zondag 21 december 2014

HET LICHT SCHIJNT IN DE DUISTERNIS

HET LICHT SCHIJNT IN DE DUISTERNIS:

JEZUS CHRISTUS, LICHT VAN DE WERELD


In het begin was slechts God. Omdat God uit niets anders bestaat dan Liefde, wilde God leven buiten Zichzelf scheppen, want Hij verlangde dat Zijn Liefde zou stromen, en van buiten Hem naar Hem terug zou keren, in een eeuwigdurende kringloop die Hem de hoogste vreugde zou bereiden. Slechts het levende kan de Liefde laten doorstromen, want het diepe wezen, de essentie, de brandstof van het Leven is de Goddelijke Liefde. Zo schiep God de engelen, en begiftigde hen met Zijn volkomen heilige Liefde, die hen in staat stelde om het ware Goddelijk Leven in zich in stand te houden. Zo werden de hemelen bevolkt met een volmaakte ketting van Licht. Het  Licht is de Zijnstoestand van God, een toestand die bestaat uit Zijn volmaakte Wijsheid en het vermogen om het leven in de volmaakte Goddelijke Liefde in stand te houden. Het Licht is het vermogen om alle dingen te zien zoals zij werkelijk zijn. Voor de geschapen zielen is het dus ook het vermogen om zichzelf te zien zoals zij werkelijk zijn met betrekking tot God. Het Licht is daardoor eveneens het vermogen om de Liefde heilig te houden. De waarlijk heilige Liefde is de gesteldheid waardoor de ziel in staat is om God te erkennen als enige Bron van alle leven, en Hem daarom boven alles, dus ook boven zichzelf, te stellen, en alle handelingen, gedachten en verlangens op Hem te richten, dit wil zeggen: ernaar te streven dat alles wat in de eigen ziel omgaat en wat van haar uitgaat, uitsluitend tot doel heeft, Gods intenties te verwezenlijken.
Op zekere dag maakte God Zijn verlangen kenbaar om naast de hemelen ook de aarde te scheppen, die Hij onder andere wilde bevolken met de mens, een wezen dat met een grote heiligheid begaafd zou zijn en op aarde God en Zijn Liefde zou vertegenwoordigen. God deelde dit voornemen met de engelen.
Lucifer, de hoogststaande der engelen, begon zijn eigen verlangens boven deze van God te stellen. Hij begon zichzelf méér lief te hebben dan hij God liefhad. Hierdoor verloor zijn hart de zuivere verbinding met het Hart van God. Lucifer sneed hierdoor zichzelf af van de volmaakte stromen der Goddelijke Liefde, waardoor hij geleidelijk het ware Goddelijk Leven verloor. Hij was hierdoor ook niet langer in staat om de Goddelijke Liefde te laten doorstromen naar de andere engelen toe. Door dit gebrek aan doorstroming van de kracht van het Goddelijk Leven werd de hele ketting van Licht verzwakt. Lucifer was afgunstig jegens de mens, die in Gods ogen een zo belangrijke rol binnen de Schepping zou spelen, en kwam in opstand tegen God, en trok vele engelen met zich mee. Op grond van diverse punten van ongehoorzaamheid van deze opstandige engelen tegen Gods Plannen, werden zij uit de Hemel verdreven, en zouden zij voortaan duivels heten.
God schiep de eerste mens, schonk hem een vrouw, en verbond deze beiden in een innige bond. Zij zouden heersen over de Schepping op aarde, en Gods heiligheid over de aarde laten stromen in de kringloop van de volmaakte Liefde, waarin het eerste mensenpaar nu was opgenomen. God sloot met hen het verbond, dat zij zouden delen in alle heerlijkheden van het Goddelijk Leven, doch in ruil daarvoor moesten leven in strikte gehoorzaamheid aan Gods voorschriften. Lucifer, die met zijn gevolg uit de Hemel verstoten was en voortaan Satan heette, had met de zijnen de eed gezworen dat zij wraak zouden nemen voor hun verstoting uit de glorie van de Hemel, en dat zij voor alle eeuwen God zouden bestrijden en Zijn Plannen en Werken zouden ondermijnen, en dat hij de aarde aan zijn heerschappij zou onderwerpen. Hij fluisterde de eerste vrouw, Eva, de ongehoorzaamheid jegens één van Gods voorschriften in, en zij verleidde op haar beurt haar man, Adam. Hierdoor bedreef het eerste mensenpaar de erfzonde. Dit betekent dat de gevolgen van deze overtreding zoals een erfenis overgedragen zou worden op alle zielen die na Adam en Eva op aarde zouden leven. Het heilig verbond met God was verbroken. Door een Goddelijke Wet heeft alles wat één ziel doet, een weerslag op de hele Schepping op aarde. Daarom zou op kracht van deze Goddelijke Wet elke mensenziel na Adam en Eva twee levensdoelstellingen moeten verwezenlijken:
1) zij zou door haar leven op aarde haar heiligheid (die de beide eerste zielen hadden gekregen) zelf opnieuw moeten verwerven;
2) zij zou bovendien door een leven van een bepaalde tijdsduur op aarde moeten bijdragen tot de verwezenlijking van Gods Plan, en over elke ziel zou na haar leven op aarde door God een oordeel worden uitgesproken volgens de mate waarin zij tot de verwezenlijking van dit Plan had bijgedragen of niet. Dit oordeel zou tevens beslissen over het eeuwig leven van de ziel.
Ziehier dus het doel van elk mensenleven op aarde: elke ziel is op aarde om bij te dragen tot de verwezenlijking van het grote Plan van God. Wat houdt dit Goddelijk Plan in? God wilde van meet af aan elke mensenziel na haar leven op aarde in een toestand van volkomen Heil (heiligheid), dit wil zeggen in een toestand van volkomen overeenstemming met Gods Wet en Gods Wil, dus van ongeschonden Goddelijke levenskracht, bij Hem in de Hemel opnemen. Daartoe zou elke ziel tijdens haar leven op aarde moeten leven in een toestand die de volkomen doorstroming van de Goddelijke Liefde en het Goddelijk Leven mogelijk maakt. Deze intentie noemen wij Gods Heilsplan. De verwezenlijking van dit Heilsplan zou betekenen dat God Zijn Rijk op aarde kon vestigen: de aarde zou hierdoor waarlijk deel uitmaken van het Rijk van de volmaakte Liefde, de volmaakte Vrede en de volmaakte Gelukzaligheid, zoals dit in de Hemel bestaat.
Door de erfzonde kon de mensenziel de heiligheid niet meer bereiken. God voorzegde de mens dat zijn leven op aarde zwaar zou worden. Hoewel de zielen deze beschikking tot op deze dag ervaren als een straf, verborg God in haar Zijn grootste Plan van Liefde: De mensenziel zou door een heilige omgang met al haar aardse lijden, beproevingen en lasten haar oorspronkelijke heiligheid terugwinnen en Gods Rijk op aarde helpen grondvesten. Ziedaar meteen de ware zin van het leven op aarde.
Zo zouden de zielen samen het Rijk Gods op aarde helpen grondvesten, en zich opnieuw volkomen met God verzoenen. Doch de satan had zijn eed van verwoesting niet vergeten, en zaaide in de harten een ware terreur van de meest uiteenlopende bekoringen. De mensenzielen werden talrijker, en de zonden namen dienovereenkomstig in aantal toe. Op grond van de erfzonde en van hun onvermogen om de Ware Liefde te laten stromen, verzwakte de kracht van het Goddelijk Leven in de zielen zozeer, dat de mens het vermogen verloor om Gods bestaan en werking in zijn hart waar te nemen en om de zin van zijn eigen leven op aarde te begrijpen. De Liefde werd steeds verder verontreinigd, en de zonde nam sneller en sneller toe, want elke zonde wordt pas begaan op een ogenblik waarop de Liefde tot God gebrekkig is.
Elke Goddelijke Beschikking blijft van kracht tot zij verwezenlijkt is. Reeds vóór de schepping van de mens beschikte de Schepper dat Zijn Zoon Jezus Christus op een zeker tijdstip van de heilsgeschiedenis Mens zou worden, om zich met de menselijke natuur te verenigen en de mensenziel totaal op te nemen in het Goddelijk Leven. Daartoe zou God een Vrouw scheppen, Maria, die Hij volkomen zou bevrijden van de gevolgen van de erfzonde, opdat Zij in staat van volmaakte heiligheid de Zoon van God in Haar vlees zou kunnen dragen. Maria, de Moeder van Gods Zoon, zou dus geboren worden als de Onbevlekte Ontvangenis.
Omdat de mensheid duidelijk niet op eigen kracht het grote Plan van God kon waarmaken, besloot God dat de Menswording van Zijn Zoon een heel specifiek doel zou dienen: Jezus Christus zou door een leven in volmaakte heiligheid en door prediking van Gods Wet de mensheid leren hoe zij zich opnieuw met God kon verzoenen. Bovendien zou Hij door de vlekkeloze opoffering van een ongeëvenaard Lijden in Lichaam, hart, geest en ziel de schuld van de hele mensheid jegens de Goddelijke Gerechtigheid in zo hoge mate afbetalen, dat een nieuwe basis van samenleven tussen God en zijn zielen kon ontstaan: het Nieuw en Altijddurend Verbond. Deze afbetaling van schulden jegens de Goddelijke Gerechtigheid wordt de Verlossing van de mensenzielen genoemd: door de overmaat van zonden en het onvermogen om deze zelf te herstellen, was de mensenziel na de erfzonde voor goed van God gescheiden. Door de tussenkomst van God in Jezus Christus als Verlosser werd de poort naar de Eeuwige Gelukzaligheid opnieuw ontgrendeld.
Het Nieuw Verbond maakte de toegang tot de Hemel opnieuw mogelijk. Voor God betekende het Nieuw Verbond een nieuwe weg naar de grondvesting van Zijn Rijk op aarde. De oorspronkelijke Wet gold nog steeds: de enige zin van elk mensenleven was nog steeds de bijdrage tot de verwezenlijking van dit grote Goddelijk Plan, EN de verwezenlijking van de eigen heiliging. Dit betekent meteen dat elke ziel de Verlossing in haar eigen leven moet waarmaken. God stelt een eis aan elke ziel: zij krijgt één leven op aarde, met een duur die slechts God bekend is en die door Gods Wijsheid wordt bepaald op grond van datgene wat de ziel overeenkomstig Gods Plan gedurende haar aardse leven moet volbrengen. Vóór het einde van haar levensduur op aarde moet de ziel de maximale vruchtbaarheid bereiken om het doel waartoe zij is geroepen (het specifieke werk dat zij binnen Gods Heilsplan moet voltooien), te bereiken. De ziel kan deze maximale vruchtbaarheid slechts bereiken door zich totaal te verenigen met Gods Wil en Gods Wetten. De weg is haar getoond door Gods Zoon Jezus Christus, en door de Helper die Jezus aan de zielen had beloofd: de Heilige Geest. De grote erfenis van een leven in volle vruchtbaarheid zou zijn: een hoge graad van Geluk reeds op aarde, en daarna de Eeuwige Gelukzaligheid.
Wat staat de ziel dus te doen om een waarlijk zinvol leven te leiden? Elke ziel moet hiertoe drie hoofdopgaven vervullen:
1. Zij moet haar ware roeping achterhalen, teneinde doelgericht te kunnen leven. Dit betekent dat zij zich moet bezinnen over de vraag: wat is mijn specifieke opdracht binnen het geheel van Gods Werken? Uw roeping heeft niets te maken met het beroep dat U in dit leven uitoefent, het is de taak die God U heeft gegeven om Uw bijdrage te leveren tot de verwezenlijking van Zijn Plan. Uw ware roeping is door God in Uw hart gelegd. U kunt haar daar vinden op voorwaarde dat U in Uw leven God de voorrang geeft op al het andere. De ziel die aan de dingen der wereld gehecht blijft, zal door de waarneming van alles om haar heen verhinderd worden om in de kern van haar hart haar ware roeping te vinden. Om deze reden leiden vele zielen een leven dat in Gods ogen zo goed als nutteloos is: zij vinden nooit hun ware roeping binnen Gods grote Plan, en zwalpen door het leven als een schip dat op drift is geslagen, de haven van bestemming niet vindt, en dus zonder doel verderdrijft op een oceaan zonder enig aanknopingspunt. Zielen die zich voor Gods Werken willen inzetten, zijn wel eens geneigd om te zoeken naar gelegenheden om heldendaden te verrichten. Vergeet echter niet dat elke ziel in Gods ogen groot kan zijn door eenvoudig haar dagelijkse taken te verrichten in volle deugdzaamheid. De roeping van een ziel is niet steeds iets dat in het oog springt. Bedenkt dat ALLES, elke situatie, elke ontmoeting, een nieuwe taak is die God U geeft, en waarvan U het beste moet maken om de voltooiing van Zijn Plan dichterbij te brengen.
2. Zij moet haar talenten, gaven en vermogens maximaal benutten. Uw ziel moet de vermogens en eigenschappen die U in staat moeten stellen om Uw welbepaalde taak (roeping), binnen dit leven vorm te geven, in overeenstemming brengen met Gods verwachtingen, en moet deze vermogens en eigenschappen benutten tot verwezenlijking van het specifiek doel waartoe Uw ziel in de wereld gezonden is. Herinner U het Evangelie van de heer die zijn talenten (in de bijbelse betekenis: geld) toevertrouwde aan de drie knechten: twee ervan lieten de talenten renderen, de derde stopte ze in de grond. Wanneer U Uw talenten onbenut laat, stopt U ze als het ware in de grond: u vertrouwt ze toe aan de aarde (laat ze verontreinigen door wereldse invloeden. Het gevolg is, dat Uw leven in Gods ogen nutteloos wordt. De ziel moet haar talenten, haar gaven en vermogens gebruiken om Gods Werken te doen en het grote Heilsplan te helpen verwezenlijken.
3. Zij moet een heilig leven leiden. Een heilig leven is een leven dat Heil brengt over de eigen ziel en over andere zielen, en dat hierdoor Gods Heilsplan helpt vervullen. Het is een leven vanuit een ziel die de stroom van Gods Liefde maximaal in stand houdt. De weg van een heilig leven omvat in wezen vier grote opgaven:
(1)       De betrachting van alle deugden. De weg van de deugden is op ingeving van de Allerheiligste Maagd Maria uitvoerig uiteengezet in de geschriften: Lentebloesems aan de Levensboom-  MARIA DOMINA ANIMARUM Apostolaat: (zie onderrichtingen: boeken.)
http://www.maria-domina-animarum.net/

(2) Het vermijden van alles wat Gods Werken schaadt. Dit betekent in wezen dat van elke ziel wordt verwacht dat zij actief streeft naar eenheid met Gods Wil en Gods Wet in al haar doen en laten, en dat zij op actieve wijze deelneemt aan de strijd tegen alle duisternis. In de eerste plaats betekent het: alle zonde en ondeugd zoeken te vermijden, en zich oefenen in waakzaamheid tegen elke bekoring, en in het herkennen van eigen zwakheden, tekortkomingen, slechte gewoonten enz.
(3) Het maximale rendement halen uit alle lijden, beproevingen, lasten. De Wet van de Goddelijke Barmhartigheid heeft het zo beschikt dat de ziel haar schulden jegens God kan afbetalen door alle lijden van het leven in een lichaam. Voorwaarde daartoe is, dat de ziel alle lijden, lasten, beproevingen, ziekten en hartenpijnen van harte aanvaardt, met andere woorden: deze ondergaat zonder protest of verzet in het hart, zonder zich erover te beklagen, en zonder er misbruik van te maken naar andere schepselen toe (bijvoorbeeld door bewust medelijden op te wekken. Bovendien moeten alle beproevingen toegewijd (geofferd, opgedragen) worden. De krachtigste weg hiervoor is de totale toewijding van Uw hele wezen en Uw hele levensweg aan de Allerheiligste Maagd Maria. U stelt hierdoor Uw hele leven met alle tegenslagen en lijden in dienst van de Medeverlosseres, die van God de leiding over de voltooiing van de Verlossing en Gods Heilsplan heeft ontvangen.
(4) De betrachting van het Goddelijk Leven. Deze betrachting behoort tot de levenstaken van elke ziel, zoals de viering van de Heilige Eucharistie ons duidelijk maakt tijdens de Offerande, wanneer aan God wordt gezegd: “Gij deelt ons menszijn, en neemt ons op in Uw Goddelijk Leven”. De voltooiing (bekroning) van het ware heilige leven is het Goddelijk Leven. In feite is het Goddelijk Leven: steeds minder leven vanuit de zintuigen van het lichaam en steeds méér leven vanuit de zintuigen van de ziel: het “horen” van de stem van de Heilige Geest in Zijn onhoorbare ingevingen in de kern van het hart, en het leren doorschouwen van de ware essentie van alle gebeurtenissen in het leven, van alle omstandigheden, van alle medeschepselen, doorheen de oppervlakkige schijn tot diep in hun wezenskern. Het is het volledig uitstijgen boven de wereldse beleving, het veel verder leren zien dan wat de zintuigen over Uw werkelijkheid onthullen. Goddelijk Leven wordt helemaal gedragen door de Liefde, de zuiverheid en de volmaakte innerlijke Vrede. Wij zouden dit alles ook “bovennatuurlijk leven” kunnen noemen: leven met het hart zozeer in Gods Hart begraven, dat men ook tijdens het volbrengen van de dagelijkse werken in het hart voortdurend met Gods belangen, Zijn Werken en Plannen bezig is.
Dit laatste puntje brengt ons bij één van de meest absolute voorwaarden om Uw leven te leiden in heiligheid: het herkennen van het reuzegrote gevaar van de onwetendheid. Sedert de erfzonde hebben de zielen het vermogen verloren om Gods Aanwezigheid in hun leven waar te nemen en in de kern van hun hart met God verbonden te blijven. De zielen leven sedertdien grotendeels in onwetendheid. Dit komt niet omdat God hen niet onderricht:
- eerst onderrichtte God de zielen door de profeten;
- daarna zond Hij Zijn Zoon Jezus Christus in de wereld;
- Jezus beloofde Zijn jonge Kerk de Heilige Geest, die nederdaalde op Pinksteren;
- doorheen het Nieuw Verbond onderricht God de zielen door:
         * de Heilige Geest
         * de Allerheiligste Maagd Maria
         * de dagelijkse wenken van de Goddelijke Voorzienigheid
Maar: de zielen worden verblind door de schijnrealiteit die zij om zich heen waarnemen. Doorheen de eeuwen zijn de zielen voortdurend van God weggeleid, doordat:
- het denken (in wetenschap, filosofie, economie, politiek) volledig gebaseerd is op de dingen en belangen der wereld en het materiële leven in de wereld;
- het voelen van het Goddelijke in de harten onmogelijk wordt gemaakt. God, Zijn Werken, Zijn Plannen, Zijn Mysteries, Zijn Aanwezigheid en Zijn Liefde zijn niet met onze zintuigen waarneembaar en ook niet wetenschappelijk te bewijzen. Om deze reden wordt het Goddelijk Leven en alles wat erbij hoort, als onbestaande beschouwd, en het geloof erin als belachelijk en naïef bestempeld. God wordt uit Zijn Schepping verwijderd. De gevolgen stellen wij om ons heen vast: onvrede, gevoelens van ongelukkig-zijn, zinloosheid, doelloosheid.
Gods Licht wil de zielen brengen tot bewustwording, waakzaamheid ten aanzien van Gods Plannen en Werken, hun eigen positie en rol binnen deze Goddelijke Plannen en Werken, en de redenen van hun eigen ongeluk, ontevredenheid en onvruchtbaarheid op het spirituele vlak. Ik heb reeds vermeld dat de zielen niet meer dezelfde voeling hebben met God en Zijn Aanwezigheid als dit oorspronkelijk het geval was. De schuld hiervoor ligt bij de zonde, die de ziel van God verwijdert. Daarom kan de ziel slechts tot bewustwording komen wanneer zij inzicht verwerft in de strategieën van de satan.
De satan poogt alle zielen te strikken door eindeloze kettingen van bekoringen. Hij bestudeert elke ziel, leert haar specifieke noden en zwakke punten kennen, en stemt zijn werken van ondermijning daarop af. Zijn bedoeling is deze: elke ziel van God weg te leiden opdat zij geen positieve bijdrage meer zou kunnen leveren tot Gods Werken (de verwezenlijking van Gods Heilsplan), doch volop ingeschakeld kan worden in de verwoestingwerken van het kwaad.

BRON: Over de bloei van het onverwelkbare Geluk


Basisonderrichting van de Allerheiligste Maagd Maria aan de zielen –

door bewustwording naar het Ware Geluk

door  MARIA DOMINA ANIMARUM Apostolaat:( zie onderrichtingen: korte onderrichtingen)

http://www.maria-domina-animarum.net/

 

LEVEN IN HET LICHT

 




2 opmerkingen: