donderdag 16 april 2015

Vergevingsgezindheid


VERGEVINGSGEZINDHEID:

“Wees mild, en vergeef je medemens van harte!”


Vergeef ons onze schulden, gelijk ook wij vergeven aan onze schuldenaren”. Dit verzoek dat wij in het Onze vader zo vaak tot God richten, betekent in zijn oorspronkelijke betekenis “vergeef ons in de mate waarin wij onze medemensen vergeven hebben”.
Wees barmhartig zoals jullie Vader barmhartig is.
Oordeel niet, dan zal er niet over je geoordeeld worden.
Veroordeel niet, dan zal je niet veroordeeld worden.
Vergeef, dan zal je vergeven worden.
 (Lucas  6:36-37)

 Vergeving schenken aan uw medemens is een voorwaarde om zelf van God vergiffenis te verkrijgen. Waarom vergeven? Omdat u daardoor te kennen geeft dat u aanvaardt dat uw medemens fouten kan maken omdat ook hij, evenals uzelf, niet alwetend en niet alvermogend is. Door te vergeven, gaat u ervan uit dat uw medemens niet bewust en niet opzettelijk heeft willen dwalen, maar dat hij misleid is geweest tegenover u. Dat kan uzelf ook overkomen. Door te vergeven, kunt u een ziel waarlijk genezen. Vergeven is een heldhaftige daad van naastenliefde. Het is een daad waarmee u de satan veel wind uit de zeilen neemt, want vergeving bewerkt verzoening en kan daardoor veel onvrede tussen zielen en binnen in de harten wegnemen.
Zolang u uw medemens niet echt in het hart hebt vergeven, blijven gevoelens van wrevel, wrok of rancune sluimeren: vormen van onvrede die een normale, ontspannen, spontane communicatie met die medemens in de weg staan. In dat geval kan tussen u beiden sprake zijn van wat men tussen staten “koude oorlog” of “gewapende vrede” zou noemen: toestanden waarin geen conflict wordt uitgevochten of geen strijd wordt geleverd, en zelfs voor het oog van de buitenwereld een glimlach wordt uitgewisseld, doch achter de schermen in feite elkaar niets goeds wordt toegewenst. Sommige mensen koesteren een zodanige rancune dat zij jarenlang koppig weigeren om een woord te spreken tegen iemand met wie zij onenigheid hebben gehad. Dat is wat wel vaker gebeurt tussen buren en zelfs onder familieleden. Deze mensen verbieden daarenboven vaak hun vrienden of andere familieleden om met de betrokken personen te spreken, wat de ondeugd nog vergroot, want hierdoor worden gevoelens van haat gevoed en breiden deze zich soms heel ver uit.
Wanneer de onverzoenlijkheid een ernstige graad aanneemt, kunt u haatdragend genoemd worden. Deze gesteldheid is een sluipend gif voor uw eigen ziel. Dezelfde gesteldheid heerst in een hart dat belust is op wraak: er is niet alleen geen vergeving, er wordt zelfs gewacht op een gelegenheid om een kwaad toe te brengen dat minstens even groot is als datgene wat uzelf is aangedaan. Onder andere de mens die niet tegen verlies kan, zal neigen tot wraakzucht. Hij wil zich hierdoor op één of andere wijze revancheren en als het ware bewijzen dat hij de meerdere is. Het is inderdaad opmerkelijk hoeveel ondeugden op één of andere wijze raakpunten vertonen met die zo grote ondeugd van de hoogmoed. Eerder zeldzaam is de mens die niet de neiging of de behoefte bezit om anderen aan zich te onderwerpen of lager dan zichzelf neer te halen. Zij die in Gods ogen het grootst zijn, voelen zich vaak het meest onwaardig, terwijl zij wier ziel de grootste poetsbeurt behoeft, er het meest naar streven om de hele wereld onder hun voeten te leggen. Gebrek aan vergevingsgezindheid treedt ook te voorschijn bij de mens die er niet kan toe komen, de eerste stap te zetten om een ruzie bij te leggen.
Het kan heel heilzaam zijn, ook voor uw eigen ziel, in het Sacrament van de Biecht elke situatie van uw hele leven uit te spreken waarin u met iemand in onmin, onenigheid of ruzie bent geweest, zelfs het geringste meningsverschil, en u nooit uitdrukkelijk met die mens verzoend hebt. Wellicht kunt u zich al die situaties niet precies herinneren, maar u kunt ze wel alle samenvatten in één Biecht, op voorwaarde dat u de oprechte wens hebt om waarlijk aan al uw “vijanden” (verleden en tegenwoordige) in de geest de hand te reiken.
Het is een hartverwarmend moment, een medemens de hand te reiken tot verzoening. Kunt u echter om één of andere reden de betwiste zaken niet uitdrukkelijk met die mens uitpraten of u met hem verzoenen, doe dit dan in de geest en in het Sacrament van de Biecht, dan staat u in de ziel zuiver tegenover uw medemens. Het kan namelijk voorkomen dat een mens die tegen u heeft misdaan, van uw levensweg weggenomen wordt, hetzij dat u hem nooit meer terugziet hetzij dat hij overlijdt, of ook dat hij voor uw verzoeningspogingen niet openstaat. In dat geval kunt u in ieder geval uw vergeving uitspreken in de geest en in de Biecht.

BRON: uit de onderrichtingen van het Maria Domina Animarum Apostolaat: (zie onderrichtingen: boeken: lentebloesems aan de levensboom)
http://www.maria-domina-animarum.net/

“Aan wie vergeeft, zal vergeven worden, maar wie niet vergeeft, zal ook niet vergeven worden, leerde Jezus ons!”










Geen opmerkingen:

Een reactie posten