woord in wezen?
“Voorzichtigheid” is het vermogen om te “voorzien”, “vooruit-te-zien”. Maar dat kan geen mens, want alleen God weet welke radertjes in elkaar moeten passen om Zijn Plan optimaal ten uitvoer te brengen, en op welk ogenblik dat moet en kan gebeuren. Alleen Hij kan “vooruit zien”. Bedenk wel dat alles wat u hier op aarde bezit, in feite geen bezit doch slechts bruikleen is. Gebruik het daarom met de voorzichtigheid voor zoverre deze u als vermogen in de ziel is gelegd, en neem geen risico’s die zowel in dit leven als voor het Eeuwig Leven ellende kunnen brengen. Wees oordeelkundig en wijs.
BRON: uit de onderrichtingen van het MARIA DOMINA ANIMARUM APOSTOLAAT: (zie boeken:
 lentebloesems aan de levensboom)