zondag 17 december 2017

HET RIJK VAN MARIA


HET RIJK VAN MARIA:


"Ik roep al Mijn getrouwen op tot het spiritueel huwelijk met Mij. De ware bruiloft met Mij is een bruiloft met de Liefde, de zuiverheid en de overgave. Bruiloft met Maria is een eed van trouw aan de gesteldheid van onthechting van al wat werelds is, om volkomen één te worden met het ware, bovennatuurlijke Leven van de ziel, het Leven zoals de ziel zal leiden in de Hemel, want daartoe is zij geroepen. Alles waartoe de ziel geroepen is voor de eeuwigheid, moet zij op aarde voorbereiden. Alleen zo kan zij door eigen bijdragen de verdienste van haar zaligmaking verwerven. Daarom is het lijden op aarde zoveel méér waard dan het lijden in het oord van loutering: De ziel in het vagevuur heeft in het uur van haar oordeel Gods Waarheid geschouwd.
Zolang de ziel nog op aarde is, moet zij de strijd tegen de wereld en tegen haar eigen zwakheden voeren door het geloof, want zij heeft nog niet de volheid van Gods Waarheid geschouwd. Waarlijk zalig daarom, de ziel die reeds op aarde haar zwakheden ongenadig toevertrouwt aan de doornen om het huwelijk met de Roos waardig te worden (Maria bedoelt hier duidelijk dat de ziel in de strijd tegen haar zwakheden niet mag terugdeinzen voor de inspanningen van de onthechting en het lijden dat ermee gepaard gaat), om hierdoor doordrongen te worden van het parfum dat zij pas na haar oordeel bij Gods Troon in zijn volheid zal waarnemen.
Ik ben de Maagd der armen. De waarlijk armen zijn de zielen die zich van alles laten ontkleden, die de aardse goederen maar ook de gesteldheden der wereld met grote voorzichtigheid benaderen, en daarom de mantel van de eeuwige reinheid omgeslagen krijgen. Ja, God kleedt de naakten, maar de ware naakten zijn zij die het kleed van de wereldse gehechtheden hebben afgelegd in een akt van vrijwillige toewijding. Waarlijk toegang tot de Troon van de Meesteres van alle zielen krijgen zij die de mantel van Mijn dienaren of slaven dragen. Toegang tot Haar bruidskamer krijgen zij die zich totaal ontkleed aan Haar voeten hebben neergeworpen, niets van zichzelf terughoudend en Haar smekend om met Haarzelf bekleed te worden. Zij dragen niet meer Mijn mantel, zij vergroeien ermee, want zij worden tot levende Liefde, zuiverheid en overgave. Eén ding nog slechts onderscheidt hen in Gods ogen van de engelen: Zij dragen het merkteken van het Bloed van het Goddelijk Lam dat hen heeft verlost doordat zij het Kruis hebben omhelsd. Geen engel heeft ooit dit voorrecht genoten".
"Zelden stelt een mens zich de vraag waarom er een afwisseling bestaat tussen dag en nacht. Dat komt omdat de Schepper heeft voorzien dat de schepselen hun werken zouden verrichten in het levenbrengende Licht, en daarna van die werken zouden rusten. Een andere reden is echter deze, dat de Allerhoogste elke nieuwe dag beschouwt als een hernieuwing van het leven, steeds weer een nieuwe kans tot wedergeboorte in de ziel. Wanneer de nacht valt, wordt een deken gespreid over de ziel, en de ziel wordt geacht, van de voorbije dag niets meer over te houden dan een residu. Ik bedoel dit als volgt:
Elke dag kenmerkt zich door een opeenvolging van handelingen, gedragingen, gevoelens, gedachten, wensen, verlangens, kansen om goede dingen te doen en gelegenheden om te struikelen. Al deze dingen vormen samen de inhoud van de dag. Al deze elementen voltrekken zich onder welbepaalde vormen. Dezelfde inhouden kunnen zich aan de mens aanbieden onder vele uiteenlopende vormen. Twee of meer mensen kunnen dag na dag samen gelijkaardige dingen doen, en toch zijn geen twee dagen gelijk. Ook de inwendige gesteldheden van het gevoels- en denkleven, evenals de gesteldheid van het lichaam, zorgen ervoor dat gelijkaardige dingen verschillend ervaren kunnen worden. Dit alles, zowel inhouden als vormen, heeft ’s avonds geen enkel belang meer op zichzelf. Het enige wat belangrijk is, is het zaad dat dit alles in de ziel heeft gelegd. Dit is het residu, datgene wat in de ziel overblijft en waaruit de ziel haar lessen moet leren om de route van haar reis naar God bij te sturen. Al het overige moet zij laten verdwijnen onder het deken van de nacht. God onttrekt dit alles als het ware aan het zicht.
De volgende dageraad is het ontwaken van de nieuwgeboren hoop in de vorm van Gods Licht dat het deken van de nacht openscheurt. Wanneer de nacht valt, zou elke ziel zich in zichzelf moeten terugtrekken en alle dingen van de voorbije dag begraven aan de voeten van haar Hemelse Meesteres, opdat Zij erover kan heersen, want Zij is de Koningin van de nacht en de Moeder van de hoop. Uit Haar wordt steeds nieuw leven voor de ziel geboren. Zij bezit de volmaakte herscheppende macht: Zij maakt nieuw leven uit dode of stervende dingen. Daarom wacht Zij op de offerande van de voorbije dag om tijdens de nacht uit dit alles nieuw leven te bereiden voor de ziel. Nooit kan de ziel met recht wanhopen wanneer zij zichzelf en haar ervaringen aan Mij heeft afgestaan.”
"Dat is het Rijk van Maria: Wat wegkwijnt onder alle invloeden der wereld, wordt in de Meesteres van alle zielen verrijkt door Haar volmaakte heiligheid en door Haar onbegrensde macht binnen de werkingen van Gods Gerechtigheid en Barmhartigheid. De vrucht hiervan is nieuw Leven, onherkenbaar in vergelijking met het oude leven. Het wereldse, duistere, stervende, verziekte, wordt Hemels, stralend van Licht en bruisend van het Ware Leven. Dat is de diepe zin van totale toewijding. Nooit is het leven ten einde voor de ziel die in, met en voor Mij leeft.”
"Kijk toe, en zie wat Ik doe wanneer een ziel Mij met overgave al haar kwellingen toevertrouwt".
Ik zie een beeld van een dor stuk grond onder een duistere hemel. Op de grond staat Maria, in een lang lilakleurig gewaad dat elegant met plooien tot op Haar voeten valt. Zij lijkt uit Zichzelf een betoverend Licht uit te stralen. Ik zie hoe een ziel, aan Maria’s voeten geknield, als het ware zichzelf laat 'leeglopen'. Alles wat uit de ziel vloeit, dringt in de aarde onder Maria’s voeten. Zij begint steeds méér Licht uit te stralen. Dit Licht lijkt eveneens in de grond te stromen. Daarna trekt de hemel open, de zon gaat op, en ik zie nu een grond vol jong gras en bloemen. Maria zegt tot mij:
"Zie hoe Ik leven opwek uit een dorre grond waaraan niets is toegevoegd dan dorheid uit een kwijnende ziel. Doch de ziel droeg nog een zaadje van leven in zich: het vertrouwen dat haar ertoe aanspoorde om aan Mijn voeten neer te knielen en Mij te smeken om de uitoefening van Mijn macht. Ik heb Mij op Mijn beurt ontledigd: Mijn voeten hebben al het negatieve en levenloze vernietigd, Mijn handen hebben de kracht van het Ware Leven toegevoegd aan het zaadje van vertrouwen en overgave, en de Goddelijke macht van de Liefde uit Mijn Hart heeft het geheel doen rijpen als onder een zomerzon. De nacht breekt, het nieuwe Levenslicht gloort, en de dorre grond wordt onder Mijn voeten tot getuige van Mijn macht. Ik heb tot de grond gezegd: 'Ik wil, word vruchtbaar', en zo is het geschied, in de grond van de ziel. Ik heb Mij ontledigd, maar kan niet leeglopen, omdat Ik volmaakt in God verworteld ben.
In de mate waarin een ziel in God verworteld zit, wordt haar innerlijke, drijvende kracht méér onuitputtelijk. Hierin schuilt de mysterieuze drijvende kracht die kan worden waargenomen in een ziel die totaal onder Mijn heerschappij leeft omdat zij zich totaal aan Mij heeft weggegeven. Laat Ik je er nog op wijzen dat de kleur van Mijn gewaad in dit visioen symbool staat voor de Hemelse Bruiloft. Wanneer een ziel zich aan Mijn voeten neerwerpt en Mij beschouwt als haar laatste hoop, tooi Ik Mij als voor een bruiloft, want deze ziel zal zich in Mij uitstorten, zodat Ik gedurende de nacht van haar leegheid, zwanger kan zijn van het nieuw Leven dat Ik voor haar zal baren zodra haar innerlijke ogen klaar en ontvankelijk zijn om de nieuwe dag te herkennen. Ik zou niet waarlijk Meesteres zijn, indien Ik niet vooral totaal over de zielen zou heersen wanneer zij bezig zijn, het Leven te verliezen. Eén ding slechts verlang Ik: dat zij Mijn onbegrensde vruchtbaarheid wekken door hun laatste zaadje van hoop, vertrouwen, Liefde en overgave in Mij uit te storten.”

BRON: Maria Domina Animarum Apostolaat
(Zie openbaringen: 15 januari 2007)

“Moge het rijk van Jezus Christus komen door het rijk van Maria.”
 (uitspraak van de H.Grignion de Montfort.)


Geen opmerkingen:

Een reactie posten