dinsdag 10 februari 2015

Geestdrift voor Gods Werken




           Geestdrift voor Gods Werken:

door de Geest gedreven worden


 Wanneer de ziel overtuigd is van de overwinning van het Licht, kan zij een punt bereiken waarop zij ongeremd met vuur inspanningen en werken volbrengt die voor Gods Rijk van nut kunnen zijn. Dit innerlijk vuur is de geestdrift.
Van geestdrift kan in feite slechts waarlijk sprake zijn wanneer het innerlijk vuur gecontroleerd en geleid wordt door de ware Wijsheid.
De ziel kan werkelijk zo zeer “door de Geest gedreven worden” dat het lijkt alsof zij een nieuwe energiebron ontsloten heeft. Indien de ziel deze gewaarwording ten volle benut, zal zij bewuster gaan leven en geneigd zijn om het allerbeste van elk ogenblik te maken, omdat zij de werking van Gods Geest in zich bewuster voelt dan voorheen, en zich daardoor meer rekenschap geeft van het feit dat elke gebeurtenis, elke situatie en elke minuut kostbaar zijn voor haar groei naar de ware heiligheid.

Wanneer de Ware Hoop uitdrukkelijk en bewust leeft in de ziel, ervaart zij een innerlijke kracht die haar boven zichzelf kan doen uitstijgen, zodat zij zichzelf nauwelijks herkent in vergelijking met vroeger. In deze ziel komt het spreekwoord tot leven dat zegt “hoop doet leven”: De bewuste beleving van de Hoop kan een buitengewoon sterke drijvende kracht worden, die de ziel een soort wedergeboorte doet ondergaan.

De ziel kan ook door een innerlijk vuur gedreven worden dat eerder uitgaat van de koorts van een bekoring. Dit innerlijk vuur zal doorgaans niet met blijmoedigheid doch met een zekere innerlijke spanning gepaard gaan, en ook niet “bezield” zijn: het is als het ware een “dood vuur”, een vuur dat geen goede vruchten voortbrengt en de ziel niet laat groeien. Maria noemt dit “valse geestdrift”: Gedrevenheid die niet van de Heilige Geest komt. Deze heeft vaak een doelstelling die eerder wereldse of persoonlijke behoeften van de ziel dient, in plaats van de behoeften van Gods Heilsplan.
Om haar leven onvoorwaardelijk en totaal in dienst van Maria te stellen, moet de hoop in de ziel een grote ontwikkeling hebben doorgemaakt, want indien de ziel niet sterk doordrongen is van het feit dat beproevingen in werkelijkheid bronnen van Licht zijn, en dat Gods Licht in werkelijkheid nu reeds alle duisternis heeft overwonnen, zal zij niet in staat zijn om zichzelf volledig over te geven aan dit onzichtbare Wezen, Maria, diegene die een onbegrensde macht heeft ontvangen over alle duisternis doch die Haar onvolprezen macht grotendeels uitwerkt in het verborgene.
BRON: uit de onderrichtingen van het Maria Domina Animarum Apostolaat:
 ( zie onderrichtingen: korte onderrichtingen: De Hemelse bronnen)

de Ware Hoop leeft in de ziel”








Geen opmerkingen:

Een reactie posten