vrijdag 2 september 2016

STILTE BIJ MARIA


 wandeling in de Onbevlekte Tuin van Maria:

STILTE:


"STILTE in de Onbevlekte tuin van Maria."

Verkenning van de Onbevlekte Tuin

Bij het betreden van de Onbevlekte Tuin wordt de ziel betoverd door de volmaakte stilte die eigen is aan het Goddelijke en alles wat rechtstreeks uit Zijn hand komt. Deze Tuin ademt volmaakte rust, diepe Vrede. De enige beweging die er heerst, wordt veroorzaakt door de adem van de Heilige Geest die als een zachte bries doorheen de bloemen van de deugden en de fruitbomen van de medeverlossende verdiensten glijdt. Zo worden Maria’s verdiensten en deugden eeuwigdurend ononderbroken beademd met de volheid van de heiligheid.
Doordat deze heilige bries in het Hart van God Zelf ontspringt, is hij absoluut en volkomen, en blokkeert hij alle stormwinden die vanuit de wereld deze Tuin zoeken binnen te dringen. Alle indrukken die de Meesteres van alle zielen via Haar zintuigen ontvangt, lijken doorheen een Goddelijke filter te worden geleid. Elke zielentuin is uitgerust met een dergelijk filtersysteem, doch de bomen en heesters aan de grenzen van een tuin die geschonden is door de erfzonde, zijn niet volmaakt gezond, zodat de winden en geuren van de wereld in wisselende mate in de tuin kunnen binnendringen.
De Onbevlekte Tuin is in de diepste zin van het woord een Hemels paradijs: zijn heilige geuren deinen zachtjes doorheen de Tuin doch worden niet verwaaid. De Onbevlekte Koningin leeft in Zichzelf gekeerd, ingetogen, zwijgzaam. Haar gedachten, gevoelens en verlangen zijn volkomen gericht op het Goddelijke dat Zij in Zichzelf draagt in de hoogste mate waarin dit voor een geschapen Tuin mogelijk is.
Zie de verrukkelijkste der bloemen in Haar leven in Nazareth en tijdens Haar voettochten wanneer Zij Jezus volgt gedurende bepaalde van Zijn predikingmissies. Zij spreekt zelden, en wanneer Zij spreekt, geven Haar woorden slechts uitdrukking aan de diepe roerselen van Haar prachtig Hart: Zij verkondigt Gods verlangens, zingt Zijn lof, onderricht vrouwen en kinderen over Zijn Wet en Zijn Waarheid, en gebruikt elke aanleiding uit het dagelijks leven om Haar medemens dichter bij Gods Wil te brengen.
Zij spreekt weinig omdat Zij totaal wil opgaan in Haar innerlijk leven. Veel spreken, trekt de ziel telkens opnieuw in de wereld van de zinnen en de uiterlijke waarneming. Slechts in de diepte van haar wezen vindt de ziel aansluiting bij het ware Goddelijk Leven. Maria kent dit volkomen, want Zij weet dat de ware communicatie niet deze is van mond tot oor, doch van hart tot hart. Zo communiceren ook de engelen onder elkaar, en zo communiceert de Schepper met Zijn schepselen.
Geen ogenblik gaat verloren in Maria’s leven: in de stilte van Haar Hart spreekt Zij voortdurend tot God, niet steeds met woorden doch vaak in beelden die uitdrukking geven aan de rijke gesteldheden van Haar Hart. Wanneer Zij hoorbaar spreekt, is Haar stem altijd zacht en melodieus, zodat zielen die Haar aanhoren, als betoverd naar Haar luisteren. Zij verheft Haar stem niet, Zij roept nooit.
Geregeld, wanneer Zij alleen thuis is, zingt Zij zachtjes vóór Zich uit: hymnen, psalmen, en zelfgemaakte (geïmproviseerde) lofprijzingen. Het is alsof Haar inspiratie op dit gebied onuitputtelijk is. Dit alles gebeurt op een toon en met een zachtheid als van een koor van engelen. Ook bidden, doet Zij op heel zachte toon, als in verzuchtingen van diepe Liefde. Heel vaak bidt Zij ook zonder enige klank uit te brengen: heel diep, als in beschouwing verzonken. De zielen die Haar beter kennen, weten dit en durven Haar in deze gesteldheid nauwelijks te benaderen, zozeer straalt de heiligheid uit Haar terwijl Haar hele Wezen in stilte gedompeld is. Zij leeft zo stil dat Zij vrijwel geluidloos door het dagelijks leven lijkt te “glijden”.
Ik zie Haar bezig in Haar kleine huis te Nazareth. Zij bereidt de maaltijden, veegt de vloer, verzorgt Haar mooie tuin of voedert de duiven die Zij houdt, bedient Jozef of de nog jongere Jezus aan tafel, maakt zelf kleren of herstelt ze, of onderhoudt Zich met Jezus. Bij dat alles is Zij overwegend zwijgzaam, spreekt nu en dan heel zacht. Hoewel het huis in Nazareth in de ware zin van het woord slechts uit twee kamers bestaat, kan een ziel die in de ene kamer aanwezig is, vrijwel niet horen dat Zij in de andere aan het werk is.
Ook op straat verplaatst Zij Zich vrijwel geruisloos, uit eerbied voor alle schepselen en omdat Zij Zich klein, onwaardig en nietig voelt. Steeds zie ik diezelfde zalige glans op Haar gelaat. Wanneer Zij buiten is, of bij een raampje staat, lijken Haar ogen geregeld af te dwalen naar de hemel, met een zachte en tedere blik. Wanneer Zij Zich verplaatst, lijkt Zij eerder te “zweven” dan te stappen: Haar voeten lijken de grond te strelen.
De meeste mensen van Haar stadje krijgen Haar nauwelijks te zien. Zij heet alle zielen van harte welkom, doch zoekt Zelf nooit iemand op tenzij het dagelijks leven of (vooral) het zielenleven dit noodzakelijk of wenselijk maakt, doch steeds vanuit deze ene drijfveer: openingen te zoeken voor Gods intrede in de harten van Haar medemensen. Zij doet dit méér door Haar wijze van zijn, Haar gedrag, de dingen die Zij doet of juist niet doet, dan door woorden.
In de besloten, verborgen diepte van Haar Hart is Zij voortdurend ondergedompeld in de heiligste gevoelens, verlangens en gedachten. Al Haar doen en laten, alles wat in Haar omgaat en alles wat van Haar uitgaat in woorden, gedragingen en louter door Haar verschijning, is totaal en restloos doordrongen van het verlangen om volkomen in Gods Hart verzonken te blijven en de bewegingen van het Goddelijk Hart naar de zielen toe te brengen. Alles in Haar, dorst en hongert naar de vervulling van Gods Plan van Heil voor de mensheid. Alles wat Haar medezielen in Haar tegenwoordigheid opvangen, is een uitstraling van diepe Vrede en onverstoorbaarheid. Inwendig wordt Zij bewogen door een smachtende hunkering die nooit ophoudt, een schreeuwend verlangen naar de manifestaties van Gods Aanwezigheid in de zielen en de grondvesting van Zijn Rijk op aarde.
Hoe dieper Haar innerlijke verzuchtingen, des te dieper wordt de stilte om Haar heen. Alle zintuiglijke invloeden uit Haar omgeving worden in rust opgevangen en verwerkt door hen op dat ene doel te richten: “Hoe kan dit gebruikt of veranderd worden om Gods Plannen te dienen? Wat kan Mijn inbreng daarin zijn? Als enige richtlijn voor dit alles hanteert Zij Gods Wil, Zijn Plannen die Haar door Haar volheid van Genade bekend zijn en waarvan Zij Zich bedient als basis voor Haar onderrichtingen.
Zij spreekt zelden of nooit een man aan. Het onderricht aan de man acht Zij het uitsluitend voorrecht van Jezus, en van de Heilige Jozef zolang deze in leven is. In bepaalde omstandigheden wijkt Zij van deze regel af, indien de Wijsheid waarover Zij in buitengewone mate beschikt, Haar uitnodigt om dit te doen, of de omstandigheden het noodzakelijk lijken te maken. Zij doet dit wanneer Jezus afwezig is, indien de man een voldoende graad van spirituele rijpheid blijkt te bezitten, indien Zij hiermee Gods grootheid kan prijzen, of indien Zij het noodzakelijk oordeelt om de man voor een zonde of ondeugd te bewaren.
Zo zie ik Haar spreken met de apostel Johannes, met wie Zij de buitengewone Liefde voor God (Jezus) in een uitzonderlijke mate kan delen. Ik zie Haar ook spreken met de apostel Judas Iskarioth om diens gesteldheid jegens Jezus en jegens de noden van Gods Werken te zuiveren. Ik zie Haar na Jezus’ Hemelvaart ook spreken met Petrus als hoofd van de jonge Kerk, doch hoofdzakelijk pas nadat deze Haar heeft verzocht om Haar adviezen.
Voor het overige spreekt Zij Zelf spontaan tot kinderen om in hen de kennis van, en de Liefde tot, God te vergroten. Ik zie Haar eveneens spreken tot vrouwen in verband met sommige noden van het dagelijks leven en om hen te onderrichten in hun plichten als huisvrouw, als moeder, of als volgelingen van Christus.
In het overgrote gedeelte van de gevallen waarin Maria spreekt, doet Zij dit omdat Zij door anderen aangesproken is. Zij gaat uiterst zelden op bezoek en nodigt ook zelden spontaan anderen uit om Haar te bezoeken. Wel ontvangt Zij zonder aarzeling zielen die Haar willen komen bezoeken.
Haar uitstraling zelf, de wijze waarop Zij naar buiten toe verschijnt, lijkt een filter te vormen voor de mensen die met Haar contact zoeken: Haar heilige ingetogenheid, rust en stilte trekken slechts zielen aan die diepe nood in hun hart ervaren, zielen die werkelijk trachten naar inwendige groei, en zielen die zich willen laten onderdompelen in Haar Vrede en die geen behoefte hebben aan overbodige woorden.
Ik zie hoe vrouwen slechts enkele woorden met Maria wisselen, Haar prachtige, rustige ogen ontmoeten, en gezalfd en diep geraakt van Haar heengaan. Maria’s stilte oefent een onvoorstelbare macht uit op Haar omgeving: Zij bezit het vermogen om te genezen door wat Zij is, eerder dan door wat Zij zegt. Wanneer Zij spreekt, doet Zij dit met een zachte, zalvende stem die vreugde brengt in het hart van de toehoorder, hem diep raakt, en “iets achterlaat” in de kern van de ziel, waardoor hij plots weer in staat blijkt om de moeilijkheden van het leven aan te kunnen.
Het lijkt alsof Maria’s Liefde en eerbied voor God en voor de onvergelijkbare geschenken die Zij in de allerhoogst mogelijke mate van Hem heeft ontvangen, Haar ervan weerhouden om de uitwerkingen van deze Goddelijke geschenken in Zich te hinderen. Daarom verroert in Haar Tuin geen blad, geen grashalm of geen bloempje tenzij door de bries van Gods Geest. Zij bewaart Gods schatten in Haar Hart, laat ze daar tot het hoogste rendement komen voor de zielen die aan Haar hoede zijn toevertrouwd (“Vrouw, ziedaar Uw Zoon... en alle zielen die in Jezus uw kinderen zijn geworden”), en legt Haar eigen Wezen verder het zwijgen op, opdat geen enkele verzuchting vanwege Haar Hemelse Bruidegom Haar zou kunnen ontgaan, want “Mij geschiede naar uw Woord... en daarom wil Ik al uw woorden kunnen horen”.
Wanneer God grote dingen wil volbrengen, laat Hij dit op Zijn tijd horen. Zolang Hij niet spreekt, hoort de ziel in zichzelf te keren, in hoop en vreugde wachtend tot het uur is gekomen om deel te krijgen aan Zijn grote dingen. De Tuin bereikt de volheid van zijn schoonheid in de volmaakte stilte, want dan spreken zijn bloemen, en doen zij dit in het hart (waar God woont) en niet in de oren (die gericht zijn op de wereld.)

BRON: Maria Domina Animarum Apostolaat: zie onderrichtingen: boeken: Wedergeboorte van het aards paradijs


   "Alles in Maria, dorst en hongert naar de vervulling van Gods Plan van Heil voor de mensheid."





Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen