donderdag 30 oktober 2014

ALLERHEILIGEN – MARIA KONINGIN DER HEILIGEN





ALLERHEILIGEN – MARIA KONINGIN DER HEILIGEN:

(1 november)

Maria Koningin van de Heiligen



In menig hart is Allerheiligen met een zekere droefheid verbonden, omdat deze dag herinnert aan de sterfelijkheid, de vergankelijkheid, en aan het overlijden van mensen, die ons ooit dierbaar waren. Wij betreuren dat zij er niet meer zijn, dat wij hun Liefde, hun hulp, hun raad en de geborgenheid van hun aanwezigheid moeten ontberen. Niettemin is deze gewaarwording zoals een kleine wortel, die in de bodem van de meeste zielen een eigen leven tracht te leiden, zonder zelf als kanaal voor de voeding van de ziel te kunnen dienen.
Het is, zoals U weet, een kwestie van perspectief, van hoe men de dingen bekijkt. De Meesteres van alle zielen herinnert ons eraan, dat de dood geen einde is, doch het begin van de ware bloei van de ziel kan zijn. De ziel zou zich het aardse leven daadwerkelijk kunnen voorstellen als de tijd van het zaaien, de bewerking van de grond en de eerste groei, op bepaalde plaatsen bovendien van de eerste bloei, in bepaalde gevallen zelfs van de ware Lente. In het uur van het levensoordeel wordt het hele groeiproces gecontroleerd tegen de achtergrond van het Plan dat God met het aardse leven van deze ziel heeft gekoesterd. De bodem en de planten worden gekeurd, en de grote Zaaier stelt vast in hoeverre de bodemgesteldheid, de processen in de bodem en de staat van de planten blijk geven van het feit dat de ziel de Wetten van de Goddelijke Intelligentie in zich precies heeft nageleefd. Zo kunnen wij ons inderdaad het heiligingproces voorstellen.
Na het uur van het levensoordeel komt voor de ziel die haar planten en haar bodem niet door de stormen der bekoringen, de slechte voeding door de ondeugden en de nefaste bewerking door de zonde onherstelbaar heeft verwoest, ofwel de opname in het Paradijs, waarbij de zielenbodem meteen aan Gods Rijk wordt toegevoegd, ofwel de gelegenheid om zich volkomen te zuiveren en de bloei ten volle te ontwikkelen. Deze beide laatste beelden hebben vanzelfsprekend betrekking op de Hemel, respectievelijk het vagevuur.
In de mate waarin de ziel zich weet te vergeestelijken, maakt zij zich stap voor stap los van elk element van werelds denken, en zo begrijpt zij geleidelijk aan, en verheugt zij er zich beetje bij beetje méér over, dat de dood een noodzakelijk deel van het leven is, dat volkomen in Gods Heilsplan en in Zijn Plan voor de ontwikkeling van de Schepping als geheel past. De ziel begint de dood te beschouwen als de volgende fase in het bloeiproces van de haar zo dierbare zielen, en stap voor stap leert zij, naast de pijn over het feit dat zij haar dierbaren zozeer mist, ook al eens vreugde te ervaren bij de gedachte dat haar dierbaren eigenlijk dichter bij God, en derhalve bij het ware Geluk, zijn beland, en tevens soms zelfs een eerste vreugde bij de gedachte aan de eigen overgang, die immers ieder ooit eens moet volbrengen.
Allerheiligen moet een dag van lofprijzing en van ingetogen vreugde zijn, en dat wordt het ook, in de mate waarin de ziel het denken en voelen volgens het patroon van het wereldse, het vergankelijke, inruilt voor een nieuw denken en voelen volgens het patroon van het onvergankelijke, dat ten volle doordrongen is van de adem van Gods Tegenwoordigheid. Op deze dag behoort de ziel Gods Glorie en Liefde te gedenken, want in de heiligen toont God de zielen aan dat hun eindbestemming als een thuiskomst in het onverwelkbaar Paradijs van de oneindige Gelukzaligheden is bedoeld, tegen dewelke de ellende van een nietig kort leven (beschouwd tegen de achtergrond van de oneindigheid) in wezen een onooglijk geringe prijs is. De heiligheid is de bekroning van de levensreis, voor dewelke – en dit beseft de ziel méér naarmate zij bloeit – God geen andere wegen heeft voorzien dan wegen van de hoogste en absoluut volmaakte Liefde.
Allerheiligen is derhalve het feest van Gods geschenken van Genade en Barmhartigheid, die het de ziel mogelijk moeten maken, zich vanaf de onbedekte bodem met het zaad erin, helemaal te ontplooien tot een paradijselijk veld vol bloeiende bloemen. De Meesteres van alle zielen maakte Zich op zekere dag bekend als de Koningin der heiligen, en vraagt dat zielen Haar op deze dag ook in die hoedanigheid zouden aanroepen. Deze titel draagt Zij terecht, daar Zij:
·                            de macht, de Wijsheid en de opdracht heeft ontvangen om alle zielen zowel inwendig als door onderrichting te begeleiden, om te vormen en te kneden;
·                            Zelf het absolute Voorbeeld van heiliging van een geschapen ziel is, daar in Haar de bodem evenals het zaad Gods (de kiem der heiligheid) zich in absolute volmaaktheid en in de meest nauwgezette naleving van de Goddelijke Wetten hebben kunnen ontplooien.
Allerheiligen wil de zielen eraan herinneren dat zij slechts op aarde zijn om zich te heiligen en samen Gods Plannen en Werken te verwezenlijken, en dat de mate waarin de ziel nog tijdens haar leven op aarde het heiligingproces voltooit, voor God geldt als de maat van vruchtbaarheid van haar leven. Dit feest herinnert er de zielen eveneens aan, dat God Zijn belofte van Gelukzaligheid nakomt jegens elke ziel die spontaan en vrijwillig de verwezenlijking van Zijn behoeften de voorrang geeft op de schijndoelstellingen van het werelds leven.
De heiligen zijn als bloemen van de meest uiteenlopende variëteiten. Elke variëteit heeft haar eigen kenmerken, haar bijzondere eigenschappen, haar eigenheid, haar specifieke inhoudsstoffen en haar specifiek ontwikkelingsproces. Zo heeft ook elke ziel haar eigenheid, haar ontwikkeling, haar specifieke verdiensten, haar sterke punten, datgene waardoor zij anders is dan andere zielen – niet in de zin van enige “concurrentie”, doch in verband met haar unieke rol binnen Gods Heilsplan. Elke ziel draagt in zich de unieke opdracht waarmee zij in de wereld is gestuurd, de eigen bodemgesteldheid, de eigen kiem der heiligheid, en krijgt dag na dag het Hemels voedsel aangereikt, door hetwelk zij haar individuele weg kan bekronen.
De heiligen kunnen de ziel daarbij helpen. Daartoe moet de ziel echter de heiligen op een geschikte wijze te hulp roepen. De vruchtbaarste wijze om dit te doen, is het gebed om de ontwikkeling van de verdiensten, van de gedrag- en denkpatronen, en van de spirituele leefwereld van elke heilige in de eigen ziel. Slechts op deze wijze reikt de Ketting van Licht van de Meesteres van alle zielen daadwerkelijk tot over de grenzen van de aardse dood heen, en wordt zij tot een ketting van zielen op de diverse zijnsniveaus, een ketting waarmee de prins der duisternis aan de voeten van de Vrouw zal worden uitgeleverd. Moge de Koningin der heiligen ons vandaag deze genade bekomen, van dewelke de wereldse wijze van beschouwen zich geen voorstelling kan maken.
BRON tekst: uit de onderrichtingen van het Maria Domina Animarum Apostolaat: (zie onderrichtingen: sluier van goud)
 
Allerheiligen









Geen opmerkingen:

Een reactie posten